Joris Ivens: verschil tussen versies

Uit B&G Wiki
Geen bewerkingssamenvatting
kGeen bewerkingssamenvatting
 
(Een tussenliggende versie door een andere gebruiker niet weergegeven)
Regel 21: Regel 21:
Met apparatuur die hij heeft geleend uit de fotowinkel van zijn vader regisseert Joris Ivens op dertienjarige leeftijd zijn eerste film, ''De Wigwam'', een western waarin het hele gezin meespeelt. Joris wordt geacht zijn vader, eigenaar van de keten van CAPI-fotozaken, op te volgen. Met het oog daarop wordt hij in 1919 naar de Hoogere Handelsschool te Rotterdam gestuurd. Daar wordt hij actief in het studentenleven en leert onder meer [[Arthur Müller-Lehning]] kennen. Na zijn studie trekt hij naar de Technische Hogeschool te Berlijn-Charlottenburg, waar hij lessen in fotochemie volgt. Hij werkt in camerafabrieken te Dresden en Jena. Daar wordt hij geconfronteerd met de gevolgen van de hyperinflatie en ziet hij hoe de politie arbeidersprotesten uiteenslaat. In Berlijn treft hij Müller-Lehning weer. Het linkse milieu van bohémiens waarin zij verkeren stimuleert Ivens om over politiek na te denken.  
Met apparatuur die hij heeft geleend uit de fotowinkel van zijn vader regisseert Joris Ivens op dertienjarige leeftijd zijn eerste film, ''De Wigwam'', een western waarin het hele gezin meespeelt. Joris wordt geacht zijn vader, eigenaar van de keten van CAPI-fotozaken, op te volgen. Met het oog daarop wordt hij in 1919 naar de Hoogere Handelsschool te Rotterdam gestuurd. Daar wordt hij actief in het studentenleven en leert onder meer [[Arthur Müller-Lehning]] kennen. Na zijn studie trekt hij naar de Technische Hogeschool te Berlijn-Charlottenburg, waar hij lessen in fotochemie volgt. Hij werkt in camerafabrieken te Dresden en Jena. Daar wordt hij geconfronteerd met de gevolgen van de hyperinflatie en ziet hij hoe de politie arbeidersprotesten uiteenslaat. In Berlijn treft hij Müller-Lehning weer. Het linkse milieu van bohémiens waarin zij verkeren stimuleert Ivens om over politiek na te denken.  


Na zijn terugkeer in Nederland in 1924 wordt hij benoemd tot adjunct-directeur van CAPI en hoofd van het Amsterdamse filiaal van de firma. In de hoofdstad geniett hij met volle teugen van wat het culturele en politieke leven ter linkerzijde hem te bieden heeft. In mei 1927 stelt hij projectieapparatuur van CAPI beschikbaar aan een groep kunstenaars en intellectuelen die in de sociëteit De Kring de verboden Russische film ''De Moeder'' vertonen. Het succes van deze besloten voorstelling leidt tot de oprichting van de Filmliga, een vereniging die zich de vertoning van avant-gardefilms en kwaliteitsprodukties ten doel stelt. Door buitenlandse cineasten uit te nodigen in haar orgaan wil de Filmliga serieuze filmkritiek bedrijven en jonge talentvolle filmmakers aanmoedigen. Zo stimuleert de Filmliga de Nederlandse filmcultuur. Met zijn eerste film ontpopt Ivens, die als technisch adviseur in het verenigingsbestuur heeft plaatsgenomen, zich in 1928 als hét talent van de Filmliga. ''[[De Brug]]'', een bewegingsstudie van de hefbrug over de Rotterdamse Koningshaven, die na zijn Liga-première een heus bioscooproulement beleeft, evenals ''[[Regen]]'' (samen met [[Mannus Franken]], 1929), een lyrisch filmgedicht over Amsterdam tijdens een regenbui, bezorgen hem een internationale reputatie.
Na zijn terugkeer in Nederland in 1924 wordt hij benoemd tot adjunct-directeur van CAPI en hoofd van het Amsterdamse filiaal van de firma. In de hoofdstad geniet hij met volle teugen van wat het culturele en politieke leven ter linkerzijde hem te bieden heeft. In mei 1927 stelt hij projectieapparatuur van CAPI beschikbaar aan een groep kunstenaars en intellectuelen die in de sociëteit De Kring de verboden Russische film ''De Moeder'' vertonen. Het succes van deze besloten voorstelling leidt tot de oprichting van de Filmliga, een vereniging die zich de vertoning van avant-gardefilms en kwaliteitsprodukties ten doel stelt. Door buitenlandse cineasten uit te nodigen in haar orgaan wil de Filmliga serieuze filmkritiek bedrijven en jonge talentvolle filmmakers aanmoedigen. Zo stimuleert de Filmliga de Nederlandse filmcultuur. Met zijn eerste film ontpopt Ivens, die als technisch adviseur in het verenigingsbestuur heeft plaatsgenomen, zich in 1928 als hét talent van de Filmliga. ''[[De Brug]]'', een bewegingsstudie van de hefbrug over de Rotterdamse Koningshaven, die na zijn Liga-première een heus bioscooproulement beleeft, evenals ''[[Regen]]'' (samen met [[Mannus Franken]], 1929), een lyrisch filmgedicht over Amsterdam tijdens een regenbui, bezorgen hem een internationale reputatie.


