Willy van Hemert

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
PersoonPlaceholder.png

NaamWillem Catharinus van Hemert
GeborenUtrecht, 29 maart 1912
GestorvenHechtel (België), 26 juni 1993
Functiesregisseur, tekstschrijver, acteur, cabaretier
Bekend vanBartje, Dagboek van een herdershond, De glazen stad, De kleine waarheid, De toverspiegel, De weg
Periode actief1942-1985
Werkt samen metWilleke Alberti, Joop Doderer, Joop van den Ende, Coen Flink, Harry de Groot, Ko van Dijk, Erik de Vries
Triviavader van muziekproducent Hans van Hemert en regisseur Ruud van Hemert en is getrouwd geweest met Caroline Kaart

Willy van Hemert in de media
Oeuvre van Willy van Hemert

Zonder hem zou de geschiedenis van Nederlands televisiedrama er ongetwijfeld heel anders hebben uitgezien. Samen met televisiepionier Erik de Vries staat Willy van Hemert aan de wieg van de nationale televisie. Een groot deel van zijn oeuvre is in het collectieve televisiegeheugen gegrift. Mies Bouwman karakteriseert hem als "een bezeten vakman" en zelf zegt Van Hemert dat hij een "dwingeland en bemoeial" is: als hij plannen heeft iets te maken, dan staat niets hem in de weg.

Wanneer Van Hemert op het Bonifacius Lyceum in Utrecht zit, trekken cabaret en toneel zijn aandacht. Hij speelt een rol in het stuk Omnis Terra dat geschreven is door Jacques Schreurs, tevens auteur van de roman Kroniek eener parochie. Opmerkelijk is dat Van Hemert dit boek later als inspiratiebron gebruikt voor de serie Dagboek van een herdershond. In navolging van Schreurs, begint Van Hemert na de middelbare school aan een opleiding tot priester. Daarna studeert hij korte tijd rechten en economie in Utrecht, maar zijn roeping blijkt elders te liggen.

Voordat de oorlog uitbreekt, leidt een weddenschap ertoe dat Van Hemert als voorzanger bij de Fritz Hirsch Operette optreedt. Daar ontmoet hij zangeres en danseres Miep Kronenburg, met wie hij voor het eerst in het huwelijk treedt.

Via de Bouwmeester-Revue en het vermaarde Leidsepleintheater, waar ook Wim Sonneveld debuteert, raakt hij actief betrokken bij de wereld van cabaret. Van Hemert maakt deel uit van een schrijverscollectief dat teksten produceert voor Sonneveld. Daarnaast werkt hij mee aan de eerste revue van Toon Hermans, met de toepasselijke naam Première. Kort daarop besluit hij zijn eigen groep op te richten: het Regenboog Cabaret. In 1942 schrijft Van Hemert het stuk Paarlen voor de zwijnen, waarin hij onder meer met Ko van Dijk op de bühne staat.

Na de oorlog is Van Hemert werkzaam bij VARA-radio en treedt hij op met zijn groep Cabaret Willy van Hemert, waar ook Fien de la Mar deel van uitmaakt.

Naast het schrijven van teksten voor cabaret, theater en radio, begint Van Hemert in de jaren vijftig aan zijn televisieloopbaan. In de herfst van 1951 verschijnt De toverspiegel op de beeldbuis, het eerste televisiespel waarmee Van Hemert en Erik de Vries een handjevol kijkers kennis laat maken met het fenomeen televisiedrama. Toen is al snel duidelijk geworden dat Van Hemert gevoel heeft voor drama.

In 1952 reist hij af naar Londen om meer te leren over het medium televisie. De jaren daarop regisseert Van Hemert diverse single plays voor de VARA, waaronder Het paard van Troje, De sleutel en Het huis van mijn ouders.

In zijn speelfilmdebuut Jenny, tevens zijn enige film en de eerste Nederlandse film in kleur, speelt dochter Ellen de titelrol. De film is gebaseerd op de Duitse film 8 Mädels im Boot uit 1932. In 1958, hetzelfde jaar waarin Jenny verschijnt, wordt opnieuw een Duitse versie ervan uitgebracht.

