Willy D'Ablaing

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Willy D'Ablaing

NaamWilly D'Ablaing
GeborenLeiden, 4 juni 1883
Gestorven1965,
Functies omroepbestuurder, recensent
Bekend vanKRO radio
Periode actief1932-1945

Willy D'Ablaing in de media
Oeuvre Willy D'Ablaing

Na het gymnasium volgt D'Ablaing kandidaats rechten, harmonieleer en koordirectie, viool en altviool. Hij schrijft voor binnen- en buitenlandse muziektijdschriften. Van 1924 tot 1932 is hij verbonden aan het Kurhaus in Scheveningen als muziekadviseur.

Als perschef is hij vanaf 1928 ook belast met de met de toelichtingen op de concerten van het Residentie Orkest. Hij is een van de oprichters van de Haagse Studiekring voor Moderne Muziek. Vroeg in de jaren ’20 speelt hij in een ensemble voor de radiozender PCGG van Ir. Idzerda.

In 1931 meldt hij zich aan bij de KRO in de overtuiging dat de radio het middel bij uitstek is voor de verbreiding van de echt kunstzinnige muziek. Op 1 januari 1932 treedt hij in dienst van de KRO. Als hoofd van de muziekafdeling krijgt hij zitting in de muziekraad en in de programmaraad. Hij krijgt veel invloed bij de ontwikkeling van een muziekbeleid en bij de herorganisatie van het muziekapparaat. Hij beoordeelt nieuwe solisten en ensembles. Voorafgaand aan een muziekuitzending geeft hij vaak voor de microfoon een toelichting op de te spelen werken. In de Katholieke Radiogids schrijft hij 500 afleveringen van de rubriek “Muziek van de week”.

Een grote tegenvaller is, dat hij moet constateren dat de culturele waarden van de radio beperkt is en dat het medium vooral een amusementskastje is. Loyaal aanvaardt hij dit gegeven bij de uitvoering van zijn beleid. Hij stimuleert zelfs in 1932 de oprichting van het amusementsorkest De KRO-Boys. Maar het ligt toch meer in zijn lijn om de Wagner-vereniging en het Concertgebouworkest voor de KRO-microfoon te brengen. In 1939 start hij een Bruckner-cyclus. Zijn grote probleem is, dat het KRO-orkest (35 man) eigenlijk te klein is voor het uitvoeren van grote concerten. Hij sluit daarom contracten met het Utrechts Stedelijk Orkest, het Rotterdams Phiharmonisch Orkest en het Stedelijk Orkest van Maastricht. Ondanks de duidelijke successen in zijn werk voelt hij zich onvoldoende gewaardeerd.

Al voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog laat d’Ablaing zijn pro-Duitse sympathieën merken. Hij heeft geen moeite met de overstap naar de gelijkgeschakelde Nederlandse Omroep als medewerker van de afdeling Ernstige Muziek en later naar de afdeling dramaturgie. Zijn muziekbesprekingen plaatst hij nu in het programmablad De Luistergids. Na de oorlog wordt hij door de Ereraad van de Kunst veroordeeld: hij mag geen officiële functie meer bekleden in de muziekwereld