In 1929 begint  Ivens aan een grote opdracht van de Algemeene Nederlandsche Bouwarbeidersbond. Als centrale thema kiest hij de beroepstrots van de bouwvakkers. Nauwelijks is ''[[Wij bouwen]]'' gereed of Ivens vertrekt begin 1930 naar de Sovjet-Unie. Hier vertoont hij zijn werk aan een arbeiderspubliek en valt hem fundamentele kritiek ten deel, zoals: waarom komen er geen mensen voor in ''De Brug''? Maar ook wordt hem lof toegezwaaid: de manier waarop hij in ''Wij bouwen'' het zware werk van de arbeiders die de basaltstenen op hun plaats zetten in beeld heeft gebracht, is vanuit het gezichtspunt van een arbeider. Deze reis geeft Ivens’ carrière een nieuwe wending. Na zij terugkeer neemt hij weliswaar een opdracht van het Philips-concern aan voor het maken van een geluidsfilm, maar daarnaast wordt hij actief in de communistische beweging. Hij is onder meer een van de oprichters van de Vereeniging van Arbeidersfotografen. In 1932 kan hij in de Sovjet-Unie een film over de bouw van hoogovens in Magnitogorsk opnemen, ''[[Heldenlied]]'', waarvoor de Duitse componist [[Hanns Eisler]] de muziek schrijft.  
In 1929 begint  Ivens aan een grote opdracht van de Algemeene Nederlandsche Bouwarbeidersbond. Als centrale thema kiest hij de beroepstrots van de bouwvakkers. Nauwelijks is ''[[Wij bouwen, 1930]]'' gereed of Ivens vertrekt begin 1930 naar de Sovjet-Unie. Hier vertoont hij zijn werk aan een arbeiderspubliek en valt hem fundamentele kritiek ten deel, zoals: waarom komen er geen mensen voor in ''De Brug''? Maar ook wordt hem lof toegezwaaid: de manier waarop hij in ''Wij bouwen'' het zware werk van de arbeiders die de basaltstenen op hun plaats zetten in beeld heeft gebracht, is vanuit het gezichtspunt van een arbeider. Deze reis geeft Ivens’ carrière een nieuwe wending. Na zij terugkeer neemt hij weliswaar een opdracht van het Philips-concern aan voor het maken van een geluidsfilm, maar daarnaast wordt hij actief in de communistische beweging. Hij is onder meer een van de oprichters van de Vereeniging van Arbeidersfotografen. In 1932 kan hij in de Sovjet-Unie een film over de bouw van hoogovens in Magnitogorsk opnemen, ''[[Heldenlied]]'', waarvoor de Duitse componist [[Hanns Eisler]] de muziek schrijft.  


