In een Japanse stroomversnelling

Uit B&G Wiki
Periode2002
Beschikbaar in archief
Genre
Decennia
Mediumfilm

Beschrijving

Documentaire met gespeelde scène over Nederlandse waterbouwkundig ingenieurs die eind 19e eeuw in Japan op uitnodiging van de Meiji-regering naar Japan kwamen om dijken, kanalen en havens te bouwen. Ze werden ingehuurd met het streven Japan te veranderen van een feodale staat in een moderne maatschappij. In de documentaire van Van Gasteren zijn speelfilmfragmenten vervlochten van de film 'Ver weg', die de twee specifieke ingenieurs De Rijke en Escher volgt. Beiden komen van de Academie voor Burgerlijk Ingenieurs - de voorloper van de TU Delft. Zij zijn verantwoordelijk voor de aanleg van een kanaal en havenuitbreiding in Osaka.

Makers

Productie: [Joke Meerman] & [Digna Sinke] (stond niet op andere plek aangegeven) Camera: [Junji Aoki, [Thomas Kist], [Eddy van den Enden], [Jos van Schoor] Montage: [Barry van der Sluis] Geluid: [Otto Horsch], [Mori Suemura] & [Shinichi Yamazaki] Regie: [Louis van Gasteren] Acteur/actrice [Ulli Ulrich], [Wiske Sterringa], [Ramón Gieling] & [Wilbert Gieske].

Schrijver: [Joke Meerman] & [Louis van Gasteren]

Producent: [Digna Sinke] & [Joke Meerman]

Editor Sluis, Barry van der

Achtergrondinformatie

De Nederlandse waterbouwkundig ingenieurs die in het laatste deel van de negentiende eeuw naar Japan trokken, leenden aan minstens zoveel pleinen en straten hun naam als de voormalige coach van Zuid-Korea. Japan was toen zelf nog een land van tradities en ambachtslieden. Nederland stond met beide benen in de industrialisering. De Nederlanders kwamen Japan klaarstomen voor de twintigste eeuw. Vernieuwing stond bovenaan de agenda van de nieuwe keizer Meiji. Na afschaffing van het ouderwetse feodale stelsel werd het land zelf op de schop genomen. Rijstvelden en samurai waren ouderwets. Er moest verwesterd worden en er moesten veel nieuwe technieken en bouwwerken komen. Wie zijn daar ook alweer goed in, moet de keizer gedacht hebben. Zijn gedachten moeten ook zijn teruggegaan naar de dagen dat de Nederlanders de enige Europeanen waren met wie de Japanners handel dreven. Resultaat was dat vanaf 1872 een tiental Nederlandse waterbouwkundig ingenieurs naar Japan werd gehaald. Zij zouden het land voorzien van infrastructuur, vaarwegen en een grote nieuwe haven. De vergeten geschiedenis van de Nederlanders die aan de bakermat stonden van een technische stroomversnelling is vastgelegd in de documentaire 'In een Japanse stroomversnelling' van cineast Louis van Gasteren (79). Het is een aspect van de Nederlands waterstaatsgeschiedenis dat bijna niemand meer kent. Het filmproject vloeit voort uit de viering van vierhonderd jaar Nederlands-Japanse handelsbetrekkingen, twee jaar geleden. De film begint met een oude Japanse man die een fles vult met water uit het meer Inawashiro, aangelegd door Nederlandse waterstaatsingenieurs. Aan het eind van de film wordt dezelfde fles water leeggeschonken over het graf van ingenieur Van Doorn - symbool voor de waardering voor de Nederlandse ingenieurs die de Japanners een nieuw technisch tijdperk inloodsten. Met hoge salarissen werden de Nederlanders naar het Verre Oosten gelokt. Zonder veel verwachtingen kwamen ze aan om met alle egards behandeld te worden. De Japanners waren onder de indruk van de werken die in Nederland al bestonden: de golfbrekers bij het Noordzeekanaal in IJmuiden, de rivierkribben. De werken werden bijna gezien alsof ze gemaakt waren door de handen van god zelf.

Willem-Alexander

De première van 'In een Japanse stroomversnelling' op het Nederlands Film Festival in Utrecht werd bijgewoond door prins Willem-Alexander. Dat heeft alles te maken met diens interesse voor 'waterbeheer' en zijn optreden in de documentaire zelf. De kroonprins komt in beeld als spreker op een symposium in Osaka. Zijn inleidende tekst bewijst eer aan de Nederlandse waterbouwkundig ingenieurs. De namen van De Rijke, Van Doorn, Mulder en Escher galmen door de grote zaal en doen de aanwezige Japanners vol waardering knikken. Ertegenover staan documentairebeelden van hedendaagse eerbetuigingen. Naast de standbeelden, gedenkstenen en vernoemde pleinen en straten is er een populair toneelstuk in Osaka over de komst en de 'heldendaden' van de Nederlanders. Er zijn instituten die de namen dragen van de Nederlandse ingenieurs en in hun naam prijzen uitgeven. Hun namen komen voor in schoolboeken en hun beeltenissen zijn er niet uit weg te denken. Maar het klapstuk is het pretpark waarin de Nederlandse bouwwerken in miniatuur zijn nagebouwd en waar kleine kinderen hun vakantie vieren. De graven van de Nederlanders en hun kinderen zijn verworden tot bedevaartsoorden. Nog jaarlijks komen Japanners naar Nederland om er bloemen te leggen. Het graf van Van Doorn wordt onderhouden en voorzien van bloemen door het dorp Koriyama. Aan het eind van de film komt nog een keer het diepe respect naar boven in een brief van de Japanse regering aan de kleinzoon van De Rijke: "Met groot verdriet moeten wij u mededelen dat wij genoodzaakt zijn om de haven uit te breiden, dit betekent dat een groot deel van de door uw grootvader ontworpen golfbreker afgebroken zal moeten worden... Echter wij zullen uit respect een stuk van ongeveer honderd meter golfbreker laten liggen. Tevens zal voor de te verdwijnen vuurtoren een plaats gezocht worden op het vaste land.

Wat zei de geschreven pers:

In een Japanse stroomversnelling levert een interessant historisch beeld op van de twee ingenieurs, bij wie de onderlinge spanningen soms hoog opliepen. Dat de film toch niet helemaal bevredigt, komt door de toevoeging van fictieve scènes, waarin twee acteurs (Ramón Gieling en Wilbert Gieske) episoden uit het Japanse leven van de ingenieurs spelen. Het is geforceerd en haalt de vaart uit de film, die het prima zonder fictie kan stellen. Bron: Jos van der Burg in Het Parool [1]