Wim Kayzer

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Journalist en schrijver Wim Kayzer begint zijn loopbaan als programmamaker midden jaren ’70 bij het VARA radioprogramma Z.I.. Voor dit programma, waarin uitvoerige achtergronden van het nieuws aan bod kwamen maakt hij samen met documentairemaakster Toni Boumans een opzienbarende reportage over tuindersdochter Annie E. uit Bemmel, die verdacht wordt van vergiftiging van haar vader in 1962 en wurging van haar moeder twaalf jaar later. De berechting van Annie E. op basis van discutabel politieonderzoek inspireert A.F.T van der Heijden halverwege de jaren ’90 nog bij het schrijven van het derde deel van zijn romancyclus ‘De Tandeloze Tijd’, waar Annie ‘Hennie’ heet en Bemmel ‘Lummel’ wordt. Bij deze boekverschijning blikt de Trouw terug: ‘Het Betuwse dorp werd wereldberoemd in heel Nederland. De pers streek er neer, verzamelde zich in het Wapen van Bemmel en in café Jansen om bij drie dorpsalcoholisten citaten te verzamelen. Een benepen, in zichzelf gekeerd, streng-katholiek tuindersdorp, concludeerde het journaille.’

Als de VARA in 1983 het radioprogramma Z.I. stopzet, omdat het kiest voor kortere en goedkopere actualiteitenshows, maakt Kayzer de overstap naar de VPRO. Hier maakt hij de tongen van programmamakers en publiek los, door het ontwikkelen van televisieprogamma’s die zonder uitzondering het karakter krijgen toebedeeld van hardnekkige en langdurige intellectuele exercitie. De onverdeelde aandacht voor de ‘hoge’ cultuur in combinatie met de vaak romantische thema’s die Kayzer aanhaalt, leidt tot controverse. Zo gaat al de eerste uitzending van de interviewserie Van de schoonheid en de troost vergezeld van twee opiniestukken in de Volkskrant, getiteld: ‘Wie legt Wim Kayzer eens op de Sofa?’, door tekstschrijver Karel Witteveen en ‘Wim Kayzer is Witte Raaf in desolaat TV-landschap’: een reactie van onderwijspsycholoog W.M. van Woerden. ‘Hij is het volmaakte zwaartillende VPRO-contragewicht van Joop van den Ende’, schrijft auteur Theodor Holman over Kayzer in het VARA-magazine bij de aankondiging van de interviewserie (5x 4 uur!) over herinnering en geheugen Vertrouwd en o zo Vreemd. Om zich vervolgens af te vragen wat het kijkerspubliek onthoudt van Kayzer’s programma’s: ‘Olivier Sacks, de man die laatst bij Ivo Niehe was, herinnert zich de één. ‘Ik herinner me alleen Rupert Sheldrake, die bioloog van de New Age,’zegt een ander, ‘en de man die laatst bij Ivo Niehe was van die film met Robin Williams, kom, hoe heet ie?..Oliver Sacks, ja.’’Waar het gesprek over ging?...Ging het niet over de stand van zaken van ons denken? Of de zon een bewustzijn heeft?’. Wie nu de citaten en beeldfragmenten op internet naspeurt, komt tot de conclusie dat Kayzer met zijn programma’s in elk geval gezorgd heeft voor een aantal memorabele en geliefde televisiemomenten.

De interviewserie Het onderhoud is het eerste wapenfeit van Kayzer op de VPRO televisie. Eén gast aan tafel onder een lamp in het duister: maandelijks ondervroeg Kayzer Nederlanders uit politiek, bestuur en wetenschap als een ware politiechef, korte metten makend met elke onzuiverheid in de argumentatie van de gast in kwestie. In de zomer van 1987 maakt Kayzer de driedelige documentaireserie Beter dan God, waarmee hij als een van de eerste programmamakers het publieke debat over gentechnologie aanboort. Hij nodigt artsen, genetici en gehandicapten uit tot gesprek. In deze periode is hij ook presentator en redacteur van het wekelijkse radiodiscussieprogramma God zij met Ons, samen met psycholoog Piet Vroon en journalist Stan van Houcke. In 1989 komt het vierluik Nauwgezet en Wanhopig op de VPRO-tv: een programma waarin de twintigste eeuw aan de hand van de levensloop van schrijvers uiteen wordt gezet. Te gast zijn auteurs Gabriel Garcia Marquez en Gyorgy Konrad, cultuurfilosoof George Steiner en schrijver en politicus Jorge Semprun. In 1993 interviewt Kayzer voor het programma Een Schitterend Ongeluk een aantal vooraanstaande wetenschappers over de stand van zaken in hun vakgebied. Na individuele gesprekken met onder meer Daniel C. Dennet, Stephan Jay Gould, Oliver Sacks en Rupert Sheldrake, volgt een rondetafelgesprek waarin de gasten zich samen uitleven in een aantal gedachte-experimenten. Het programma is onverwacht succesvol in Amerika en een boekuitgave volgt wat jaren later.