In de zomer van 1933 vraagt zijn Belgische collega Henri Storck Ivens te assisteren bij de productie van een film over de Borinage. In deze Belgische mijnstreek, waar Vincent van Gogh van 1878 tot 1880 als lekenprediker heeft gewerkt, heeft in 1932 een grote staking plaatsgevonden. Ivens neemt afscheid van de avantgardistische esthetiek van ‘mooifilmerij’. Elk filmbeeld in ''[[Misère au Borinage]]'' moet een aanklacht zijn. In deze film maakt hij bovendien gebruik van de onder documentaire cineasten omstreden methode van de ‘reconstructie’. Rond diezelfde tijd monteert Ivens in Parijs een nieuwe versie, ''[[Nieuwe gronden]]'' getiteld, van zijn film over de drooglegging van de Zuiderzee. Waarin hij het ‘dumpen’ van mensen en grondstoffen onder het kapitalisme aan de kaak stelt. Omdat hij bang is als gevolg van de politieke boodschap in deze twee films geen werk meer te kunnen vinden in Nederland, vertrekt hij in het voorjaar van 1934 naar de Sovjet-Unie. Daar stokt zijn carrière echter, en hij was blij dat hij begin 1936 voor een lezingencyclus naar de Verenigde Staten kon afreizen. In 1937 ksn Ivens dankzij financiële steun van Amerikaanse kunstenaars en intellectuelen in Spanje de burgeroorlog filmen. Ernest Hemingway schrijft en spreekt het commentaar bij ''[[The Spanish Earth]]'', die zelfs in het Witte Huis aan president F.D. Roosevelt wordt vertoond. In 1938 reist Ivens met cameraman [[John Fernhout]] naar China om de oorlog tegen de Japanse invasietroepen te filmen. Met hulp van Zhou Enlai weet hij een van zijn filmcamera’s naar het thuisland van het Rode Leger te smokkelen. Dit bezoek is het begin van een opmerkelijke band met China, die tot zijn dood zou duren.
In de zomer van 1933 vraagt zijn Belgische collega Henri Storck Ivens te assisteren bij de productie van een film over de Borinage. In deze Belgische mijnstreek, waar Vincent van Gogh van 1878 tot 1880 als lekenprediker heeft gewerkt, heeft in 1932 een grote staking plaatsgevonden. Ivens neemt afscheid van de avantgardistische esthetiek van ‘mooifilmerij’. Elk filmbeeld in ''[[Misère au Borinage]]'' moet een aanklacht zijn. In deze film maakt hij bovendien gebruik van de onder documentaire cineasten omstreden methode van de ‘reconstructie’. Rond diezelfde tijd monteert Ivens in Parijs een nieuwe versie, ''[[Nieuwe gronden]]'' getiteld, van zijn film over de drooglegging van de Zuiderzee. Waarin hij het ‘dumpen’ van mensen en grondstoffen onder het kapitalisme aan de kaak stelt. Omdat hij bang is als gevolg van de politieke boodschap in deze twee films geen werk meer te kunnen vinden in Nederland, vertrekt hij in het voorjaar van 1934 naar de Sovjet-Unie. Daar stokt zijn carrière echter, en hij was blij dat hij begin 1936 voor een lezingencyclus naar de Verenigde Staten kon afreizen. In 1937 kan Ivens dankzij financiële steun van Amerikaanse kunstenaars en intellectuelen in Spanje de burgeroorlog filmen. Ernest Hemingway schrijft en spreekt het commentaar bij ''[[The Spanish Earth]]'', die zelfs in het Witte Huis aan president F.D. Roosevelt wordt vertoond. In 1938 reist Ivens met cameraman [[John Fernhout]] naar China om de oorlog tegen de Japanse invasietroepen te filmen. Met hulp van Zhou Enlai weet hij een van zijn filmcamera’s naar het thuisland van het Rode Leger te smokkelen. Dit bezoek is het begin van een opmerkelijke band met China, die tot zijn dood zou duren.


