Tom Manders: verschil tussen versies
Geen bewerkingssamenvatting |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| (3 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 20: | Regel 20: | ||
}} | }} | ||
Tom Manders volgt de ULO en driejarige avondstudie Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij maakt naam als decor en afficheontwerper. | Tom Manders volgt de ULO en driejarige avondstudie Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij maakt naam als decor- en afficheontwerper. Broer Kees, acht jaar ouder dan Tom, is dan al jaren conferencier en liedjeszanger. Tijdens zijn studie krijgt Tom zijn eerste tekenopdrachten: hij schildert reclames op etalageruiten en ontwerpt affiches voor voorstellingen, onder andere voor zijn broer. Eind jaren dertig ontwerpt hij ook decors voor toneel- en cabaretvoorstellingen. Theater Carré in Amsterdam behoort tot zijn vaste opdrachtgevers. Manders is inmiddels een gevestigde naam op het gebied van affiche- en decorontwerp. In de oorlog wordt hij in Duitsland als schilder te werk gesteld, maar hij weet al na een half jaar te ontkomen. Ook na de oorlog blijft Manders ontwerpen. Tot zijn opdrachtgevers behoren onder meer Heintje Davids (Hendrika David), Lou Bandy, Circus Strassburger, de Hoofdstad Operette en het ABC-cabaret van [[Wim Kan]]. Beïnvloed door Wim Kan komt Manders op het idee om zelf een cabaretshow te beginnen. | ||
In 1953 begint hij met een eigen cabaret op het Amsterdamse Rembrandtplein in Club Saint-Germain-des-Prés. Hij creëert er een Parijse omgeving en beperkt zich aanvankelijk tot de artistieke leiding. Pas later speelt hij het typetje Dorus, de praatgrage zwerver met Amsterdamse tongval. | In 1953 begint hij met een eigen cabaret op het Amsterdamse Rembrandtplein in Club Saint-Germain-des-Prés. Hij creëert er een Parijse omgeving en beperkt zich aanvankelijk tot de artistieke leiding. Pas later speelt hij het typetje Dorus, de praatgrage zwerver met Amsterdamse tongval. | ||
| Regel 28: | Regel 28: | ||
Radioproducent Karel Prior koppelt Manders aan organist [[Cor Steyn]]. Ze zijn samen voor het eerst op de radio te horen op 11 februari 1956, in het VARA-programma [[De Showboat]]. In 1957 staat Dorus garant voor drie grote hits: ''Twee Motten'', ''M'n Volkstuintje'' en ''Als Ik Wist Dat Je Zou Komen''. Het nummer ''Twee Motten'' staat zes maanden lang in de hitlijsten. In 1959 scoort Dorus nogmaals een hit met het nummer ''Bij De Marine'' en in 1963 staat een parodie van ''Figaro'' twee maanden in de hitparade. | Radioproducent Karel Prior koppelt Manders aan organist [[Cor Steyn]]. Ze zijn samen voor het eerst op de radio te horen op 11 februari 1956, in het VARA-programma [[De Showboat]]. In 1957 staat Dorus garant voor drie grote hits: ''Twee Motten'', ''M'n Volkstuintje'' en ''Als Ik Wist Dat Je Zou Komen''. Het nummer ''Twee Motten'' staat zes maanden lang in de hitlijsten. In 1959 scoort Dorus nogmaals een hit met het nummer ''Bij De Marine'' en in 1963 staat een parodie van ''Figaro'' twee maanden in de hitparade. | ||
In 1967 wint hij in Montreux de Zilveren Roos met een compilatie van een paar van zijn acts (onder andere Dorus als uitvinder van een muizenval). Eveneens in 1967 opent hij een club in Rotterdam, waar hij met name furore maakt met ''[[Bij Dorus op schoot]]'', waarin kinderen op zijn schoot liedjes zingen. In 1971 maakt hij nog eenmaal een | In 1967 wint hij in Montreux de Zilveren Roos met een compilatie van een paar van zijn acts (onder andere Dorus als uitvinder van een muizenval). Eveneens in 1967 opent hij een club in Rotterdam, waar hij met name furore maakt met ''[[Bij Dorus op schoot]]'', waarin kinderen op zijn schoot liedjes zingen. De scène van het meisje dat eindeloos ''Poessie Mauw'' zingt, behoort tot de klassiekers uit de Nederlandse televisiegeschiedenis. | ||
In 1971 maakt hij nog eenmaal een televisie-uitzending die geschiedenis schrijft: In ''[[Er zit een vogelnestje in mijn kop]]'' doet Manders bij Madame Tussaud -geregistreerd door verborgen camera's- alsof hij een wassen beeld van Dorus is. Ook haalt Dorus, die dan in 15 jaar tijd inmiddels meer dan 30 singles uitgebracht heeft, nog eenmaal de hitlijsten met het lied ''In De Hemel Is Geen Bier''. | |||
