Eerste zenders

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

In de eerste jaren van de twintigste eeuw ontstaat een wereldwijd communicatie-systeem dat gebaseerd is op draadloze telegrafie. De berichten worden verzonden via morsesignalen. Het principe is dat het zendersignaal in het ritme van het morsesignaal, punten en strepen, onderbroken wordt. Deze vorm van communicatie wordt vooral gebruikt om te communiceren met schepen die zich op zee bevinden. Draadloze telefonie met spraak is dan nog niet mogelijk.

op zoek naar de goede draaggolf

Om de nieuwe vorm van communicatie van de grond te krijgen moet aan minstens twee voorwaarden worden voldaan: a. Er moet een zuivere draaggolf worden opgewekt van 100 Kilohertz of hoger, en deze moet voldoende sterk zijn. b. Deze draaggolf moet gemoduleerd kunnen worden.

De eerste zenders zijn van het type vonkzender. Deze hebben als nadeel dat de draaggolf niet echt zuiver is. Dit resulteert in veel storende bijgeluiden aan de kant van de ontvanger. Men gaat op zoek naar andere manieren om een goede draaggolf op te wekken. Men gaat experimenteren met een zogenaamde booglampzender. De opgewekte draaggolf is van betere kwaliteit en in het koninklijk paleis in Laecken, België, worden de eerste uitzendingen gedaan. Bij de inval van Duitse troepen in 1914 wordt deze zender ontmanteld. Maar het begin is er.

doorbraak

Een verbetering in de kwaliteit van de draaggolf wordt bereikt door de toepassing van een hoogfrequentmachine. Het Amerikaanse bedrijf General Electric ontwikkelt en bouwt voor de Amerikaan Fessenden een installatie waar een zeer snel draaiende dynamo een voldoende stabiel signaal produceert om een aanvaardbare kwaliteit draaggolf op te wekken. (Zie ook Alexanderson generator) Het is al een hele verbetering maar voor de huidige hoge frequenties waarmee men tegenwoordig werkt is het nog niet voldoende. Op Kerstavond 1906 zendt Fessenden een eerste radiotelefonieprogramma uit met zang, vioolspel, muziek van de pathefoon en declamatie. Er zijn nog nauwelijks radioluisteraars op het land, maar des te meer op schepen. Menig scheepsmarconist zal er met verbazing naar hebben geluisterd, gewend als ze waren aan morsesignalen voor communicatie.

modulatie

Om aan de tweede voorwaarde te voldoen moet de draaggolf zodanig worden gemoduleerd dat de ontvanger er een verstaanbaar signaal uit kan detecteren. Voor de toepassing van de radiolamp wordt deze modulatie gedaan met een koolmicrofoon. De modulatievorm die wordt toegepast is AM, amplitude modulatie. Een koolmicrofoon wordt tussen de zender en de antenne geplaatst. Wanneer men spreekt varieert de weerstand van de microfoon en daardoor varieert automatisch de stroomsterkte van het signaal dat wordt uitgezonden. Omdat het zendersignaal door de microfoon loopt wordt daar warmte ontwikkeld en daarom wordt gebruik gemaakt van een microfoon die met water gekoeld wordt. Aan de ontvangerkant is een lange antenne nodig en een detector, waarvan de ontwikkeling nog in de kinderschoenen staat. Deze installatie was duidelijk nog niet geschikt om op grote schaal omroepradio de wereld in te helpen. Bovenstaande ontwikkelingen hebben zeker een onmiskenbare invloed gehad op de ontwikkeling ervan.