Voor Ivens begint de Tweede Wereldoorlog pas met de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941. Hij biedt de Nederlandse autoriteiten zijn film ''Nieuwe Gronden'' aan, die in een aangepaste versie (zonder de aanklacht tegen het kapitalistische systeem) als propaganda voor de Nederlandse zaak wordt uitgebracht. In 1944 wordt hij benaderd voor de post van Film Commissioner of the Dutch East Indies. Het is de bedoeling dat hij de bevrijding van Indonesië gaat filmen en daar vervolgens een documentaire filmgroep zou opzetten. Wanneer hij de verzekering krijgt dat zijn politiek verleden geen probleem vormt, accepteert hij de baan. In Brisbane, Melbourne en later Sydney ondervindt hij tegenwerking van een daar reeds opererende film- en fotogroep van de Netherlands Indies Government Information Service. Het herstel van de koloniale macht in Indonesië na het uitroepen van de Republiek is voor Ivens de druppel die de emmer doet overlopen. Op 21 november 1945 kondigt hij op een persconferentie zijn ontslag aan. Voor de Australische Waterfront Workers Union maakt hij ''[[Indonesia Calling]]'' (1946), een korte film over de havenstakingen waarmee de bond geprobeerd heeft het transport van Nederlandse troepen en materieel naar Indonesië lam te leggen. Beide daden komen hem duur te staan. Jarenlang wordt hem het verlengen van zijn paspoort lastig gemaakt.  
Voor Ivens begint de Tweede Wereldoorlog pas met de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941. Hij biedt de Nederlandse autoriteiten zijn film ''Nieuwe Gronden'' aan, die in een aangepaste versie (zonder de aanklacht tegen het kapitalistische systeem) als propaganda voor de Nederlandse zaak wordt uitgebracht. In 1944 wordt hij benaderd voor de post van Film Commissioner of the Dutch East Indies. Het is de bedoeling dat hij de bevrijding van Indonesië gaat filmen en daar vervolgens een documentaire filmgroep zou opzetten. Wanneer hij de verzekering krijgt dat zijn politiek verleden geen probleem vormt, accepteert hij de baan. In Brisbane, Melbourne en later Sydney ondervindt hij tegenwerking van een daar reeds opererende film- en fotogroep van de Netherlands Indies Government Information Service. Het herstel van de koloniale macht in Indonesië na het uitroepen van de Republiek is voor Ivens de druppel die de emmer doet overlopen. Op 21 november 1945 kondigt hij op een persconferentie zijn ontslag aan. Voor de Australische Waterfront Workers Union maakt hij ''[[Indonesia Calling]]'' (1946), een korte film over de havenstakingen waarmee de bond geprobeerd heeft het transport van Nederlandse troepen en materieel naar Indonesië lam te leggen. Beide daden komen hem duur te staan. Jarenlang wordt hem het verlengen van zijn paspoort lastig gemaakt.  


In 1947 keert Ivens als een paria in Nederland terug en reist samen met zijn Amerikaanse partner Marion Michelle door naar Praag om een vierluik over de jonge Oosteuropese Volksrepublieken te maken. Het Joegoslavische deel moet hij als gevolg van de uitstoting van dat land uit de Cominform uit de film ''[[Pierwsze Lata]]'' (1949) verwijderen. Ondanks die ervaring vestigt hij zich in Oost-Europa, waar hij een ereplaats krijgt in het pantheon van communistische kunstenaars en een reeks van obligate films over massale jeugd-, vakbonds- en vredesmanifestaties mag regisseren. Zijn reputatie als cineast lijdt hier nauwelijks onder, zelfs niet bij de ‘burgerlijke’ filmcritici. In de tweede helft van de jaren vijftig kiest Ivens Parijs tot zijn permanente domicilie. Zijn observatie van de bewoners van de lichtstad in ''[[La Seine à rencontré Paris]]'' (1957) wordt door sommige critici verwelkomd als de terugkeer van de ‘echte’, poëtische Ivens. Het reizen blijft hem in het bloed zitten en tussen 1958 en 1965 maakt hij films in China, Italië, Mali, Cuba, Chili en Nederland. Grote bekendheid krijgt hij door zijn films over de oorlog in Vietnam.  
In 1947 keert Ivens als een paria in Nederland terug en reist samen met zijn Amerikaanse partner Marion Michelle door naar Praag om een vierluik over de jonge Oost-Europese Volksrepublieken te maken. Het Joegoslavische deel moet hij als gevolg van de uitstoting van dat land uit de Cominform uit de film ''[[Pierwsze Lata]]'' (1949) verwijderen. Ondanks die ervaring vestigt hij zich in Oost-Europa, waar hij een ereplaats krijgt in het pantheon van communistische kunstenaars en een reeks van obligate films over massale jeugd-, vakbonds- en vredesmanifestaties mag regisseren. Zijn reputatie als cineast lijdt hier nauwelijks onder, zelfs niet bij de ‘burgerlijke’ filmcritici. In de tweede helft van de jaren vijftig kiest Ivens Parijs tot zijn permanente domicilie. Zijn observatie van de bewoners van de lichtstad in ''[[La Seine à rencontré Paris]]'' (1957) wordt door sommige critici verwelkomd als de terugkeer van de ‘echte’, poëtische Ivens. Het reizen blijft hem in het bloed zitten en tussen 1958 en 1965 maakt hij films in China, Italië, Mali, Cuba, Chili en Nederland. Grote bekendheid krijgt hij door zijn films over de oorlog in Vietnam.  


