Theo van Haren Noman

Uit Beeld en Geluid Wiki
Versie door Bas agterberg (Overleg | bijdragen) op 17 jul 2012 om 14:20 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'BIOGRAFISCHE SCHETS {{ Infobox Persoon | illustratie = | naam = Theodoros Josephus van Haren Noman | geboorte_datum = 29 april 1917 | geboorte_plaats = Ams...')

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

BIOGRAFISCHE SCHETS

PersoonPlaceholder.png

NaamTheodoros Josephus van Haren Noman
GeborenAmsterdam, 29 april 1917
Functiesregisseur
Bekend vanLeger van gehouwen steen
Periode actief1945-1979
Werkt samen metLouis van Gasteren Ytzen Brusse,Erik de Vries
Externe infoSite Theo van Haren Noman

Theo van Haren Noman in de media
Oeuvre van Theo van Haren Noman

Theo Van Haren Noman groeit op in Amsterdam. Na 5 jaar HBS volgt hij een opleiding voor handel en econo¬mie in Lon¬den. Na enkele baan¬tjes brengt een test bij het Psychote¬chisch Bu-reau hem op het spoor van fotografie en film. In 1939 gaat hij naar Parijs naar de Éco¬le de Photo¬graphie et Ciné¬maphoto¬graphie. De studie moet hij afbreken door de Tweede Wereldoorlog.

Gedurende de oorlog werkt hij voor verschillende fotografen, waaronder Menno Huizin¬ga te Den Haag. Hui¬zinga is actief in het verzet (hij zou door de Duit¬sers worden opgepakt) en laat Van Haren Noman foto's maken van landkaar¬ten ten behoe¬ve van geallieerde drop¬pingen. Na de oorlog meldt hij zich zonder succes bij de Film Unit van het Mili¬tair Gezag, die onder leiding staat van John Fernhout. Op 15 juli 1945 begint Theo van Haren Noman als reportage-foto¬graaf bij ANEFO (Alge¬meen Neder¬lands Fotobu¬reau). De foto's die hij in de perio¬de 1945-46 heeft ge¬maakt, zijn te vinden in het Alge¬meen Rijksar¬chief te Den Haag in de collec¬tie van het voorma¬lige Film- en Fotoar¬chief van de Rijks Voor¬lichtingsdienst (RVD).

Op 6 januari 1947 begint Van Haren Noman zijn filmcarrière bij de NV Filmfa-briek Poly¬goon te Haarlem. In het begin werkte hij als leer¬ling-came¬ra¬man. Na enige tijd maakt hij zijn eerste eigen jour¬naalonder¬werp: het openbreken door ijsbrekers van het Noordhollands kanaal. Theo van Haren Noman heeft ruim vier en een half jaar bij Polygoon-Profil¬ti gewerkt en er zijn film¬tech¬nische oplei¬ding gekregen. Naast talloze jour¬naal¬re¬por¬tages heeft hij ook aan documen¬taires meege¬werkt en later ook zelf gemaakt, bijvoorbeeld voor de Neder¬land¬se Spoorwegen en twee opdrachtfilms voor de Marine. In de eerste, over de MAR-VA, de Marine Vrouwen Afdeling te Ley¬duin Vogelen¬zang, is een hoofd¬rol weggelegd voor Kitty Knappert. De tweede, waaraan hij samen met camera¬man Piet Out werkt, gaat over het Hulpvliegdekschip Hr.Ms. K¬arel Door¬man tijdens oefe¬ningen in de Schotse Wateren.

In 1948 krijgen Theo van Haren Noman, Johan Blansjaar en Anton Koolhaas de op-dracht om een compilatie¬film te maken ter gelegenheid van het vijftigjarig regerings¬jubi¬leum van Koningin Wilhelmina. Bijzonder aan deze film, Moeder des lands, is dat in de openingsscène Philip Bloemendal en Jeanne Roos samen het bed delen. Later treedt Theo van Haren Noman met deze journaliste, die onder meer voor het dagblad Het Parool werkt, in het huwelijk.