In 1972 komt Manders na een auto-ongeluk in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht terecht, waar kanker wordt geconstateerd. Drie weken later sterft hij aan een hartaanval. | In 1972 komt Manders na een auto-ongeluk in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht terecht, waar kanker wordt geconstateerd. Drie weken later sterft hij aan een hartaanval. | ||
Huidige versie van 10 jun 2026 15:25
| Naam | Antoon Manders |
| Geboren | Den Haag, 24 oktober 1921 |
| Gestorven | Utrecht, 26 februari 1972 |
| Functies | tekenaar, komiek, cabaretier |
| Bekend van | Bij Dorus op schoot, De Showboat, Saint Germain des Prés |
| Periode actief | 1954 - 1971 |
| Werkt samen met | Cor Steyn |
| Trivia | Bekend als het typetje Dorus |
| Media | |
| Externe info | TILT verhaal Beeld & Geluid |
Tom Manders volgt de ULO en driejarige avondstudie Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij maakt naam als decor- en afficheontwerper. Broer Kees, acht jaar ouder dan Tom, is dan al jaren conferencier en liedjeszanger. Tijdens zijn studie krijgt Tom zijn eerste tekenopdrachten: hij schildert reclames op etalageruiten en ontwerpt affiches voor voorstellingen, onder andere voor zijn broer. Eind jaren dertig ontwerpt hij ook decors voor toneel- en cabaretvoorstellingen. Theater Carré in Amsterdam behoort tot zijn vaste opdrachtgevers. Manders is inmiddels een gevestigde naam op het gebied van affiche- en decorontwerp. In de oorlog wordt hij in Duitsland als schilder te werk gesteld, maar hij weet al na een half jaar te ontkomen. Ook na de oorlog blijft Manders ontwerpen. Tot zijn opdrachtgevers behoren onder meer Heintje Davids (Hendrika David), Lou Bandy, Circus Strassburger, de Hoofdstad Operette en het ABC-cabaret van Wim Kan. Beïnvloed door Wim Kan komt Manders op het idee om zelf een cabaretshow te beginnen.
In 1953 begint hij met een eigen cabaret op het Amsterdamse Rembrandtplein in Club Saint-Germain-des-Prés. Hij creëert er een Parijse omgeving en beperkt zich aanvankelijk tot de artistieke leiding. Pas later speelt hij het typetje Dorus, de praatgrage zwerver met Amsterdamse tongval.
In 1954 haalt de VARA hem naar de televisie. Vanaf 1955 maakt hij twee seizoenen lang een maandelijks programma, Saint Germain des Prés, en vervolgens tot in 1963 in een lagere frequentie.
Radioproducent Karel Prior koppelt Manders aan organist Cor Steyn. Ze zijn samen voor het eerst op de radio te horen op 11 februari 1956, in het VARA-programma De Showboat. In 1957 staat Dorus garant voor drie grote hits: Twee Motten, M'n Volkstuintje en Als Ik Wist Dat Je Zou Komen. Het nummer Twee Motten staat zes maanden lang in de hitlijsten. In 1959 scoort Dorus nogmaals een hit met het nummer Bij De Marine en in 1963 staat een parodie van Figaro twee maanden in de hitparade.
In 1967 wint hij in Montreux de Zilveren Roos met een compilatie van een paar van zijn acts (onder andere Dorus als uitvinder van een muizenval). Eveneens in 1967 opent hij een club in Rotterdam, waar hij met name furore maakt met Bij Dorus op schoot, waarin kinderen op zijn schoot liedjes zingen. De scène van het meisje dat eindeloos Poessie Mauw zingt, behoort tot de klassiekers uit de Nederlandse televisiegeschiedenis.
In 1971 maakt hij nog eenmaal een televisie-uitzending die geschiedenis schrijft: In Er zit een vogelnestje in mijn kop doet Manders bij Madame Tussaud -geregistreerd door verborgen camera's- alsof hij een wassen beeld van Dorus is. Ook haalt Dorus, die dan in 15 jaar tijd inmiddels meer dan 30 singles uitgebracht heeft, nog eenmaal de hitlijsten met het lied In De Hemel Is Geen Bier.
In 1972 komt Manders na een auto-ongeluk in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht terecht, waar kanker wordt geconstateerd. Drie weken later sterft hij aan een hartaanval.
In 2023 wordt zijn liedje ineens 'Twee motten' een hype op TikTok. Gerard Joling maakt in 2024 een eigen versie van het nummer.