Net als veel andere kunstenaars en intellectuelen in Frankrijk radicaliseerde Ivens, die jarenlang in orthodox-communistische kringen had verkeerd, na de gebeurtenissen in mei 1968. Samen met zijn echtgenote [[Marceline Loridan]] greep hij begin jaren zeventig met beide handen de geboden kans aan om in het maoïstische China te filmen. Het zou een filmserie van maar liefst twaalf uur worden, ''[[Hoe Yoekong de bergen verzette]]'' (1976). Na de met veel publiciteit omgeven première van de filmserie werd ze al snel achterhaald door de politieke gebeurtenissen in China, culminerend in het afzetten van de ‘Bende van Vier’. Tien jaar later zouden Ivens en Loridan zich van deze films distantiëren.  
Net als veel andere kunstenaars en intellectuelen in Frankrijk radicaliseert Ivens, die jarenlang in orthodox-communistische kringen hebben verkeerd, na de gebeurtenissen in mei 1968. Samen met zijn echtgenote [[Marceline Loridan]] grijpt hij begin jaren zeventig met beide handen de gebode kans aan om in het maoïstische China te filmen. Het zou een filmserie van maar liefst twaalf uur worden, ''[[Hoe Yoekong de bergen verzette]]'' (1976). Na de met veel publiciteit omgeven première van de filmserie wordt ze al snel achterhaald door de politieke gebeurtenissen in China, culminerend in het afzetten van de ‘Bende van Vier’. Tien jaar later zouden Ivens en Loridan zich van deze films distantiëren.  
De jaren tachtig stonden voor Ivens voor een goed deel in het teken van het afrekenen met zijn eigen verleden. Zo publiceerde hij een tweede autobiografie, (met Robert Destanque) ''Joris Ivens ou la mémoire d'un regard'' (Parijs 1982), waarin hij meer dan in zijn eerste, in 1969 in Oost-Berlijn verschenen memoires ''The Camera and I'' zijn rol als kunstenaar benadrukte. Vanaf de jaren zestig had [[Jan de Vaal]], directeur van het Nederlands Filmmuseum, geijverd voor het eerherstel van Ivens in Nederland. In 1985 kwam het tot een echte verzoening, toen minister van Cultuur [[Elco Brinkman]] naar Parijs reisde om de cineast een Gouden Kalf voor diens oeuvre te overhandigen en refererend aan de Indonesië-affaire de historische woorden sprak: ‘De geschiedenis heeft aangetoond dat u meer gelijk had dan uw toenmalige opponenten’. Samen met Loridan wijdde hij, fysiek sterk verzwakt, zijn laatste levensjaren aan de productie van ''[[Une histoire du vent]]'' (1988), waarin een veel kritischer kijk op China werd gegeven. De Nederlandse première van de film werd bijgewoond door koningin Beatrix. Enige weken na het neerslaan van de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede te Beijing, waartegen hij bij de Chinese autoriteiten nog heftig had geprotesteerd, kwam Ivens in Parijs te overlijden.  
De jaren tachtig staan voor Ivens voor een goed deel in het teken van het afrekenen met zijn eigen verleden. Zo publiceert hij een tweede autobiografie, (met Robert Destanque) ''Joris Ivens ou la mémoire d'un regard'' (Parijs 1982), waarin hij meer dan in zijn eerste, in 1969 in Oost-Berlijn verschenen memoires ''The Camera and I'' zijn rol als kunstenaar benadrukt. Vanaf de jaren zestig heeft [[Jan de Vaal]], directeur van het Nederlands Filmmuseum, geijverd voor het eerherstel van Ivens in Nederland. In 1985 komt het tot een echte verzoening, toen minister van Cultuur [[Elco Brinkman]] naar Parijs reist om de cineast een [[Gouden Kalf]] voor diens oeuvre te overhandigen en refererend aan de Indonesië-affaire de historische woorden spreekt: "De geschiedenis heeft aangetoond dat u meer gelijk had dan uw toenmalige opponenten". Samen met Loridan wijdt hij, fysiek sterk verzwakt, zijn laatste levensjaren aan de productie van ''[[Une histoire du vent]]'' (1988), waarin een veel kritischer kijk op China wordt gegeven. De Nederlandse première van de film wordt bijgewoond door koningin Beatrix. Enige weken na het neerslaan van de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede te Beijing, waartegen hij bij de Chinese autoriteiten nog heftig heeft geprotesteerd, komt Ivens in Parijs te overlijden.  


