Pieter Verhoeff: verschil tussen versies

Uit B&G Wiki
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 15: Regel 15:
}}
}}


'''Pieter Verhoeff is filmregisseur. Hij maakt speelfilms en documentaires en is onder meer bekend van de eerste Nederlandse nep-documentaire [[Rudy Schokker huilt niet meer]]. '''
'''Pieter Verhoeff is filmregisseur. Hij maakt speelfilms en documentaires, waaronder de eerste Nederlandse nep-documentaire: Rudy Schokker huilt niet meer. '''
===Jonge jaren===
===Jonge jaren===
Pieter Verhoeff groeit op in een Protestants gezin in het Friese Lemmer. Na zijn militaire dienst gaat hij naar de sociale academie De Horst in Driebergen waar hij de opleiding tot sociaal cultureel werker volgt. Na afloop krijgt hij een baan in een kerkelijk jeugdcentrum in Amsterdam-West, maar na een jaar houdt hij het jeugdwerk voor gezien.  
Pieter Verhoeff groeit op in een Protestants gezin in het Friese Lemmer. Na zijn militaire dienst gaat hij naar de sociale academie De Horst in Driebergen waar hij de opleiding tot sociaal cultureel werker volgt. Na afloop krijgt hij een baan in een kerkelijk jeugdcentrum in Amsterdam-West, maar na een jaar houdt hij het jeugdwerk voor gezien.  

Versie van 8 feb 2018 11:45

Pieter Verhoeff en Marijke Höweler (foto: Rob Bogaerts, Nationaal Archief)

NaamPieter Verhoeff
GeborenLemmer, 4 februari 1938
Functiesregisseur, scenarioschrijver
Bekend vanRudy Schokker huilt niet meer, De dream, Jiskefet, Nynke, Tokyo Trial
Periode actief1966-heden
Werkt samen metGerben Hellinga, Cees Bijlstra
TriviaTrivia


Pieter Verhoeff is filmregisseur. Hij maakt speelfilms en documentaires, waaronder de eerste Nederlandse nep-documentaire: Rudy Schokker huilt niet meer.

Jonge jaren

Pieter Verhoeff groeit op in een Protestants gezin in het Friese Lemmer. Na zijn militaire dienst gaat hij naar de sociale academie De Horst in Driebergen waar hij de opleiding tot sociaal cultureel werker volgt. Na afloop krijgt hij een baan in een kerkelijk jeugdcentrum in Amsterdam-West, maar na een jaar houdt hij het jeugdwerk voor gezien.

Nederlandse Filmacademie

In 1964 meldt hij zich aan bij de Nederlandse Filmacademie. Hij is dan 25 jaar oud, heeft geen camera, laat staan een filmcamera.“Het scenario dat ik binnen een uur moest schrijven naar een verhaal van Heinrich Böll was in orde”, zo herinnert Verhoeff zich, “maar toen me gevraagd werd wat het brandpunt was, kwam ik met een verhaal over het houtje, het glaasje en de zon.” [1] Tot zijn eigen verbazing neemt de selectiecommissie hem toch voorwaardelijk aan en in 1966 studeert hij af. Zijn medestudenten zijn onder anderen de latere tekstschrijver Lennaert Nijgh en regisseurs Anton Haakman, Ine Schenkan en Jan Bosdriesz.

Begintijd in de televisiewereld

Na zijn studie komt Verhoeff terecht bij de IKON. Hij maakt er diverse items voor het actualiteitenprogramma Kenmerk. Ook krijgt hij er de ruimte om maandelijks een filmportret te maken, waarvan hij er in twee jaar tijd in totaal 25 maakt. Vervolgens stapt Verhoeff over naar de VPRO. Hier vragen Hans Keller en Jan Blokker hem om mee te werken aan De twintiger en dertiger jaren (1971), een serie over Nederland tijdens het Interbellum. Ook gaat Verhoeff items maken voor Het Gat van Nederland (1972-1974), een actualiteitenprogramma met interviews en eigentijdse, vooral maatschappelijke, reportages uit de Nederlandse samenleving.

Poëtisch raster

Still uit Modern leven

De VPRO biedt in de jaren 70 veel ruimte voor het maken van documentaires. Verhoeff en zijn collega’s gaan daarin op zoek gaan naar de grens tussen feit en fictie. "We gingen de werkelijkheid te lijf met een “poëtisch raster” en deden haar geweld aan, op zoek naar de waarheid,"[2] zo omschrijft Verhoeff de aanpak waarbij de aan de werkelijkheid ontleende gesprekken en taferelen en geënsceneerde beelden met elkaar vermengd worden. Dit betrekkelijk nieuwe genre krijgt in deze tijd een naam: docudrama. Een voorbeeld hiervan is Verhoeffs vijfdelige serie Modern Leven (1979) waarin hij samen met Germaine Groenier een echtpaar met huwelijksproblemen volgt.

Rudy Schokker huilt niet meer

Met de film Rudy Schokker huilt niet meer (1972) overschrijdt Verhoeff, samen met de bedenker en scenarist Gerben Hellinga, de grens tussen feit en fictie zelfs helemaal. Deze fake-documentaire, of mockumentary, vertelt het bizarre verhaal van het jongetje Rudy, dat als baby niet gewoon huilt, maar giert als een straaljager. Volgens een ‘deskundige’ in de film komt dit door een ‘verwekkingstrauma’, doordat de vader op het hoogtepunt van de verwekking zo erg schrok van een laag overvliegend vliegtuig dat hij op de grond viel. Rudy bezorgt met zijn gegier zoveel geluidsoverlast dat het gezin noodgedwongen naast de landingsbaan op Schiphol gaat wonen.

