Polygoon

Uit B&G Wiki

Polygoon uiltje.jpg

De naam “Polygoon” is binnen de Nederlandse cultuur onlosmakelijk verbonden met de bioscoopjournaals Neerlands Nieuws en Wereldnieuws. Met deze journaals vermaakte en informeerde de filmfabriek de bioscoopbezoeker voor het grootste deel van de twintigste eeuw. Het eerste bioscoopjournaal werd onder de naam Hollands Nieuws vertoond in 1922. De laatste vertoning van het bioscoopjournaal, dat na de Tweede Wereldoorlog de titel Neerlands Nieuws had gekregen, vond plaats in 1987.

Inmiddels heeft het filmmateriaal van Polygoon een grote waarde verkregen als cultureel erfgoed. Men denkt bij de naam Polygoon misschien wat minder snel aan het grote oeuvre aan documentairefilms en de incidentele speelfilm, waarmee de firma toch ook een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse cinematografie. Vooral voor de oorlog besteedden filmmakers die in dienst waren van Polygoon veel aandacht aan de esthetiek van de beeldtaal en genoten zij de ruimte tot experimentele stijloefeningen Omdat het archief van Polygoon door de jaren heen met zorg is beheerd en bewaard, kunnen we heden ten dage nog steeds genieten van het door de filmfabriek opgenomen beeldmateriaal. Bijna dagelijks vinden fragmenten uit de vroegere bioscoopjournaals hun weg naar televisieprogramma’s, films en worden geluidsfragmenten ook op de radio ten gehore gebracht.


Polygoon geschiedenis nonnen op de beurs.jpg

1919-1924 Beginjaren

Polygoon zag het levenslicht in 1919, onder de naam Ned. Mij. Cinematografie Filmfabriek Polygoon (wat in het Grieks “veelhoek” betekend). De filmfabriek begon in de woning van Jules Stoop. Als hoofd van de afdeling documentaire binnen de Haarlemse filmstudio Hollandia Filmfabriek was Stoop begaan met het lot van de Nederlandse non-fictie film. De aandacht van de studio ging voornamelijk uit naar de productie van speelfilms, wat de documentairefilm tot een ondergeschoven kindje maakte. Toen Hollandia in 1919 op het randje van faillissement balanceerde, besloot Stoop, die inmiddels was bevorderd tot mededirecteur, zich te laten uitkopen. De afdeling die zich bezighield met het produceren van documentaire, wetenschappelijke, industriële en actuele films werd vanaf dat moment zijn eigendom. Voor zijn nieuwe firma had hij alleen nog een kantoorruimte en een nieuwe naam nodig. Hiertoe verbouwde hij zijn eigen woonhuis aan het Floraplein in Haarlem tot een kantoor met een showroom, drukkerij en ontwikkelkamer. In de zomer van het jaar 1920 presenteerde Stoop zijn nieuwe filmfabriek aan het publiek.

Via het fotografietijdschrift Focus kwam Stoop in contact met de gebroeders Ochse, die beiden als amateur-fotograaf aan het tijdschrift verbonden waren. De gedeelde belangstelling en bewondering voor fotografie en cinematografie bracht Stoop er toe de broers aan te nemen. I.A. (Isidor Arras) Ochse trad in dienst als cameraman en B.D. (Brand Dirk) Ochse ontpopte zich als administrateur.

De gebroeders Ochse waren zeer begaan met het lot van Polygoon.“De film in dienst der wetenschap en hare beteekenis als kunst” werd het motto van Polygoon, een uitspraak die zij ontleenden aan de titel van de inaugurele rede van hun mentor W.H. Idzerda, privaatdocent fotografie aan de Technische Hogeschool Delft. Daarbij vervingen ze het woord “fotografie” door het woord “film”. Dat het verband tussen kunst en wetenschap bij Polygoon een belangrijke positie innam werd nog eens bevestigd door de komst van het beroemde Polygoonlogo, met als middelpunt het dier dat symbool staat voor kennis en wetenschap, de uil.