[[category:personen|Ivens, Joris]]
[[category:personen|Ivens, Joris]]

Huidige versie van 19 jun 2015 om 10:04

Joris Ivens (1971)

NaamJoris Ivens
GeborenNijmegen, 18 november 1898
GestorvenParijs, 28 juni 1989
FunctiesDocumentairemaker, filmmaker
Bekend vanDe brug (documentaire), Regen, Borinage, The Spanish Earth, Hoe Yoekong de Bergen Verzette
Periode actief1928 - 1989
Werkt samen metMannus Franken, Henri Storck, John Fernhout, Marceline Loridan
TriviaDe nalatenschap van Joris Ivens wordt beheerd door de Europese Stichting Joris Ivens te Nijmegen.
Externe infoIvens Foundation

Joris Ivens in de media
Oeuvre van Joris Ivens

Joris Ivens speelt een hoofdrol in het vestigen van de internationale reputatie van de Nederlandse documentaire film. Zijn politieke overtuiging wordt hem vaak niet in dank afgenomen, maar zijn meer dan zestig films en niet te vergeten zijn innemende persoonlijkheid inspireren talloze jonge cineasten. Ook al brengt hij een groot deel van zijn leven buiten Nederland door, toch is hij er een niet weg te denken factor in het politieke en culturele leven ter linkerzijde in Nederland.

Met apparatuur die hij heeft geleend uit de fotowinkel van zijn vader regisseert Joris Ivens op dertienjarige leeftijd zijn eerste film, De Wigwam, een western waarin het hele gezin meespeelt. Joris wordt geacht zijn vader, eigenaar van de keten van CAPI-fotozaken, op te volgen. Met het oog daarop wordt hij in 1919 naar de Hoogere Handelsschool te Rotterdam gestuurd. Daar wordt hij actief in het studentenleven en leert onder meer Arthur Müller-Lehning kennen. Na zijn studie trekt hij naar de Technische Hogeschool te Berlijn-Charlottenburg, waar hij lessen in fotochemie volgt. Hij werkt in camerafabrieken te Dresden en Jena. Daar wordt hij geconfronteerd met de gevolgen van de hyperinflatie en ziet hij hoe de politie arbeidersprotesten uiteenslaat. In Berlijn treft hij Müller-Lehning weer. Het linkse milieu van bohémiens waarin zij verkeren stimuleert Ivens om over politiek na te denken.

Na zijn terugkeer in Nederland in 1924 wordt hij benoemd tot adjunct-directeur van CAPI en hoofd van het Amsterdamse filiaal van de firma. In de hoofdstad geniet hij met volle teugen van wat het culturele en politieke leven ter linkerzijde hem te bieden heeft. In mei 1927 stelt hij projectieapparatuur van CAPI beschikbaar aan een groep kunstenaars en intellectuelen die in de sociëteit De Kring de verboden Russische film De Moeder vertonen. Het succes van deze besloten voorstelling leidt tot de oprichting van de Filmliga, een vereniging die zich de vertoning van avant-gardefilms en kwaliteitsprodukties ten doel stelt. Door buitenlandse cineasten uit te nodigen in haar orgaan wil de Filmliga serieuze filmkritiek bedrijven en jonge talentvolle filmmakers aanmoedigen. Zo stimuleert de Filmliga de Nederlandse filmcultuur. Met zijn eerste film ontpopt Ivens, die als technisch adviseur in het verenigingsbestuur heeft plaatsgenomen, zich in 1928 als hét talent van de Filmliga. De Brug, een bewegingsstudie van de hefbrug over de Rotterdamse Koningshaven, die na zijn Liga-première een heus bioscooproulement beleeft, evenals Regen (samen met Mannus Franken, 1929), een lyrisch filmgedicht over Amsterdam tijdens een regenbui, bezorgen hem een internationale reputatie.