Still uit Rudy Schokker huilt niet meer

Tot verrassing van Verhoeff en Hellinga nemen veel kijkers de film serieus. “De reacties waren echt overdonderend,” aldus Verhoeff in een terugblik, “zoals dat speelgoed dat werd gestuurd naar Schiphol voor dat kleine jongetje.” Ook belde er na de uitzending een hoogzwangere vrouw die zich afvroeg of het kwaad kon dat ze naast een spoorbaan woonde. [3]

Zesendertig jaar later, in 2008, maken Verhoeff en Hellinga samen een vervolg op de film, Rudy Schokker Revisited. Hierin gaan ze op zoek naar de ouders van Rudy Schokker.[4]


Jiskefet

Verhoeff is als regisseur ook betrokken bij enkele satirische producties van de VPRO zoals Radio Bergeijk (2007), een persiflage op lokale radiostations met als vaste ingrediënten suffe jingles, knullige techniek en de persoonlijke problemen van de presentatoren, gespeeld door Pieter Bouwman en George van Houts. Daarvoor, begin jaren 90, maakt Verhoeff samen met Herman Koch, Kees Prins en Michiel Romeyn de eerste twee seizoenen van Jiskefet, een satirisch programma met absurdistische sketches. De titel voor het programma wordt zelfs aan Verhoeffs keukentafel geboren. “Ik was jarig”, zo vertelt hij in een interview, “en mijn moeder was de tafel aan het opruimen en zei: Nou, deze rommel kon toch zeker ook wel in het ‘jiskefet’, he. Dat is Fries voor ‘vuilnisbak’. En Michiel Romeyn zei: Jiskefet? Wat een grappig woord. Toen hadden we de titel.”[5]

Friese roots

Still uit De Vuurtoren

Behalve in de titel van de serie Jiskefet, schemert Verhoeffs Friese afkomst ook door in ander televisiewerk, zoals in de driedelige serie De Vuurtoren (1994). Dit in het Fries vertelde verhaal gaat over het leven van een jongen in een Fries vissersdorp aan het IJsselmeer. Verhoeff, die ook het scenario voor de serie schrijft, keert hier voor terug naar zijn eigen jeugdherinneringen. En ook een aantal van zijn speelfilms en documentaires speelt zich af in Friesland. Hij is weleens bang geweest dat hij gezien zou worden als 'de streek-romancier van de Nederlandse film’ en hij heeft om die reden zelfs films die zich in Friesland afspelen geweigerd, maar 'op een gegeven moment dacht ik: wat kan mij het schelen dat het Fries is.'[6] Dat is wanneer de speelfilm Nynke (2001) op zijn pad komt, een Friestalig kostuumdrama over kinderboekenschrijfster Nynke van Hichtum, pseudoniem Sjoukje Bokma de Boer, de echtgenote van SDAP-voormalig Pieter Jelles Troelstra.

Over de grens

Met andere producties laat Verhoeff zijn geboortegrond juist ver achter zich, zoals met zijn speelfilm De brief voor de koning (2008), gebaseerd op het gelijknamige jeugdboek van Tonke Dragt uit 1962. De opnamen voor deze film vinden behalve in Nederland ook plaats in Duitsland, België en Luxemburg. En met Tokyo Trial (2017), die Verhoeff samen met de Amerikaanse Rob King regisseert, gaat Verhoeff nog verder de grens over. In deze film staat de Nederlandse criminoloog Bert Röling (Marcel Hensema) centraal, die na de Tweede Wereldoorlog namens Nederland in het Tokio Tribunaal als rechter optreedt in het proces tegen Japanse oorlogsmisdadigers.

Onderscheidingen

Uitreiking van de Nipowschijf in 1975

Verhoeffs werk krijgt erkenning. In 1975 ontvangt hij samen met Ireen van Ditshuyzen en Nettie Rosenfeld de Zilveren Nipkowschijf voor Culemborg Bijvoorbeeld, een documentaireserie over het wel en wee in een kleine Nederlandse stad.

En ook zijn speelfilms vallen in de prijzen. Zo ontvangt hij een Gouden Kalf voor zijn speelfilmdebuut Het teken van het Beest (1981), evenals voor zijn latere producties Van geluk gesproken (1987) en Nynke (2001). In 2002 is Verhoeff gast van het jaar van het Nederlands Film Festival. En in 2013 ontvangt hij op het Noordelijk Film Festival een oeuvreprijs vanwege “de invloed van zijn oeuvre op het culturele klimaat in Friesland en Nederland en de wijze waarop hij verscheidene generaties filmmakers en publiek heeft weten te inspireren”[7]

Gebruikte bronnen

[1] Jessica Voeten, ‘De vaste route van Pieter Verhoeff’, Ons Amsterdam, maart 2009

[2] Dana Linssen, ‘Het drama onder en achter de beelden. Over films van Pieter Verhoeff’, Ons Erfdeel, jaargang 45 (2002)

[3] Fragment van het gesprek met Verhoeff en Hellinga in het Amsterdam Museum (maart 2017). Opname Jinny Thielsch, YouTube

[4] Rudy Schokker Revisited, YouTube

[5] Coen Verbraak, ‘Ik heb mijn intuïtie altijd gevolgd’, NRC.NL, 27 september 2017

[6] Jan Pieter Ekker ‘Wat kan mij het schelen dat het Fries is’, De Volkskrant, 30 september 2001

[7] ‘Pieter Verhoeff ontvangt oeuvreprijs’, Noordelijk Film Festival, 6 november 2013