In de beginjaren beperkten de werkzaamheden van Polygoon zich tot het vertalen, grafisch verzorgen en op film afdrukken van tussentitels voor buitenlandse films. Ook werkte het bedrijf af en toe aan een industriële filmopdracht en vervaardigde het enkele opdrachten van welgestelde particulieren die bruiloften of andere bijzondere familieaangelegenheden wilden laten vastleggen.

In 1921 begon de firma aan haar eerste grote filmproject waarin typische Nederlandse volksgebruiken in het voorjaar aan het bod zouden komen. De film Neerlands Volksleven in de Lente deed het commercieel gezien niet al te best in de bioscopen, maar in de pers werd deze wel positief ontvangen. Vooral was er veel lof voor de filmkunsten van cameraman I.A. Ochse. Ook B.D. Ochse werd zeer gewaardeerd voor zijn inzet voor de firma en toen deze in 1921 omgezet werd in een NV was al snel duidelijk dat hij de functie van directeur op zich zou nemen. Begin 1922 verliet Polygoon het woonhuis van Stoop en vestigde het bedrijf zich in een kantoor aan de Bloemersteeg in Haarlem.

Langzaamaan begon Polygoon met het vervaardigen van een eigen bioscoopjournaal, waarin in eerste instantie voornamelijk verslag werd gedaan van actualiteiten uit Haarlem en omstreken. Voor het eerste grote nieuwsitem vloog I.A. Ochse naar Denemarken om daar het bezoek van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik aan de Deense Koninklijke familie te filmen. Dezelfde dag zond I.A. het filmmateriaal per vliegtuig terug naar Nederland, alwaar B.D. ervoor zorgdroeg dat het materiaal die avond nog in bioscopen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam vertoond kon worden. In het jaar 1922 slaagde Polygoon erin om veertien journaals te produceren.

Daarnaast bleef Polygoon zich eveneens bezighouden met de productie van onderwijsfilms. Zo maakte I.A. Ochse in 1922 in samenwerking met de directeur van de Rotterdamse Schoolbioscoop A.M. van de Wel de film De Rijn van Lobith tot aan Zee, waarmee Polygoon aanzien verwierf in onderwijskringen. Het volgende project waar Polygoon zich aan waagde was een film over de visserij in Nederland. Omdat I.A. Ochse weinig tijd had om aan het project mee te werken, stelde hij zijn jonge assistent Cor Aafjes aan als cameraman. Aafjes ging de Noordzee op en vervaardigde drie van de vier delen van de film De Nederlandsche Noordzeevisscherij. Het vierde deel werd door I.A. Ochse zelf gefilmd. Vanaf dat moment bleef Aafjes als cameraman werkzaam bij Polygoon.

1924-1940 Bioscoopjournaal

In 1924, nadat Polygoon in het voorgaande jaar 21 journaals had vervaardigd, manifesteerde het bedrijf zich als dé producent van het Nederlandse bioscoopjournaal. Vanaf 1 januari van dat jaar bracht de filmfabriek haar journaals naar buiten onder de naam Hollands Nieuws. De uitzendingen dienden aan een vaste formule te voldoen, te weten het tonen van “gebeurtenissen van actueel belang en technische nieuwigheden.” Tegelijkertijd wilde men het publiek ‘onderrichten en opvoeden door te wijzen op allerlei misstanden.’ Polygoon adopteerde de slogan “Waar zij niet zijn is niets te doen”, die verwees naar de vier cameralieden die per trein het land afreisden op zoek naar actualiteiten.

