Herman van der Horst

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Herman van der Horst

NaamHerman Hendrikus van der Horst
GeborenAlblasserdam, 30 december 1910
GestorvenHaarlem, 8 januari 1976
FunctiesCameraman, Documentairemaker
Bekend van't schot is te boord, Houen zo!, Prijs de zee, Faja lobbi
Periode actief1942 - 1976
Werkt samen metGreet van der Horst-Admiraal, Nol Binsbergen, Paul Schuitema, Allan Penning
Media
Audio fragmentenAudio.png
Video fragmentenBeeld.png

Herman van der Horst in de media
Oeuvre van Herman van der Horst

Herman van der Horst is een perfectionist die het liefst in zijn eentje werkt, met alleen zijn vrouw Gré in de buurt. Net zo als hij dagen kan wachten totdat de wind met het juiste ritme een veld vol gerst in beweging brengt, zo kan hij ook nachtenlang sleutelen aan beeld- en geluidsmontage, voordat hij eindelijk tevreden is. Zijn filmstijl past prima bij de wederopbouwtijd maar wordt in de jaren zestig achterhaald door de maatschappelijke veranderingen.'


Beginjaren

Hermanus Hendrikus van der Horst wordt geboren op 30 december 1910 te Alblasserdam. Hij is de zoon van Cornelis van der Horst, scheepstimmerman, later werknemer in een staalfabriek, en Laurina Adriana Elenbaas.

Bioscoopbezoek is taboe in het gereformeerde milieu waarin Herman van der Horst opgroeit. Naar eigen zeggen is hij dan ook al ruim de twintig gepasseerd voordat hij zijn eerste film ziet. De film heet Trader Horn (1931) en is een kruising tussen een natuurfilm en een avonturendrama, die op locatie in de binnenlanden van Afrika is opgenomen. Van jongs af aan heeft Van der Horst al grote interesse in de natuur en tekent hij graag vogels.

In de tweede helft van de jaren twintig verhuist het gezin van Kinderdijk naar Beverwijk, waar zijn vader een baan bij de Hoogovens krijgt. Nadat hij de Handelsschool heeft afgerond, enige tijd op de loonadministratie van de Hoogovens heeft gewerkt en zijn dienstplicht heeft vervuld, gaat Van der Horst de kost verdienen als boekhouder.

Hij verzorgt de administratie voor verschillende ondernemers. Eén daarvan is slagerij Admiraal, waar hij zijn toekomstige vrouw Gré leert kennen. Op 26 juli 1944 zouden zij in het huwelijk treden.


Vogels, Texel en Film

Naast zijn werk als boekhouder start hij in Velsen een atelier voor het opzetten van vogels. In navolging van bekende ‘vogelaars’ als Ad. Burdet, Jan P. Strijbos en Nol Binsbergen ontdekt ook Van der Horst de voordelen van de fotocamera. Hij wordt een frequent bezoeker van Texel dat op dat moment ‘vogeleiland’ bij uitstek is. In 1941 wordt hij benoemd tot directeur van het Texels Museum, als opvolger van de oprichter en oud-onderwijzer Hendrik Jan Kraai, die onverwacht is komen te overlijden. Van der Horst is van mening dat de museumbezoeker centraal dient te staan. Die zou ‘het liefst voorwerpen uit zijn dagelijkse omgeving zien, die op verrassende wijze belangwekkend gemaakt waren’. Met dit doel liet Van der Horst 25 diorama’s ontwerpen van ‘de voornaamste karakteristieke Texelse landschapsvormen’. Verder wil hij een collectie van zowel foto als film aanleggen.

Samen met Nol Binsbergen, van wie hij veel heeft opgestoken op het gebied van de vogelfotografie, begint Van der Horst aan het maken van de film Texel, de parel der Waddeneilanden. De film komt tot stand met financiering van Texels Eigen Stoomboot Onderneming (TESO). Daarnaast werkt Van der Horst in zijn eentje aan de film Metamorphose een film over de metamorfose van rups tot vlinder. Beide films worden na de bevrijding pas in roulatie gebracht. Van der Horst heeft het Texels Museum tegen deze tijd al weer verlaten.


Multifilm en de NWF

Voor het ontwikkelen en afwerken van deze films maakt Herman van der Horst gebruik van de faciliteiten van Multifilm in Haarlem. Hij voelt zich helemaal thuis bij dit bedrijf. Voor Metamorphose mag hij gebruik maken van micro-opnamen die zijn opgenomen door J.C. Mol, de oprichter van Multifilm.

In juni 1945 wordt de Nederlandsche Werkgemeenschap voor Filmproductie (NWF) opgericht met als doel om de ideeën over een nieuw filmbestel in de praktijk te brengen. Het pand van Multifilm wordt de thuisbasis voor de NWF. De meeste leden van de werkgemeenschap hebben al vóór de oorlog hun sporen op filmgebied verdiend. Ondanks het feit dat er nog geen enkele film van hem in het openbaar is vertoond, wordt Herman van der Horst toch gevraagd zich als volwaardig lid aan te sluiten.