In 1929 begint Ivens aan een grote opdracht van de Algemeene Nederlandsche Bouwarbeidersbond. Als centrale thema kiest hij de beroepstrots van de bouwvakkers. Nauwelijks is Wij bouwen, 1930 gereed of Ivens vertrekt begin 1930 naar de Sovjet-Unie. Hier vertoont hij zijn werk aan een arbeiderspubliek en valt hem fundamentele kritiek ten deel, zoals: waarom komen er geen mensen voor in De Brug? Maar ook wordt hem lof toegezwaaid: de manier waarop hij in Wij bouwen het zware werk van de arbeiders die de basaltstenen op hun plaats zetten in beeld heeft gebracht, is vanuit het gezichtspunt van een arbeider. Deze reis geeft Ivens’ carrière een nieuwe wending. Na zij terugkeer neemt hij weliswaar een opdracht van het Philips-concern aan voor het maken van een geluidsfilm, maar daarnaast wordt hij actief in de communistische beweging. Hij is onder meer een van de oprichters van de Vereeniging van Arbeidersfotografen. In 1932 kan hij in de Sovjet-Unie een film over de bouw van hoogovens in Magnitogorsk opnemen, Heldenlied, waarvoor de Duitse componist Hanns Eisler de muziek schrijft.

In de zomer van 1933 vraagt zijn Belgische collega Henri Storck Ivens te assisteren bij de productie van een film over de Borinage. In deze Belgische mijnstreek, waar Vincent van Gogh van 1878 tot 1880 als lekenprediker heeft gewerkt, heeft in 1932 een grote staking plaatsgevonden. Ivens neemt afscheid van de avantgardistische esthetiek van ‘mooifilmerij’. Elk filmbeeld in Misère au Borinage moet een aanklacht zijn. In deze film maakt hij bovendien gebruik van de onder documentaire cineasten omstreden methode van de ‘reconstructie’. Rond diezelfde tijd monteert Ivens in Parijs een nieuwe versie, Nieuwe gronden getiteld, van zijn film over de drooglegging van de Zuiderzee. Waarin hij het ‘dumpen’ van mensen en grondstoffen onder het kapitalisme aan de kaak stelt. Omdat hij bang is als gevolg van de politieke boodschap in deze twee films geen werk meer te kunnen vinden in Nederland, vertrekt hij in het voorjaar van 1934 naar de Sovjet-Unie. Daar stokt zijn carrière echter, en hij was blij dat hij begin 1936 voor een lezingencyclus naar de Verenigde Staten kon afreizen. In 1937 kan Ivens dankzij financiële steun van Amerikaanse kunstenaars en intellectuelen in Spanje de burgeroorlog filmen. Ernest Hemingway schrijft en spreekt het commentaar bij The Spanish Earth, die zelfs in het Witte Huis aan president F.D. Roosevelt wordt vertoond. In 1938 reist Ivens met cameraman John Fernhout naar China om de oorlog tegen de Japanse invasietroepen te filmen. Met hulp van Zhou Enlai weet hij een van zijn filmcamera’s naar het thuisland van het Rode Leger te smokkelen. Dit bezoek is het begin van een opmerkelijke band met China, die tot zijn dood zou duren.