Hoewel Polygoon ernaar streefde om eens per week een journaal uit te brengen, lukte dat toch niet altijd. Pas vanaf 1932, toen de geluidsfilm zijn intrede deed in de filmindustrie, slaagde het filmbedrijf erin iedere week een journaal te produceren. Geïnspireerd door het succes van Hollands Nieuws begonnen ook andere filmfabrieken met het produceren van actualiteitenjournaals. Om in de concurrentiestrijd voorop te blijven lopen, besloten de gebroeders Ochse een kostbare expeditie te ondernemen naar Nederlands-Indië, met als doel het leven in het tropische gebied in beeld te brengen. Om de reis te kunnen bekostigen richtte B.D. een zustermaatschappij van Polygoon op, onder de naam NV Nederlandsch-Indische Film Maatschappij. Met het maatschappelijk kapitaal van 200.000 gulden konden de broers hun uitheemse project financieren. Met de film Naar Tropisch Nederland boekte de NIFM haar eerste succes. Omdat cameraman I.A. Ochse voor het filmen naar Indië was afgereisd, ontstond er voor cameraman Cor Aafjes de mogelijkheid zich te ontplooien als nieuwe filmkunstenaar voor Polygoon. Met een zeer geslaagde films Staalfabriek J.M. de Munick Keizer, De Bijenwereld en Pinksterfeesten der AJC voor de socialistische Arbeiders Jeugd Centrale zette Aafjes zich als bekwaam cameraman op de kaart.

Russische Stijl

Geïnspireerd door de filosofie van de Nederlandse Filmliga, waarvan vele aanhangers een voorliefde hadden ontwikkeld voor de Russische cinema, ging Aafjes aan de slag voor zijn nieuwe opdracht. Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de krant Algemeen Handelsblad maakte Cor Aafjes begin 1928 een film die zich in vele opzichten onderscheidde van het werk dat hij tot dan toe had geproduceerd. Handelsbladfilm werd zeer positief ontvangen. Niet veel later zou Aafjes de positie van adjunct-directeur van Polygoon bekleden. Hij zou de functie echter niet lang uitoefenen. Op 12 oktober 1928 overleed Cor Aafjes op 32 jarige leeftijd. Hoewel er onder zijn collega’s bekend was dat hij aan een zwakke gezondheid leed, kwam zijn dood zeer onverwacht. Op 15 oktober werd hij begraven in aanwezigheid van al zijn collega’s van het Polygoon.

Voor zijn overlijden had Aafjes gewerkt aan een film voor en over de Centrale Bond van Transportarbeiders. Omdat de film nog niet voltooid was, trad de jonge talentvolle cameraman Jan Jansen aan als Aafjes’ opvolger. Niet alleen deelde Jansen Aafjes’ belangstelling voor de Russische filmkunst; hij kon zich eveneens vinden in diens socialistische politieke overtuigingen. In november 1928 voltooide hij de arbeidersfilm En Gij, Kameraad?, waarna andere bonden niet wilden achterblijven en Polygoon veelvuldig opdrachten ontving om films te maken over verscheidene arbeidersonderwerpen.

Ook werd cameraman Jo de Haas aangenomen als nieuwe rekruut bij Polygoon; al snel kreeg hij de opdracht van de winkelketen de Bijenkorf om de bouw van een nieuw filiaal in Rotterdam vast te leggen. De film Groei: De Schepping van een Warenhuis was behalve een document, een stijloefening die liet zien dat het medium film zich meer en meer ontwikkeld had als nieuwe kunstvorm. Nadat De Haas zijn werkzaamheden voor Groei had voltooid, kon hij direct verder met een nieuwe opdracht. De Algemene Nederlandse Metaalbewerkerbond (ANMB) had Polygoon de opdracht gegeven een film te maken die de staalwerkers zou overtuigen zich bij de bond aan te sluiten. De Haas filmde hiervoor metaalarbeiders in verschillende bedrijven. Voor zijn cameravoering en de latere montage van Stalen Knuisten liet hij zich inspireren door de stijl van de Russische cinema.

