DVD

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De huidige videodisc heeft een lange voorgeschiedenis.

enkele voorlopers

In 1892 neemt de Fransman Georges Demeny patent op de ‘phonoscoop’, ontwikkeld in 1891. Dit apparaat legt kleurenplaatjes vast op een glazen schijf.


In 1898 brengt een camerabouwer in New York een apparaat op de markt dat een combinatie is van een filmcamera en projector, “The Spiral”. Op een glazen plaat van twintig centimeter is ruimte voor 200 beelden die in een spiraal worden vastgelegd. Wanneer de plaat wordt afgespeeld met 16 beelden per seconden is de speelduur 13 seconden. In 1907 patenteert T. Brown een fotografische plaat waarop ongeveer 1200 afbeeldingen in een spiraal worden geregistreerd. Afspelen met 16 beelden per seconden geeft een speelduur van 75 seconden. Het systeem komt op de markt onder de naam “Urban Spirograph” van “Charles Urban” en er worden schijven geproduceerd. Dit systeem is geen lang leven beschoren en verdwijnt spoedig uit beeld.


Een Franse uitvinder die bij Westinghouse werkt neemt in 1952 patent op een systeem met een langzaam draaiende plaat waar op een spiraalvormig spoor anderhalve millimeter grote beeldjes worden opgenomen. Een scanner beweegt zich over de beelden en produceert een video beeld. Synchroon hieraan draait een vinylplaat mee om het geluid te produceren. Een goed werkbaar systeem is nooit gerealiseerd.


In 1965 komt de Westinghouse Electric Corporation met de "Phonovid", een systeem met plaats voor 400 beelden en 40 minuten aan geluid. Het systeem maakt gebruik van een standaard platenspeler, de beelden worden traag opgebouwd.


In 1970 komt Telefunken in Duitsland en Oostenrijk met de “Television Electronic Disc”, een mechanisch systeem met een plaat van 30 centimeter en een speelduur van acht minuten. Het systeem wordt verlaten om plaats te maken voor het VHS systeem.


In 1975 introduceert Hitachi een videosysteem waar de informatie voor kleur, helderheid en geluid op een holografische wijze wordt vastgelegd. Ieder beeld wordt in de vorm van een hologram van 1 millimeter vastgelegd op de schijf van 305 millimeter. Een laser leest het hologram vanuit drie posities. De capaciteit is 54.000 beelden met een speelduur van 30 minuten bij gebruik van het systeem NTSC kleurensysteem of 36 minuten wanneer PAL of SECAM wordt gebruikt.


In 1978 komt in Amerika het "DiscoVision" systeem uit. Het wordt ontwikkeld door MCA en Philips. Het maakt gebruik van een optisch reflectiesysteem dat wordt gelezen door een laser. Het krijgt af en toe een nieuwe naam, zoals “VLP”, “Laservision” en “CD Video”. Uiteindelijk geeft het Japanse bedrijf “Pioneer Electronic Corporation” het de naam “Laser Disc”.


Thomson CSF ontwikkelt een ander systeem. Het bestaat uit een dunne flexibele video schijf met aan de ene zijde een laserlichtbron en aan de andere zijde een lichtgevoelig element. Het systeem is in 1980 ontwikkeld voor de industriële en educatieve markt. Op elke zijde is ruimte voor 50.000 frames en beide zijden kunnen worden gelezen zonder de noodzaak de schijf om te draaien. In 1981 stapt Thomson uit de video disc markt.

In 1981 produceert RCA een systeem met de naam “Selecta Vision”. Een naald tast een groef af in de geperste plaat en registreert een veranderende capaciteit in de onderliggende plaat. Het systeem heeft het een paar jaar opgenomen tegen Laserdisc voor het werd verlaten.

De huidige DVD bestaat uit een kunststof schijfje waarop een laser putjes heeft gebrand door aansturing met de beeld- en geluidsinformatie. Aflezen gebeurt ook met een laser die de ingebrande informatie registreert, en de elektronica in de speler verzorgt de verwerking tot het signaal dat naar het beeldscherm en de audioversterker wordt gestuurd.