Aan de vijfdelige serie Vertrouwd en o zo vreemd werkt Kayzer twee jaar. Op kasteel Huis Verwolde in het Gelderse Laren ontvangt Kayzer schrijvers, psychologen, filosofen, Alzheimerpatienten, lijders aan savant-syndroom, en gasten met een uitzonderlijk geheugen of een uitzonderlijk geheugenmanco. De vier uur durende afleveringen zijn een verslag van de ontmoetingen tussen gasten onderling en tussen Kayzer en zijn gasten. Auteurs Joseph Brodsky, Mario Vargas Llosa en Armando, voorman van het internationale geheugenonderzoek Alan Baddeley, neuro-wetenschapper Gary Lync, etholoog Frans de Waal en hoogleraar biochemie Hans Bloemendaal: niemand wijst Kayzer’s uitnodiging af. De gesprekken gaan over hoe het geheugen het bewustzijn vormt en vice versa. In een voorwoord voorafgaand aan de serie in HUMO, vind Kayzer met zijn eigen ervaringen aansluiting bij Brodsky, Ben Okri en Vargas Llosa, die als leesgrage kinderen de verbeelding als meer reëel ervoeren dan de werkelijkheid op straat. Kayzer herinnert zich zo buitenaardse reizen in detail: iets dat zich nauwelijks kon afspelen in Groningen, de plaats waar hij opgroeit. Kayzer blijft als gastheer in Vertrouwd en o zo vreemd meer op de achtergrond dan in zijn vorige programma’s. Dit maakt, mede door het feit dat er naast intellectuelen ook ‘gewone gasten’ aanwezig zijn, dat er naast geredetwist ook eens flink gelachen wordt. Ook van dit programma wordt een boek uitgegeven.

In 2000 verschijnt Kayzer’s voorlopig laatste programma Van de schoonheid en de troost: zesentwintig interviews over schoonheid en troost, met een afsluitend concert. Chimpansee onderzoekster Jane Goodall, historicus Simon Schama, humanitair filosofe Martha Nussbaum, cultuurfilosoof Roger Scruton, de Zuidafrikaanse auteur J.M Coetzee en kunstenaar Karel Appel: het zijn de gasten van de meest geciteerde afleveringen uit de serie. Steevast begint Kayzer het interview met een situatiebeschrijving: ‘Simon Schama is hypernerveus. Problemen met uitgevers.“Ik weet niet of een gesprek over schoonheid en troost me nu lukt”, zei hij. “Mag ik je telefoon?”’.Appel selecteert voor ‘zijn’ aflevering acht van zijn doeken met daarbij acht muziekfragmenten om het over zijn werk, het schilderproces en kleur te hebben. Het interview met Coetzee is een zeldzaamheid, alleen al omdat de schrijver een notoire interviewweigeraar is. De gasten zijn van een imponerende statuur, maar dat maakt de interviews niet vanzelfsprekend van eenzelfde niveau. Vooral de onderwerpkeuze van Kayzer, die bij voorkeur naar het existentiële neigt, komt hem op veel kritiek te staan. Ook de bij tijden opkomende verklaarzucht van het heden uit het verleden, stuit televisiekijkers tegen de borst. De tranen die Martha Nussbaum liet in het programma, hadden niets met haar grote verdiensten als humanitair filosofe te doen. Kayzer krijgt het verwijt van een aantal recensenten dat hij niet opkan tegen zijn gasten en zo vervalt in poses: dan opdringerig, dan weer onderdanig, dan therapeutisch.

Na Van de schoonheid en de troost stort Kayzer zich op zijn schrijverschap. Na vier jaar van de aardbodem te zijn verdwenen, verschijnt zijn roman De Waarnemer. De plotbeschrijving luidt: ‘Een huisarts verlaat zijn praktijk in het Noorden om de duizenden stemmen die hem jarenlang omringen te ontvluchten. Hij verschanst zich op de eenzaamste plek die zich denken laat: een verlaten hoeve tussen vier bergen.’

In 2006 verschijnt het boek Van de schoonheid en de troost, een bundeling van de interviews uit het gelijknamige programma.