NBF

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Nbf.jpg

NaamNederlandse Beroepsvereniging van Film- en televisiemakers (NBF)
Oprichting1952
Ledenca. 600
Omroep Status
Externe infoNBF.nl



Beschrijving

De Nederlandse Beroepsvereniging voor Film- en televisiemakers behartigt de belangen van film- en televisiemakers in Nederland. Het is de oudste en grootse beroepsvereniging in deze sector en ze vertegenwoordigt ongeveer 600 leden uit alle audiovisuele disciplines.

De beroepsvereniging organiseert bijeenkomsten zoals viewings en lezingen, geeft lange tijd een magazine uit en heeft enige tijd de Cinemagiaprijs uitgereikt.

Geschiedenis

Sinds de oprichting van de NBF in 1952 roert de vereniging zich in het publieke debat over nut en noodzaak van de Nederlandse speelfilm en filmindustrie.

In 1972 reageert NBF-voorzitter Jan Wiegel fel op een rapport van de Nationale Rekenkamer. In het rapport wordt de suggestie gewekt dat Nederlandse filmmakers met geld smijten omdat onder meer de subsidies nauwelijks terugverdiend worden. Het budget wordt daarom beknot met 3,5 ton gulden. Wiegel merkt aan dat als alle investeringen terugverdiend zouden kunnen worden, er dan helemaal geen subsidie nodig zou zijn en dat de filmindustrie als enige kunst- en cultuuruiting die op deze manier wordt afgerekend op het terugverdienen van subsidie (Nieuwsblad van het Noorden, 9 juni 1972).

In hetzelfde jaar sluit Groep 73, de Beroepsvereniging van Creatieve Televisiemedewerkers, zich bij de NBF aan. Daarmee groeit het aantal leden tot ongeveer 400 en past men de naam aan; de Nederlandse Bond van Filmers heet nu Audiovisuele Beroepsvereniging NBF.

Niet alle leden zijn gelukkig met deze brede vertegenwoordiging, want naast televisiemakers zijn bijvoorbeeld ook steeds meer reclamemakers toegetreden. En de belangen van bijvoorbeeld grote producenten en werknemers als cameralieden lopen ver uiteen. Er ontstaat in 1979 onenigheid over het plan van de Raad voor de Kunst voor een Filmcentrum, waarmee de verdeling van overheidsgeld op een andere manier verdeeld zou gaan worden, ten gunste van kleinere, meer artistieke producties. Bij een aantal grote commerciële filmmakers roept het plan weerstand op. Zo groeit er een kloof in de filmindustrie en in het ledenbestand van de NBF (De Volkskrant, 28-3-1980).

In 1980 zeggen daarom een aantal cineasten en producenten, waaronder Bert Haanstra, Jef rademakers, Wim Verstappen en Rob Houwer, hun lidmaatschap op en richten niet veel later het Genootschap Nederlandse Speelfilmmakers (GNS) op. Tussen beide organisatie bestaat in 1980 bijvoorbeeld ook onenigheid in het advies naar het ministerie van CRM over de Nederlandse inzending voor de Oscars. GNS kiest voor Spetters, NBF voor Opname (Nieuwsblad van het Noorden, 21-11-1980).

In 1982-1983 trekken de NBF en het GNS weer samen op in de werkgroep Nederlands Filmfront, waarbij ook leden van de Nederlandse Bioscoopbond, Stichting Productiefonds voor de Nederlandse Film en de afdeling Media en letteren van de Raad voor de kunst zijn aangesloten. Samen presenteren ze op 26 april 1983 de nota de toekomst van de Nederlandse film. In de nota pleit de werkgroep voor een wet en een uitvoerend orgaan met als missie de Nederlandse filmindustrie te bevorderen. Een van de heikele punten is dat de subsidies voor Nederlandse films, in tegenstelling tot elke andere soort subsidie, direct of indirect terugverdiend moeten worden, iets waar de NBF in 1972 ook al aandacht voor vroeg (NRC Handelsblad, 27-4-1983).

In de jaren erna blijven deze organisaties samen optrekken, bijvoorbeeld door het organiseren van een gezamenlijke nieuwjaarsreceptie. Op de receptie van 1986 spreekt regisseur Wim Verstappen de aanwezigen toe. Hij benadrukt dat de Nederlandse filmindustrie onder druk staat en dat samenwerking noodzakelijk is. Branche- en beroepsorganisaties moeten samen bij de overheid lobbyen om de infrastructuur te verbeteren. Hij pleit er tevens voor dat de opbrengsten van de kabelrechten en heffingen op nieuwe media (zoals lege vhs-banden) te goed moeten gaan komen aan de Nederlandse film.

Bestuur

Jan Wiegel (ca 1971)
Ruud Schuitemaker (ca 1979)
Ryclef Rienstra
Anton Scholten

Publicaties van de NBF

  • 1950-1955 Cinemagia

Dit filmtijdschrift verschijnt onregelmatig en wordt telkens door andere makers samengesteld.

  • 1954-1977 NBF Bulletin: Tijdschrift voor filmers en t.v.-makers

Dit tijdschrift verschijnt vier maal per jaar.

  • 1975-1999 Jaarboeken, leden lijsten en informatieoverzichten

Sinds 1975 publiceerde de NBF jaarlijks een jaarboek, met daarin ledenlijsten en andere informatie. Sind 1999 worden ledenlijsten en andere informatie online gepubliceerd.

  • 1977 Cinemagia, 1950-1955

Dit is een uitgave van de BNF en de Beroepsvereniging van Nederlandse Cineasten (BVNC) en bevat en heruitgave van de jaargangen van Filmtijdschrift Cinemagia naar aanleidingvan het 25-jarig bestaan van de NBF.

  • 1977-1990 Film en TV maker

Het NFB Bulletin wordt in 1977 voortgezet als magazine dat tien maal per jaar uitkomt.

  • 1990-1996 AV magazine

Film en TV maker kampt met grote financiële tekorten en fuseert met AV Magazine

  • 1996-1999 Slate

In 1996 fuseert AV-Magazine met een aantal tijdschriften in de audio-sector en gaat verder onder de titel Quiddity AV Film en TV. Dit magazine verschijnt maar één jaar. De NBF gaat daarna verder met een publicatie getiteld Slate wat vier maal per jaar uitkomt.

Prijzen

Sinds 1979 reikt de NBF voor het eerst de Cinemagiaprijs uit. De prijs is bedoeld om filmcritici te eren. De prijs is slechts vier maal uitgereikt.