Pepijn Crone: verschil tussen versies

Uit B&G Wiki
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
Regel 6: Regel 6:
| overlijden_datum  =  
| overlijden_datum  =  
| overlijden_plaats =  
| overlijden_plaats =  
| functies = [[:Category:Nieuwslezer |Nieuwslezer]], [[:Category:Verslaggever |verslaggever]], [[:Category:Redacteur |redacteur]]
| functies = [[:Category:Nieuwspresentator|Nieuwspresentator]], [[:Category:Verslaggever |verslaggever]], [[:Category:Redacteur |redacteur]]
| bekend_van  = ''[[Jeugdjournaal]]''
| bekend_van  = ''[[Jeugdjournaal]]''
| periode_actief  = 2004 - heden
| periode_actief  = 2004 - heden
Regel 32: Regel 32:




[[Category:personen|Crone, Pepijn]] [[Category:Nieuwslezer|Crone, Pepijn]] [[Category:verslaggever|Crone, Pepijn]][[Category:redacteur|Crone, Pepijn]]
[[Category:personen|Crone, Pepijn]] [[Category:Nieuwspresentator|Crone, Pepijn]] [[Category:verslaggever|Crone, Pepijn]][[Category:redacteur|Crone, Pepijn]]

Huidige versie van 27 feb 2012 om 09:10

Pepijn Crone

NaamPepijn Crone
GeborenTilburg, 21 oktober 1981
FunctiesNieuwspresentator, verslaggever, redacteur
Bekend vanJeugdjournaal
Periode actief2004 - heden

Pepijn Crone in de media
Oeuvre Pepijn Crone

Pepijn Crone groeit op in Hilvarenbeek en gaat naar de middelbare school in Tilburg. Al vanaf jonge leeftijd is hij geïnteresseerd in de actualiteiten en leest hij veel kranten. Na een korte periode toerisme gestudeerd te hebben, begint hij in 2001 aan de Academie voor Journalistiek in Tilburg. Hier kiest hij voor televisie als hoofdrichting en een stage bij de binnenlandredactie van het NOS Journaal. Hier bereidt hij onderwerpen voor. Na zijn afstuderen in 2004 kan hij aanblijven als redacteur voor radio en televisie.

Hij werkt het seizoen 2005-2006 als redacteur bij het VARA-programma De leugen regeert, wanneer hij van een vacature voor Jeugdjournaalpresentator hoort. Hij doet een screentest en wordt aangenomen. “Het is een programma waar je echt achter kunt staan. Ik keek het zelf vroeger ook, dus het is bijna een eer om er te werken.” Ook het nieuws vertalen naar de belevingswereld van kinderen vindt hij van toegevoegde waarde. Vanaf 2007 is hij naast presentator-redacteur ook verslaggever. Hij bedrijft bij het Jeugdjournaal dus alle facetten van de journalistiek: onderwerpen bedenken, redactiewerk, het afnemen van interviews, verslag geven en het presenteren van de uitzendingen.

Als hij begint bij het Jeugdjournaal kent hij weinig kinderen. Hij moet dus echt in de wereld van games en popsterren duiken. Ook krijgt hij begeleiding bij het presenteren. In het begin kijkt hij zichzelf wel eens terug. “Dan zag ik dat ik als een konijn met bange ogen in koplampen zat te kijken. Ik had van die hele hoge wenkbrauwen, omdat ik het heel spannend vond.” Ook is het lastig om de juiste toon te vinden, bijvoorbeeld bij ernstige delicten. Het redactiewerk daarentegen leert hij vooral van collega’s en door het gewoon te doen.

Een presentatiedag begint voor hem om half elf ’s ochtends. Alle redactieleden brengen onderwerpen in en na de selectie werkt hij vaak aan een buitenlandonderwerp. Hiervoor verzamelt hij alle informatie en geschikt beeldmateriaal. Ook monteert hij zijn eigen item en begint vervolgens aan het einde van de middag met repeteren van de presentatieteksten. Deze neemt hij door met de eindredacteur en schrijft hij de teksten naar zichzelf toe. Een gemiddelde werkweek kent twee dagen verslaggeving, twee dagen presentatie en een dag redactie. Als hij een ochtenddienst heeft, komt hij om zes uur ’s ochtends de studio binnen en maakt in razend tempo met twee redacteuren een uitzending van vijf minuten.

Soms is het moeilijk om geïnterviewden in kindertaal te laten spreken. “Je moet ook wel echt aan de bak om iemand dat te laten doen. Vaak moet iets wel drie keer over. Dan moet je mensen echt coachen.” Maar hij schrijft het nooit voor ze uit. “Op beeld dan zie je dat. En het is journalistiek gezien ook niet eerlijk. Maar ik stuur wel.” Als verslaggever draait hij ook wel eens interviews voor het NOS Journaal. De samenwerking tussen de twee programma’s is erg nauw.

Een goede presentator is zichzelf, vindt hij. Hij heeft dan ook niet geprobeerd om zijn zachte G weg te poetsen, op televisie ziet de kijker meteen dat dit nep is. Daarnaast is interesse en verdieping in de onderwerpen van groot belang, alleen dan is een presentator geloofwaardig. Vooral voor kinderen is neutraliteit in de teksten heel belangrijk. Lichte sturing heeft enorm effect bij deze doelgroep. In een team van voornamelijk vrouwelijke presentatoren, probeert hij de presentatie juist een stoer karakter te geven. Enkele keren valt hij in bij het NOS journaal als presentator. “Het journaal is wel echt een instituut. Dan moet je wel iets meer een meneer zijn dan een jongen.”

Een hoogtepunt in zijn tijd bij het Jeugdjournaal is het WK voetbal 2010 in Zuid Afrika. Hier maakt hij reportages over het voetbal, maar belicht hij ook bijvoorbeeld de leefsituatie van kinderen in townships. De verkiezing van Barack Obama tot president van de Verenigde Staten maakt indruk op hem. Bij zulke gebeurtenissen is het op de hele redactie voelbaar dat er geschiedenis wordt geschreven. Centraal staat het maken van goede nieuwsverslagen voor kinderen. Als presentator wordt hij dan ook vooral door hen herkend. “Volwassenen lopen me zo voorbij. Gelukkig maar.”