In 1949 maakt Van Haren Noman samen met Leen van Dijk in op¬dracht van de RVD een film over de feestdagen van december, Licht en warmte in koude en duisternis. Zijn eerste contact met de wereld van de speel¬film doet hij op als cameraman van de film De dijk is dicht van Anton Kool¬haas.

In 1951 gaat Van Haren Noman zelfstandig films ma¬ken. Zijn eerste film als 'freelancer' is in samen¬werking met Louis van Gasteren. Het is een opdracht van Van Houten’s Chocoladefabriek, Bruin goud. Voor deze film maken ze een reis naar Accra, de hoofdstad van de Goud¬kust. De samenwerking en reis leidt vervolgens tot nog twee andere films, Dwars door de Sahara en Accra, haven zonder kranen.

Van Haren Noman heeft verschillende opdrachten, onder andere filmt hij de Watersnoodramp in 1953 en maakt hij een film voor het Centraal Bureau in 1954, De zekere weg. In 1955 werkt hij als chef-cameraman op de manifestatie E55 onder leiding van Erik de Vries. Na de E 55 gaat Van Haren Noman op reis naar Nederlands Nieuw-Guinea, waar hij samen met Alan Pendry in opdracht van Shell Ne¬derland een film maakte over de olieboring in moeilijk toe¬gankelijk gebied, Luchtbrug Salawati. De film wordt geproduceerd door Ytzen Brusse. Twee documentaires die Van Haren Noman ook voor Shell maakt, over brand¬preventie in laboratoria, zijn nooit extern ver¬toond.

In 1957 ontvangt Theo van Haren Noman voor de vrije film Een leger van gehouwen steen in zeven verschillende landen prijzen, waaron¬der ook de Staats¬prijs voor de Ne¬der¬landse film. Deze film is over de gehele wereld, van Warschau tot New York, enthou¬si¬ast ontvangen. Bovendien is hij tot ver in de jaren zestig jaarlijks tijdens de Dodenherdenking van 4 mei op televisie getoond. Na dit grote succes maakt hij in 1958 Gisteren komt nooit weerom…, over de lotgevallen van een Joodse jongen uit de Amster¬damse Joden¬buurt. Na twee opdrachtfilms maakt Van Haren Noman in 1962 zijn derde vrije film. Deze toont met behulp van vele tekenin¬gen, gemaakt door kin¬deren uit de lagere school, Sint Nicolaas en hoe hij leeft in Spanje, ’T was een vreemdeling zeker.

In 1967 tekent Theo van Haren Noman met Brievenbus voor het eerste commerciële spotje dat in Neder¬land op televisie is uitgezonden. Het is de eerste STER reclame, gemaakt in opdracht van de Verenigde Neder¬landse Dag¬bladpers. In 1968 maakt Van Haren Noman dertien voorlich¬tings¬films over de verschillende aspecten van het leven in de Middeleeuwen. Deze korte filmpjes zijn voorafgaande aan de populaire jeugdse¬rie Floris uitge¬zonden. In 1969 volgt Van Haren Noman een opleiding tot TV-regis-seur, die werd gegeven in het gebouw Sant¬bergen in Hilversum.

In 1970 filmt Van Haren Noman de restauratie van de Boroboedoer, de Boeddhistische tempel op Java. Ook maakt hij in de periode van 1969 tot 1973 in totaal acht TITAN-spots. Voor de Katho¬lieke Universiteit Nijmegen en de Erasmus Universiteit Rotterdam vervaardigt Van Haren Noman in de periode van 1974 tot 1979 diver¬se on¬der¬wijs¬films. De laatste film van Theo van Haren Noman is over mond-op-mond-beade¬ming en is een tweede deel van Laat nooit iemand stikken die hij in 1981 vervaardig¬t in op¬dracht van de Stichting Maatschappij tot Redding van Drenkelingen.

Van 1963 tot 1969 is Theo van Haren Noman lid van de Raad van de Kunst, van 1971 tot 1975 van de Amsterdamse Kunstraad en van 1981 tot 1985 van de Cultu¬rele Raad Noord-Brabant. Ook is hij actief lid van de Nederlandse Beroeps¬vereniging van Fil¬mers (NBF). Na 1982 wijdt Theo van Haren Noman zich aan de schilderkunst.