Hugo de Groot

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
PersoonPlaceholder.png

NaamHugo de Groot
GeborenDen Bosch, 8 september 1897
GestorvenHilversum, 6 november 1986
FunctiesMusicus, Dirigent, Componist
Bekend vanHallo hier Hilversum, Anatevka
Periode actief1915-1972
Werkt samen metWillem Mengelberg, Mia Dorel, Benedict Silberman
TriviaTot zijn 75e bestuurslid voor BUMA STEMRA

Hugo de Groot in de media
Oeuvre van Hugo de Groot

Hugo de Groot studeert viool, trompet en piano. Hij speelt in Den Bosch in het Stedelijk Orkest en later in het Chicago Orkest. Eind 1915 vertrekt hij naar de Tivoli bioscoop in Rotterdam. Korte tijd later speelt hij te Rotterdam in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen. In 1916 doet hij staatsexamen als gediplomeerd vioolleraar.

Na een korte tijd in militaire dienst werkt hij in verschillende ensembles tot hij in 1918 zijn eigen Internationaal Solisten Ensemble vormt, waarmee hij de hotels en badhuizen in Scheveningen en Zandvoort afreist. In 1919 wordt hij aangenomen als tweede violist in het Concertgebouworkest onder leiding van Willem Mengelberg. In 1921 wordt hij orkestleider in Krasnapolsky en Maison Ledeboer.

Op 1 januari 1922 wordt De Groot kapelmeester van de Victoria Bioscoop in Amsterdam, maar al na drie maanden brandt het theater uit. Hij gaat door in Cinema Royal voor de begeleiding van de nog stomme film. De Groot concurreert met Max Tak van Tuschinski. Hun respectieve orkesten bereiken een hoge kwaliteit.

De Groot debuteert in 1926 voor de radio samen met zijn vrouw, de zangeres Mia Dorel. Hij komt op het idee, regelmatig een uur filmmuziek uit te zenden. De AVRO en De Groot boeken hiermee een groot succes. De directie van Cinema Royal gaat echter een overeenkomst aan met de VARA. In 1928 verzorgt De Groot bovendien radioconcerten voor Kolster Brandes op zondag, als de BBC niet mag uitzenden.

Als in 1929 de geluidsfilm zijn intrede doet en de begeleidingsconcerten daarmee overbodig maakt, stapt hij over naar het nieuwe VARA-orkest. De musici spelen ook in kleinere formaties, zoals De Notenkrakers en De Flierefluiters. Artistiek is dat op den duur voor De Groot onbevredigend. Er ontstaan spanningen met de VARA leiding. Bij de VARA publiek raakt De Groot mede bekend door zijn compositie van het VARA-lied Hallo hier Hilversum.

Hij schrijft muziek voor hoorspelen. Veel succes heeft hij met de reeks Muzikale sprookjes voor grote mensen. Tijdens de bezetting blijft hij aanvankelijk aan als dirigent, maar begin 1943 volgt toch zijn ontslag. Hij geeft les en schrijft filmmuziek.

Na de bevrijding wordt hij hoofd van de afdeling muziek bij de Wereldomroep. Hij is medeoprichter en muzikaal leider van de Nederlandse Operette en bekleedt een directieplaats bij de muziekuitgeverij Basart. In 1947 vormt hij het strijkorkest Musicorda, waarmee hij voor de AVRO en de Wereldomroep speelt.

Tien jaar lang leidt hij naast Benedict Silberman het Promenade-Orkest van de Nederlandse Radio Unie. Bij zijn 50-jarig jubileum in 1962 onderscheidt Conamus hem met de Gouden Harp. Vanaf 1966 dirigeert hij 600 maal de musical Anatevka. Hij componeert gedurende zijn lange loopbaan zeer veel filmmuziek. Ook schrijft hij veel koor- en blaasmuziek. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid is in het bezit van de papieren nalatenschap van De Groot.