Jos de Putter

Uit Beeld en Geluid Wiki
Versie door Fdhaas (Overleg | bijdragen) op 9 jan 2010 om 13:39

Ga naar: navigatie, zoeken
PersoonPlaceholder.png

NaamJos de Putter
Geboren{{{geboorte_plaats}}}, Axel, 1959
Functiesregisseur,
Bekend vanHet is een schone dag geweest, Dans Grozny, Dans, Beyond the Game, Tegenlicht
Periode actief1987 - heden

Jos de Putter in de media
Oeuvre Jos de Putter

‘Ik maak sobere films die hoekig en boers zijn gemonteerd. Frivoliteiten horen bij katholieke filmmakers’, zegt Jos de Putter, zoon van streng gereformeerde ouders, in een interview in het Parool (2003). Hij liet zich in zijn werk inspireren door filmmaker Robert Bresson, voorman van het poetisch realisme. De Putter vertelt zijn verhalen met een minimum aantal beelden en nauwgezet gekaderde detailshots die de handeling vertellen. Ruimte voor psychologie, muziek of commentaar is er niet: de kijker bedenkt wat hij ziet. Het is een schone dag geweest (1993),een film over het laatste jaar in het leven van zijn vader als zelfstandige boer, is zijn eerste documentaire en vormt de doorbraak en meteen ook het hoogtepunt in de carriere van de filmmaker. ‘Vorm en inhoud vallen naadloos samen. Kleine dingen worden heel groot, zoals mijn vader die naar de lucht kijkt. Het zorgt voor een enorme emotionaliteit en daar draait het allemaal om’, legt De Putter uit als hij vertelt waarom hij denkt dat zijn debuutfilm op eenzame hoogte zal blijven. De filmmaker was daarnaast ook in de gelegenheid om een ongekende negen maanden te besteden aan zijn montage.

De Putters’ calculerende werkwijze als documentairemaker is niet onomstreden. Kader en camerabewegingen worden vaak van te voren vastgesteld. De maker deinst er niet voor terug om handelingen zorgvuldig te regisseren en vraagt de hoofdpersonen af en toe om over een bepaald onderwerp te gaan praten. De onomwonden mededeling dat 80% van de scenes in zijn debuutfilm zijn gemanipuleerd, gaf aanleiding tot een verhitte discussie over feit en fictie in de documentairefilm. Voor veel vakgenoten gaat het inzetten van een rookmachine om mist te suggereren naar voorbeeld van De Putter echt te ver. Nonsense volgens de filmmaker, die vindt dat de manipulatie van de werkelijkheid al begint bij het buiten beeld houden van toeschouwers tijdens het filmen. En toegegeven: het genre speelfilm verdient de voorkeur van de filmmaker, ruim boven de documentaire. ‘Ik ben geïnteresseerd in een werkelijkheid die ik als een speelfilm kan vormgeven en stileren’, zo zegt De Putter in een interview met het NRC (1994).

De Putter groeit op in Axel, Zeeuws-Vlaanderen, als kind van streng gereformeerde ouders, kleine boeren gedreven door een ijzeren moraal van hard werk en sober leven. De televisie komt in 1971 tegen de zin van vader de huiskamer binnen, nadat hun zoon Jos een tien voor zijn geschiedenisproefwerk mis is gelopen doordat hij verstek moest gaan op de vraag ‘wie is de nieuwe president van Frankrijk’. Moeder acht de tv een prima instrument voor het opdoen van actuele kennis. Het blikveld reikte door de tv inmiddels al ver buiten het erf, maar de echte ontmoeting met een nieuwe wereld dringt zich pas drie jaar later op tijdens een retrospectief van neorealistische films in een jongerencentrum in Terneuzen. De Italiaanse filmregisseurs De Sica en Rosselini geven de aanzet voor brommerritjes naar de Gentse Studio Skoop, waar hij zich onderdompelt in een samenkomst van langharige jongeren, moderne filmklassiekers en wereldidealen.

Geïnspireerd door beelden van een betere wereld, meldt Jos de Putter zich aan bij de studie Politicologie in Leiden. Het bevalt hem niet. Hij stopt niet, om zijn ouders niet teleur te stellen, maar meldt zich aan voor een tweede studie: Literatuurwetenschap. Na deze studies volgt een postdoctorale studie filosofie. Om te promoveren schrijft De Putter een proefschrift waarin hij het werk van de twee filosofen Walter Benjamin en Jacques Derrida vergelijkt. Het kabinet Lubbers verstoort het pad wanneer zijn promotieplek na twee jaar wordt wegbezuinigd. De Putter vulde zijn werkloze dagen met het schrijven over film, wat hem een aanstelling als filmrecensent bij filmblad Skrien en het Haarlems Dagblad oplevert.