Van het College van Algemene Commissarissen voor de Wederopbouw en later het Ministerie van Openbare Werken krijgt de NWF de opdracht om een reeks van korte documentaires over de wederopbouw te maken. Van der Horst werkt mee aan vier van dergelijke ‘wederopbouwfilms’. In tegenstelling tot veel NWF-producties is in zijn meest volwassen NWF-productie Ontluisterd land (1946) het gesproken commentaar tot een minimum beperkt. In deze film is een aanzet te herkennen tot de voor Van der Horst kenmerkende filmstijl, waarbij beelden en geluiden tot een ‘ciné-poème’ zijn gemonteerd.

Nadat de NWF in 1947 is ontbonden, gaat Van der Horst voor Multifilm werken. Al zijn films uit deze periode, meestal in opdracht gemaakt, hebben iets met de natuur te maken. De toonaangevende filmcriticus A. van Domburg is van mening dat Van der Horst teveel in een naturalistische weergave van situaties blijft steken, in plaats van een ‘geïnspireerd contrapuntisch spel’ van beelden en geluiden te presenteren.


Cannes

Opmerkelijk genoeg zouden de volgende, door Van der Horst zelfstandig geproduceerde documentaires, zich juist wel door een dergelijk spel kenmerken. Ze kunnen prompt op grote waardering rekenen, zowel in Nederland als ook daarbuiten. In Cannes, waar Van der Horst met zijn wilde haardos en fluwelen baret als een nieuwe Rembrandt wordt binnengehaald, worden 't Schot is te boord (1951), over haringvisserij op de Noordzee, en Houen zo! (1952), over de wederopbouw van Rotterdam, met hoofdprijzen bekroond. In Nederland krijgt Vieren maar! (1954), over de visserij, in 1955 de Staatsprijs voor de Filmkunst. Deze drie films kenmerken zich door een dynamisch beeldgebruik, een geluidsband 'met pep' en een meesterlijke montage. Net als zijn tijdgenoten (Bert Haanstra bijvoorbeeld) van wat wel de ‘Hollandse Documentaire School’ wordt genoemd, is Van der Horst niet in individuen geïnteresseerd. Voor hem zijn mensen vooral een metafoor.


Prijs de zee en Faja Lobbi

In de tweede helft van de jaren vijftig is Van der Horst één van de meest gevierde cineasten in ons land. Hij rondt in 1957 zijn film Prijs de zee (1959) af, een twintig minuten durende documentaire over Nederland, compleet met klievende molenwieken, ritmisch wuivende korenvelden en luid hamerende scheepsbouwers. De film is als eerste in Nederland geschoten met een zoomlens. Omdat hij bang is dat de technieken die hij met deze lens heeft toegepast geïmiteerd zou worden, krijgt Van der Horst het bij Gijs van der Wiel, het hoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst
Plaatsbewijs première Faja Lobbi
die hem de opdracht heeft verstrekt, voor elkaar om het uitbrengen van de film uit te stellen. Van der Horst wil namelijk eerst op reis door Suriname. Dat uitstel heeft overigens geen consequenties voor het succes van Prijs de zee, de film ontvangt namelijk in Berlijn een Gouden Beer en wordt in Nederland onderscheiden met de Staatsprijs.

Tijdens zijn reis door Suriname heeft Herman van der Horst een groot aantal kleuren opnamen gemaakt. Deze opnamen monteert hij tot de Suriname film: Faja lobbi (1960). De film gaat op 23 juni 1960 in première en wordt bijgewoond door koningin Juliana. Enkele weken later ontvangt ook deze film, bij het filmfestival in Berlijn, een Gouden Beer.


Laatste jaren

Na het succes van Prijs de zee en Faja Lobbi volgde een aantal films waarin Van der Horst zichzelf lijkt te herhalen. Midden jaren zestig lijkt de bron helemaal opgedroogd. Bovendien raakt de aanpak van de ‘Hollandse Documentaire School’ in diskrediet bij de jongere generatie. Die vindt dat Van der Horst zich in Toccata (1968), over een jongen die op zoek is naar zijn poes in de Amsterdamse Oude Kerk, schuldig maakt aan ‘mooifilmerij’. Symbolisch is de afgelasting van de vertoning van de film in Cannes als gevolg van de Mei ’68, tot onbegrip van Van der Horst.

Een comeback in de jaren zeventig kon hij om gezondheidsredenen niet meer verwezenlijken. Musica Humana had een groot project moeten worden over muziek waarin hij al meerdere jaren aan voorbereiding had gestoken. Herman van der Horst overleed in 1976 op 65-jarige leeftijd na een korte periode van ziekte in het Elisabethgasthuis in Haarlem.


Prijzen