Wim van der Velde

Uit Beeld en Geluid Wiki
Versie door DofT (Overleg | bijdragen) op 15 jul 2019 om 09:08

Ga naar: navigatie, zoeken

Geëngageerd filmer die als geen ander de zeggingskracht van het beeld gebruikt

Vorming en opleiding

Als Wim van der Velde in 1957 debuteert met de documentaire Stervende taal, heeft hij al enige filmervaring. In 1948 deed hij de productie bij de tweedelige film Boer Pietersen schoot in de roos van Ytzen Brusse over het effect van de Marshallhulp. Hij was cameraman bij Hallo, hallo, hier R.P. 10 (1950) van Peter Staugaard, had het scenario geschreven voor Slaet Opten Trommele (1952) van Mannus Franken en was algemeen assistent bij Fons Rademakers' Dorp aan de rivier (1958) en Bert Haanstra's Spiegel van Holland (1950). Zijn carrière zou nauw verweven blijven met Haanstra.

Van der Velde volgt een filmopleiding aan het Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome met een beurs van de overheid. In het jaar dat hij debuteert met Stervende taal maakt hij ook zijn eerste speelfilm Tros, met amateuracteurs. Zijn lef wordt geprezen, maar het spel van de amateurs wordt ondermaats genoemd. Desondanks zijn de verwachtingen van de toekomstige films van Van der Velde hooggespannen.

Opdrachtfilmer

Na Stervende taal, een opdrachtfilm voor Stichting Film en Wetenschap over een gebarentaal voor doofstommen die in onbruik raakt, volgen meer opdrachtfilms. Wil om te winnen (1960) is een opdrachtfilm voor de Nederlandse Vereniging tot Reumabestrijding. Waar Van der Velde in Stervende taal een relatie legt tussen gebaren van horenden in een lawaaiige omgeving en de gebaren van doofstommen, zo maakt hij in Wil om te winnen een vergelijking tussen revalidatie van sporters en mensen met reuma. Deze benadering valt in goeie aarde. Toch lijkt de opdrachtfilm Van der Velde te beperken in zijn mogelijkheden, zo wordt geopperd bij de bespreking van Vrije vaart (1963). Deze wervingsfilm voor matrozen gemaakt voor het Koninklijk Zeemanscollege De Groninger Eendracht spiegelt volgens de critici een te zonnig beeld.

VPRO

In 1961 treedt Van der Velde in dienst van de VPRO. Hij debuteert er met Polders voor industrie waarvoor hij het camerawerk doet. Met Herman Kuiphof maakt hij een documentaire over de Elfstedentocht. Het meest ambitieuze project voor de VPRO is ongetwijfeld Wedloop om morgen met cameraman Pim Korvers. Een serie van vijf afleveringen over ontwikkelingsprojecten in verschillende landen in het Midden- en Verre Oosten. De eerste aflevering krijgt een lovende recensie in De Telegraaf, het beeld, de samenstelling en de muziek zijn alle goed getroffen. Zijn laatste documentaire voor de VPRO is Ruimte voor miljoenen (1965), waarmee hij opnieuw een geëngageerde documentaire maakt.

Geëngageerd filmer

De kwaliteiten van Van der Velde komen het best tot zijn recht als hij betrokken is bij het onderwerp. De film Niet genoeg (1968), gemaakt in opdracht van de OESO, belicht het wereldvoedselprobleem. In de documentaire spreekt Ton Lutz het door Anton Koolhaas geschreven commentaar, maar het verhaal wordt door Van der Velde vooral verteld door de indringende beelden van cameraman Ed van der Enden. De film wordt alom bejubeld en in Monte Carlo bekroond met de Gouden Nimf.

Filmacademie

In 1978 wordt Van der Velde lid van de driekoppige directie van de Filmacademie, naast Rens Groot en Hans Klap. Hij is dan al docent aan die academie. Hij zal tot 1987 deze functie bekleden. Aan het einde van zijn carrière maakt Van der Velde nog enkele films met Bert Haanstra (Kinderen van Ghana) en Anton van Munster (Quartet en Le quattro stagioni). In 2018 draagt hij zijn archief over aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.