Voor Ivens begint de Tweede Wereldoorlog pas met de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941. Hij biedt de Nederlandse autoriteiten zijn film Nieuwe Gronden aan, die in een aangepaste versie (zonder de aanklacht tegen het kapitalistische systeem) als propaganda voor de Nederlandse zaak wordt uitgebracht. In 1944 wordt hij benaderd voor de post van Film Commissioner of the Dutch East Indies. Het is de bedoeling dat hij de bevrijding van Indonesië gaat filmen en daar vervolgens een documentaire filmgroep zou opzetten. Wanneer hij de verzekering krijgt dat zijn politiek verleden geen probleem vormt, accepteert hij de baan. In Brisbane, Melbourne en later Sydney ondervindt hij tegenwerking van een daar reeds opererende film- en fotogroep van de Netherlands Indies Government Information Service. Het herstel van de koloniale macht in Indonesië na het uitroepen van de Republiek is voor Ivens de druppel die de emmer doet overlopen. Op 21 november 1945 kondigt hij op een persconferentie zijn ontslag aan. Voor de Australische Waterfront Workers Union maakt hij Indonesia Calling (1946), een korte film over de havenstakingen waarmee de bond geprobeerd heeft het transport van Nederlandse troepen en materieel naar Indonesië lam te leggen. Beide daden komen hem duur te staan. Jarenlang wordt hem het verlengen van zijn paspoort lastig gemaakt.

In 1947 keert Ivens als een paria in Nederland terug en reist samen met zijn Amerikaanse partner Marion Michelle door naar Praag om een vierluik over de jonge Oost-Europese Volksrepublieken te maken. Het Joegoslavische deel moet hij als gevolg van de uitstoting van dat land uit de Cominform uit de film Pierwsze Lata (1949) verwijderen. Ondanks die ervaring vestigt hij zich in Oost-Europa, waar hij een ereplaats krijgt in het pantheon van communistische kunstenaars en een reeks van obligate films over massale jeugd-, vakbonds- en vredesmanifestaties mag regisseren. Zijn reputatie als cineast lijdt hier nauwelijks onder, zelfs niet bij de ‘burgerlijke’ filmcritici. In de tweede helft van de jaren vijftig kiest Ivens Parijs tot zijn permanente domicilie. Zijn observatie van de bewoners van de lichtstad in La Seine à rencontré Paris (1957) wordt door sommige critici verwelkomd als de terugkeer van de ‘echte’, poëtische Ivens. Het reizen blijft hem in het bloed zitten en tussen 1958 en 1965 maakt hij films in China, Italië, Mali, Cuba, Chili en Nederland. Grote bekendheid krijgt hij door zijn films over de oorlog in Vietnam.

Net als veel andere kunstenaars en intellectuelen in Frankrijk radicaliseert Ivens, die jarenlang in orthodox-communistische kringen hebben verkeerd, na de gebeurtenissen in mei 1968. Samen met zijn echtgenote Marceline Loridan grijpt hij begin jaren zeventig met beide handen de gebode kans aan om in het maoïstische China te filmen. Het zou een filmserie van maar liefst twaalf uur worden, Hoe Yoekong de bergen verzette (1976). Na de met veel publiciteit omgeven première van de filmserie wordt ze al snel achterhaald door de politieke gebeurtenissen in China, culminerend in het afzetten van de ‘Bende van Vier’. Tien jaar later zouden Ivens en Loridan zich van deze films distantiëren. De jaren tachtig staan voor Ivens voor een goed deel in het teken van het afrekenen met zijn eigen verleden. Zo publiceert hij een tweede autobiografie, (met Robert Destanque) Joris Ivens ou la mémoire d'un regard (Parijs 1982), waarin hij meer dan in zijn eerste, in 1969 in Oost-Berlijn verschenen memoires The Camera and I zijn rol als kunstenaar benadrukt. Vanaf de jaren zestig heeft Jan de Vaal, directeur van het Nederlands Filmmuseum, geijverd voor het eerherstel van Ivens in Nederland. In 1985 komt het tot een echte verzoening, toen minister van Cultuur Elco Brinkman naar Parijs reist om de cineast een Gouden Kalf voor diens oeuvre te overhandigen en refererend aan de Indonesië-affaire de historische woorden spreekt: "De geschiedenis heeft aangetoond dat u meer gelijk had dan uw toenmalige opponenten". Samen met Loridan wijdt hij, fysiek sterk verzwakt, zijn laatste levensjaren aan de productie van Une histoire du vent (1988), waarin een veel kritischer kijk op China wordt gegeven. De Nederlandse première van de film wordt bijgewoond door koningin Beatrix. Enige weken na het neerslaan van de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede te Beijing, waartegen hij bij de Chinese autoriteiten nog heftig heeft geprotesteerd, komt Ivens in Parijs te overlijden.