Philips-Millersysteem: verschil tussen versies

Uit B&G Wiki
(Nieuwe pagina aangemaakt met 'Philips-Millersysteem Voorloper van geluidsregistratie op magneetband is het Philips-Millersysteem. Het is een elektro-mechanische manier om geluid op een band te r...')
 
Geen bewerkingssamenvatting
 
Regel 1: Regel 1:
Philips-Millersysteem
Voorloper van geluidsregistratie op magneetband is het Philips-Millersysteem. Het is een elektro-mechanische manier om geluid op een band te registreren. Een filmstrook van 7 mm breed , de zogenaamde “Philimilband” beweegt zich met een snelheid van 32 cm per seconde onder een op en neer bewegende beitel. Deze beitel, ook de snijsaffier genoemd, beweegt op en neer door aansturing van een elektrisch signaal dat afkomstig is van een geluidsbron.  
Voorloper van geluidsregistratie op magneetband is het Philips-Millersysteem. Het is een elektro-mechanische manier om geluid op een band te registreren. Een filmstrook van 7 mm breed , de zogenaamde “Philimilband” beweegt zich met een snelheid van 32 cm per seconde onder een op en neer bewegende beitel. Deze beitel, ook de snijsaffier genoemd, beweegt op en neer door aansturing van een elektrisch signaal dat afkomstig is van een geluidsbron.  


Regel 6: Regel 5:
De speelduur van dit systeem is beperkt. Een bandlengte van 300 meter maakt ongeveer een kwartier weergave mogelijk. Dit systeem betekent een verbetering in de geluidskwaliteit ten opzichte van de dan gebruikte grammofoonplaten en de optische registratie die gebruikt wordt om filmgeluid op te slaan. Het frequentiebereik loopt van lage tonen tot ongeveer 8000 [[Hertz]]. Een groot voordeel van dit systeem boven het gebruik van grammofoonplaten is dat montage, het tussenvoegen en verwijderen van passages eenvoudig is.  
De speelduur van dit systeem is beperkt. Een bandlengte van 300 meter maakt ongeveer een kwartier weergave mogelijk. Dit systeem betekent een verbetering in de geluidskwaliteit ten opzichte van de dan gebruikte grammofoonplaten en de optische registratie die gebruikt wordt om filmgeluid op te slaan. Het frequentiebereik loopt van lage tonen tot ongeveer 8000 [[Hertz]]. Een groot voordeel van dit systeem boven het gebruik van grammofoonplaten is dat montage, het tussenvoegen en verwijderen van passages eenvoudig is.  


In de jaren ’50 wordt dit systeem, door de ontwikkeling van magnetische geluidsregistratie, verdrongen door de bandrecorder.  De techniek van magnetische registratie is eenvoudiger en heeft minstens dezelfde voordelen als het Philips-Miller systeem.
In de jaren vijftig wordt dit systeem, door de ontwikkeling van magnetische geluidsregistratie, verdrongen door de bandrecorder.  De techniek van magnetische registratie is eenvoudiger en heeft minstens dezelfde voordelen als het Philips-Miller systeem.
 
[[Category:Techniek]]

Huidige versie van 4 mrt 2014 om 10:57

Voorloper van geluidsregistratie op magneetband is het Philips-Millersysteem. Het is een elektro-mechanische manier om geluid op een band te registreren. Een filmstrook van 7 mm breed , de zogenaamde “Philimilband” beweegt zich met een snelheid van 32 cm per seconde onder een op en neer bewegende beitel. Deze beitel, ook de snijsaffier genoemd, beweegt op en neer door aansturing van een elektrisch signaal dat afkomstig is van een geluidsbron.

De band bestaat uit drie lagen: de drager is een doorzichtige celluloidlaag, daaroverheen bevindt zich een doorzichtige laag gelatine en daarop bevindt zich een diepzwarte deklaag. De snijsaffier beweegt zich in het ritme van de geluidsgolven op en neer en breekt door de zwarte bovenlaag heen. Omdat de snijsaffier aan de snijkant wigvormig is zal deze naarmate het geluid harder is een bredere spleet drukken in de toplaag. Het gedrukte geluidsspoor geeft dan een zig-zagbeeld te zien. Wanneer de band wordt afgespeeld beweegt deze zich tussen een lichtbron en een lichtgevoelige cel door. Waar een grote spleet is gedrukt (hardere geluiden) wordt meer licht doorgelaten. Dat resulteert in een grotere spanning van de lichtgevoelige cel. Doordat de band beweegt wisselt de spanning van de lichtgevoelige cel constant in het ritme van de gesneden spleten, en dus in het ritme van het geluidssignaal. Na versterking wordt dit door de luidspreker hoorbaar gemaakt.

De speelduur van dit systeem is beperkt. Een bandlengte van 300 meter maakt ongeveer een kwartier weergave mogelijk. Dit systeem betekent een verbetering in de geluidskwaliteit ten opzichte van de dan gebruikte grammofoonplaten en de optische registratie die gebruikt wordt om filmgeluid op te slaan. Het frequentiebereik loopt van lage tonen tot ongeveer 8000 Hertz. Een groot voordeel van dit systeem boven het gebruik van grammofoonplaten is dat montage, het tussenvoegen en verwijderen van passages eenvoudig is.

In de jaren vijftig wordt dit systeem, door de ontwikkeling van magnetische geluidsregistratie, verdrongen door de bandrecorder. De techniek van magnetische registratie is eenvoudiger en heeft minstens dezelfde voordelen als het Philips-Miller systeem.