Buizenontvanger

Uit B&G Wiki
Versie door JGlas (overleg | bijdragen) op 16 feb 2012 om 10:19 (Buizenontvanger)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

De buizenontvanger of buizenradio is veel uitgebreider dan de kristalontvanger. Het signaal dat door de antenne wordt opgevangen is zeer zwak. Nadat het gewenste signaal is uitgefilterd moet het duizenden keren worden versterkt om door een luidspreker te kunnen worden weergegeven. Voor de versterking van het signaal maakte men in het verleden gebruik van speciale lampen, door de technici buizen genoemd. Zo'n buis is in principe een glazen fles zonder lucht waarin een constructie is aangebracht die in staat is zwakke elektrische stroompjes vele malen te versterken. Een elektrische stroom is niet meer dan het transport van elektronen van de ene plek naar de andere. Veel elektronen op weg betekent dus grote stroom, weinig elektronen kleine stroom. In de radiobuis is een elektrode aangebracht die door een gloeidraadje wordt verwarmd. Omdat er een groot spanningsverschil bestaat tussen de kathode en de anode maken elektronen zich los uit deze kathode om naar de andere elektrode, de anode te schieten. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat er een groot spanningsverschil bestaat tussen deze twee elektroden. Zo ontstaat er een stroom in de buis. Deze stroom moet in het ritme van het zendersignaal worden veranderd om geluid te kunnen krijgen. Daarom is tussen de anode en kathode nog een elektrode aangebracht, het rooster. Dit rooster krijgt een bepaalde elektrische lading die verandert in het ritme van het signaal. Hierdoor wordt de elektronenstroom tussen de kathode en anode beïnvloed. Een klein beetje spanning kan dus zorgen dat een grotere spanning verandert. Het zendersignaal versterkt. Nu is één lamp in de radio te weinig want het radiosignaal moet diverse bewerkingen ondergaan. Voor elk van die fases is een lamp aanwezig. Zo moeten de zenders die heel dicht bij elkaar zitten goed van elkaar kunnen worden onderscheiden. De radio moet een grote selectiviteit bezitten. Daarom wordt het signaal in diverse fases steeds zuiverder uitgefilterd. Ook hiervoor zijn lampen nodig, elk met hun eigen karakteristiek. Aan het eind van de serie bewerkingen is het signaal zo sterk geworden dat een luidspreker kan worden aangestuurd waardoor we muziek en stemmen kunnen beluisteren. Voor de radio geluid geeft na het inschakelen duurt het even omdat de lampen op temperatuur moeten komen. Na het inschakelen komt de radio dus langzaam tot leven met op de achtergrond een heel zacht gebrom. De uitvinding van de halfgeleidertechniek, transistors en IC's, betekende het einde van de buizenradio.