Annemarie Prins

Uit B&G Wiki
Versie door Liselotte Doeswijk (overleg | bijdragen) op 26 mei 2014 om 16:40
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
PersoonPlaceholder.png

NaamAnnemarie Prins
GeborenAmsterdam, 26 november 1932
Functiesregisseur, acteur, theatermaker
Bekend vanregie De zeven doodzonden van de kleine burgerman, Woyzeck en de rol van Annie in Annie M.G.
Periode actief1960 - heden
Werkt samen metDorus van der Linden, Bruce Gray
Externe infoBiografie en oeuvreinformatie in de Theaterencyclopedie

Annemarie Prins in de media
Oeuvre Annemarie Prins

Annemarie Prins is regisseur voor theater en televisie. Kenmerkend is haar voorliefde voor avant-gardistische vormgeving en geëngageerde inhoud.

Na de toneelschool Arnhem gaat Annemarie Prins aan de slag als theatermaker. Ze is daarin buitengewoon geëngageerd. Met het door haar opgerichte Theater Terzijde brengt ze onder meer een voorstelling over de oorlog in Vietnam en de politieke situatie in Franco's Spanje. De stukken zijn qua vormgeving erg vooruitstrevend en experimenteel.

In 1969 houdt Theater Terzijde op en dan richt Prins zich op televisie. Tijdens de regiecursus bij Opleidingsinstituut Santbergen werkt ze samen met grafisch ontwerper Jaap Drupsteen, fotograaf Bruce Gray en decorontwerper Dorus van der Linden aan De zeven doodzonden van de kleine burgerman (VPRO, 1970). Het programma maakt op inventieve wijze gebruik van de nieuwste videografische technieken zoals chroma-key. Daarna regisseert Prins nog enkele vergelijkbare programma's, zoals De legende van de geliefde van de machinist (VPRO, 1971), Woyzeck (VPRO, 1972) en Oh, was ik maar nooit getrouwd... (KRO, 1975).

In 1976 en 1967 regisseert Prins opera's voor Holland Festival en daarna richt ze in 1985 theatergezelschap De Salon op. Pas begin jaren negentig richt Prins zich weer op acteren. Ze speelt rollen in enkele films en televisieseries als Oud geld, Wij Alexander, Annie M.G. en Lijn 32.

Annemarie Prins debuteert in 1997 als schrijfster met de monologen Harmoniehof (1997), daarna volgen Pikkepoezenwals (2003) en de roman Zelfbeheersing (2002).