Van Hemert blijkt ook talent te hebben voor het produceren van songteksten. Zo schrijft hij voor Corry Brokken het nummer Net als toen, waarmee ze in 1957 het Eurovisie Songfestival wint. Twee jaar later schrijft Van Hemert opnieuw een lied dat in de smaak valt bij de festivaljury, ditmaal gezongen door Teddy Scholten.

Datzelfde jaar schrijft hij op muziek van Joop de Leur de legendarische Zuiderzeeballade. Van Hemert presteert het om de tekst binnen één dag op papier te krijgen. Pas in 1962 wordt dit klassieke levenslied op plaat uitgebracht; het nummer slaat aan bij het publiek en blijft vier maanden in de hitlijsten staan. De Zuiderzeeballade is jarenlang ongekend populair en wordt zelfs uitgeroepen tot de smartlap van de twintigste eeuw.

Halverwege jaren zestig drukt Van Hemert definitief een stempel op de ontwikkeling van Nederlands televisiedrama. In opdracht van de NCRV maakt Van Hemert in 1968 een televisiebewerking van De glazen stad naar het boek van Piet Risseeuw. De achtdelige serie is het eerste televisiefeuilleton van eigen makelij en groeit uit tot een enorm succes. Op zijn toppunt weet de serie maar liefst vijf miljoen kijkers te trekken. Tot op heden krijgt de NCRV verzoeken om herhalingen uit te zenden, maar helaas is er weinig archiefmateriaal van bewaard gebleven.

In de jaren zeventig gebruikt Van Hemert wederom literaire klassiekers als inspiratiebron voor zijn televisieproducties. Waar Pleuni Touw en Hans Boswinkel hun opwachting maken in De glazen stad, betekent de adaptatie van De kleine waarheid in 1970 de nationale doorbraak voor de nog onervaren Willeke Alberti. Zij beschouwt Van Hemert als de vaderfiguur aan wie zij haar carrière heeft te danken. Een uiterst kostbare en omvangrijke serie als De kleine waarheid, bestaande uit zesentwintig afleveringen, is niet eerder op de Nederlandse televisie vertoond. Het is een van de hoogtepunten uit Van Hemerts carrière, die zowel de regie, productie als songteksten voor zijn rekening neemt.

De welbekende uitspraak Ik bid nie veur brune bon’n spreekt nog altijd tot de verbeelding dankzij Van Hemerts succesvolle bewerking van Bartje, naar de gelijknamige roman van Anne de Vries. In de serie vervullen amateurspelers de hoofdrollen, wat overigens niet betekent dat de serie aan overtuigingskracht inboet.

Kort daarop verschijnen wederom klassiekers van zijn hand die echter wisselen in succes. Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de NCRV schrijft Van Hemert in 1974 Dynastie der kleine luyden. De populariteit van zijn eerdere series lijkt moeilijk te evenaren aangezien dit historisch drama onvoldoende kijkers weet te beroeren.

Vanaf eind jaren zeventig is Van Hemert werkzaam voor de KRO, waar hij onder meer Dagboek van een herdershond, De weg en De appelgaard voor regisseert. Met die series lukt het Van Hemert zijn naam in ere te herstellen. De eerste twee worden bekroond met een Televizierring, ondanks dat De weg op forse kritiek stuit. Daarin komen namelijk thema’s aan de orde die gevoelig liggen bij de KRO, zoals een gebroken huwelijk en homoseksualiteit. In 1985 wordt De appelgaard op televisie uitgezonden, de laatste serie waaraan Van Hemert als regisseur en scenarioschrijver meewerkt.

Nadien verdwijnt hij uit beeld, ook al heeft hij dat zelf liever anders gezien. Stiekem hoopt Van Hemert op een comeback, maar de omroepen bieden hem geen opdrachten meer aan. De laatste jaren van zijn leven leidt Van Hemert een teruggetrokken bestaan in het Belgische dorpje Hechtel. Een herseninfarct heeft defintief een punt gezet achter zijn carrière. Hij overlijdt in de zomer van 1993 en wordt begraven op de Algemene Begraafplaats in zijn vroegere woonplaats Blaricum.


Prijzen en onderscheidingen

Gouden plaat voor de Zuiderzeeballade (1967)

Gouden Harp vanwege zijn grote verdiensten voor de Nederlandse lichte muziek (1972)

Gouden Televizier-ring voor Dagboek van een herdershond (1978)

Gouden Televizier-ring voor De weg (1983)