Enkelzijbandmodulatie

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

zenderkant

Een doorsnee zendersignaal bestaat uit een draaggolf die met een laagfrequent signaal is gemoduleerd. De draaggolf zelf bevat geen directe informatie van het modulerend signaal en zou, als de frequentie bekend is, niet meegestuurd hoeven worden. Om zoveel mogelijk energie van de zender in het informatiegedeelte te stoppen wordt dus de draaggolf, die geen informatie bevat weggelaten en alleen één van de twee zijbanden wordt uitgezonden. Met de uitgespaarde energie kan de zijband zo zes keer krachtiger worden. Een ander voordeel is dat het signaal minder ruimte inneemt waardoor in een smal frequentiegebied meerdere zenders kunnen opereren zonder elkaar in de weg te zitten. Wanneer een kortegolfzender met één enkele zijband en onderdrukte draaggolf wordt gebruikt voor spraak, dan wordt er nauwelijks iets uitgezonden wanneer er niets wordt gezegd. Dit komt door het ontbreken van de draaggolf. Pas wanneer iemand in de microfoon praat, wordt een signaal uitgezonden.

ontvanger

De ontvanger moet heel nauwkeurig op het SSBsignaal worden afgestemd. In de ontvanger wordt een signaal opgewekt met de frequentie van de zender. Dat gebeurt in de zogenaamde BFO, Beat Frequency Oscillator. Zodra de ontvanger op de frequentie van een SSB signaal wordt afgestemd wordt het SSB signaal hoorbaar. Welke van de beide zijbanden wordt uitgezonden is een historisch gegroeide keuze. Op frequenties onder de 8 MHz gebruikt men meestal LSB (Lower Side Band) en bij frequenties erboven van bovenzijband of USB (Upper Side Band).