Cor Icke

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
PersoonPlaceholder.png

NaamCor Icke
GeborenOudshoorn, 7 november 1913
GestorvenBilthoven, 1996
FunctiesAmateurfilmer, Animatiefilmer
Bekend vanDe kleine beer, Loeki de Leeuw
Periode actiefjaren 40 - jaren 80
Werkt samen metDollywood
Externe infoCor Icke op het Amateurfilm Platform



'... als je iets maakt, dan moet je bij voorkeur iets maken, dat zo interessant is, dat de mensen het zien willen'

Dollywood

Cor Icke is opgeleid als tekenleraar. Aanvankelijk gaat hij aan de slag als illustrator van boeken, tijdschriften en brochures. Na het wegvallen van de Marshallhulp raakt hij werkloos. Met het tweedehands cameraatje dat hij heeft gekocht om zijn kinderen te filmen en het boekje 'Smalfilmers ideeën' van Dick Knegt, leert hij zichzelf het vak van filmmaker en animator. Hij gaat filmpjes maken met zijn kinderen volgens een scenario. Zijn eerste opdracht is een instructiefilm voor het Antoniusziekenhuis in Utrecht. Met het celluloid dat hij over heeft, maakt hij zijn eerste tekenfilm in kleur met synchroon geluid. Het is deze tekenfilm, met in de hoofdrol enkele schilderijen in een museum, die hem de baan bij animatiestudio Dollywood bezorgt.

Bij Dollywood werkt Icke het eerste jaar aan tekenfilms. Dan wordt hij gevraagd om poppenfilms te maken. Een overstap die in de praktijk reuze mee valt. In de 25 jaar die hij bij Dollywood werkt heeft Icke uiteindelijk tientallen poppenanimaties gemaakt en heeft hij acht jaar aan Loeki de Leeuw gewerkt. Hij heeft er meer dan 2000 afleveringen mee gemaakt. Het meest trots is hij op 'Cavalcade', een poppenfilm van tien minuten voor Philips.

De liefhebber

Zijn werk als poppenanimator weerhoudt Icke er niet van om in zijn vrije tijd films te blijven maken. Dit zijn zowel kleine speelfilms, animaties als familiefilms. Een enkele keer gebruikt hij het medium om zijn maatschappijkritiek te uiten, zoals in 'Overbevolking' en 'Morgen is te laat'. Ook filmt hij als studiemateriaal, zoals zijn 'Wolken timelapse' en 'Locomotieven'. Met zijn film Angst wint hij in 1951 een prijs bij een NOVA-festival, de tweede in de categorie Speelfilm met geluid. In deze film, net als in veel andere, spelen zijn kinderen Vincent, Frans en Saskia de hoofdrol. Er volgen meer prijzen bij dit festival. Zo ontvangt hij in 1959 een eerste prijs voor zijn tekenfilms Circus en Tiger rag en in 1960 een tweede prijs voor zijn charmante jeugdfilm De kleine beer.

Naast het filmen geeft hij lezingen aan collega smalfilmers. Hij ergert zich aan de manier waarop fabrikanten over het filmen praten in hun brochures. Alsof iedereen zomaar kan filmen.

Waardering als kunst

Icke heeft naast waardering in de wereld van de smalfilmers ook de wereld van de kunst kunnen beroeren met zijn films. In 1956 wordt zijn 'Dutchy op glad ijs' bekroond op de Biënnale in Venetië. In de Atelier-expositie 'Beeldje voor beeldje' in het Stedelijk Museum in 1974 is 'De peer' te zien, een STER-reclame die hij gemaakt heeft met Henk Kabos.