Zes jaar na zijn eerste filmrecensies verschijnt de film Het is een schone dag geweest in de bioscoop, waarvoor hij heeft samengewerkt met cameramannen Melle van Essen en Stef Tijdink. Een half jaar lang blijft de film geprogrammeerd in de filmhuizen. Highbrow kunstinstellingen als Moma in New York en Centre Beaubourg in Parijs, kopen de film.

Draait de mediamachine bij zijn debuut nog over de kwaliteit van de film, in het geval van zijn tweede documentaire Solo, de wet van de favela, over het 11-jarig Braziliaanse voetbaltalent Leonardo Vitor Santiago, breekt er een andersoortige discussie los. Wie is de echte ontdekker van de speler die later door Feyenoord wordt binnengehaald: De Putter, snackbarhouder Hans Coret, die optrad als zaakwaarnemer van de voetballer, of Feyenoord zelf? De discussie is nog niet uit, de film is alvast een succes.

Van 1995 tot 1998 werkt De Putter als regisseur voor het VPRO programma Diogenes. In deze periode maakt hij de documentaire Nagasaki stories (1996), over de periode voor en na de bominslag. Beelden van de gebeurtenis zelf ontbreken in de film; het is een aanpak die de filmmaker typeert. Tien jaar later laat hij in How many roads (2006), een film over de muziek van Bob Dylan, de maestro zelf buiten beeld. Twaalf grote fans leggen uit wat een tekstdeel uit een song van Bob Dylan voor hen betekent. De mythe bestaat nu eenmaal bij gratie van de betekenis die eraan wordt toegedicht.

In de tien tussenliggende jaren maakt De Putter twee documentaires in Tsjetsjenie: The making of a new empire (1999) en Dans, Grozny Dans (2003). De mythe vormt opnieuw het uitgangspunt voor de documentaire Alias Kurban Said (2004), waarin de maker opzoek gaat naar de schrijver achte de cultroman 'Ali en Nino'. In de succesvolle bioscoopdocumentaire Beyond the Game (2009) volgt De Putter twee supersterren uit de gamecultuur tijdens de aanloop naar het wereldkampioenschap Gaming.

Sinds 2004 is De Putter werkzaam als eindredacteur en regisseur voor het VPRO programma Tegenlicht. Hij deed hier onder meer de regie voor De zaak Milosevic , In memoriam Alexander Litvinenko en Denkend aan Europa.

De waardering van zijn documentaires loopt sterk uiteen: over prijzenwinnaar en publieksfavoriet Dans Grozny,dans zegt het filmfonds dat de film ‘niet gelaagd, niet dramatisch, niet cinematografisch en volstrekt onbegrijpelijk’ is . Een van de door hem zelf als ‘zwak’ beoordeelde films, Solo, of de wet van de favela wordt een publieks,- en festivaljury favoriet. De in filmbeschrijvingen consequent aangehaalde scene van een drijvend lijk in de rivier is zelfs De Putters minst geliefde scene: ‘ te makkelijk’ zegt hij.

‘Al je films lijken over vernietiging en verlies te gaan’, merkt Jos van der Burg in 2003 op, tijdens een interview voor het Parool. Jos de Putter antwoord:‘Ik doe dat niet bewust, maar het sluipt er altijd in. We kennen alleen maar verloren paradijzen, want andere zijn er niet. Verbeeldingen van paradijzen zijn niet voor niets altijd kitscherig en leugenachtig. Ik wil niet nostalgisch zijn, want dat ligt dicht bij kitsch. Het gaat mij om zaken die op het punt van verdwijnen staan. Ik toon het verlies op het moment dat het zich voltrekt. Dat komt harder aan dan laten zien wat al weg is.’

Naast zijn werk als regisseur, schrijft De Putter over zijn tweede passie: voetbal. Met Feyenoord als club in zijn hart gesloten, is hij een schrijver van het eerste uur voor het voetbalmagazine Hard Gras en de trotse auteur van een biografie over Willem van Hanegem.

bronnen: ' Voorbij de schone dag'; Jos van der Burg (Parool, 2003) ' Het leven laat zich niet betrappen; Documentairemaker Jos de Putter op zoek naar het grote verhaal'; Pieter Kottman (NCR, 1994) ' Jos de Putter debuteert indrukwekkend met portret van zijn ouders; documentaire over essentie van het boerenbestaan'; Hans Beerekamp (NRC, 1993)