Concurrentie

De kwaliteitsfilms en bioscoopjournaals die Polygoon maakte waren een belangrijk product voor de filmfabriek, maar nog meer kenmerkend voor de veelzijdige firma was de verscheidenheid aan diensten die zij bood. Zo bezat de filmfabriek een aantal fotobureaus in de Randstad, produceerde zij reclamefilms en vervaardigde zij af en toe familiefilms. Er was echter ook concurrentie. Deze kwam uit de hoek van het in 1929 opgerichte bedrijf “Filmfabriek Profilti NV”, dat zich voornamelijk bezighield met het produceren van reclamefilms. Daarnaast had de Haagse firma NV Orion zich vanaf 1925 eveneens beziggehouden met het produceren van een bioscoopjournaal en maakten ook zij reclamefilms. Toen de twee firma’s in 1931 besloten een samenwerkingsverband aan te gaan, betekende dat voor Polygoon dat er van de ene op de andere dag een bedrijf bestond dat haar op alle gebieden naar de kroon kon steken.

De komst van de geluidsfilm bleek voor Polygoon de kans om zich ten opzichte van haar concurrent te profileren. Ook Orion-Profilti besefte dat zij niet achter kon blijven en de race voor de primeur van de eerste geluidsfilm was begonnen. Polygoon won de wedstrijd ternauwernood met de vertoning van de eerste Nederlandse geluidsfilm Het Pinksterfeest der AJC te Verhouten en Sportfeest der NASB te Arnhem, in vijf bioscopen op vrijdag 29 mei 1931. Orion-Profilti kwam echter niet veel later, op 3 juli 1931 met het eerste Nederlandse geluidsjournaal Nederland in Klank en Beeld. Al snel kwam ook Polygoon met een geluidsversie van haar bioscoopjournaal Hollands Nieuws en vulde de bekende slogan van het bedrijf, “Polygoon spant de kroon’, aan met de frase ‘óók in toon.”

Omdat de overgang naar geluidsfilms en journaals de nodige kosten met zich mee bracht en de komst van geluid bovendien het filmvak in grote mate veranderde, moest er binnen het filmbedrijf pas op de plaats gemaakt worden. Er was voor de filmmakers steeds minder ruimte om te experimenteren. Hierom besloot een aantal van de jonge getalenteerde medewerkers op te stappen. Max de Haas, Jo de Haas en Ab Keyzer kozen er in 1932 voor om onder de naam Visie Film hun eigen productiebedrijf te starten.

In 1936 maakte Polygoon haar eerste grote geluidsdocumentaire 20.000 Mijlen over Zee, waarin een lange reis rond de wereld in een onderzeeboot was gefilmd. Directeur B.D.Ochse organiseerde ter promotie van de film een campagne, die zijn hoogtepunt vond in 1936 in het Haagse Capitol Theater, waar koningin Wilhelmina en prinses Juliana de film gingen bekijken. Aan het einde van de campagne werd Ochse benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Ondertussen ging het steeds slechter met de concurrent. Orion had zich uit het samenwerkingsverband met Profilti teruggetrokken en door het tekort aan gelden kon dit bedrijf nauwelijks het hoofd boven water houden. Uiteindelijk besloot de raad van commissarissen de stoute schoenen aan te trekken en de concurrent om hulp te vragen. Dit alles gebeurde, uit bedrijfspolitieke overwegingen, echter wel in het geheim. In de zomer van 1933 werd B.D.Ochse benaderd door de aandeelhouders van Profilti of hij geïnteresseerd was om het filmbedrijf te kopen. Na overleg met het eigen bestuur besloot B.D. Ochse een nieuwe vennootschap op te richten onder de naam ‘NV Vereenigde Nederlandsche Filmfabrieken’ (VNF). Profilti zou voortaan onder hetzelfde financiële regime vallen als haar voormalige concurrent. Wel behield de firma haar eigen bestuur en medewerkers, die niet of nauwelijks van deze constructie op de hoogte waren gebracht. Langzaam maar zeker merkten de medewerkers van beide bedrijven echter dat de felle concurrentiestrijd tussen de twee firma’s was afgenomen en dat zelfs beelden die geschoten waren door cameramannen van Profilti, soms terug te zien waren in het journaal van Polygoon.

Omdat hij het wat rustiger aan wilde doen had directeur B.D. Ochse besloten de dagelijkse leiding van zijn filmbedrijf over te dragen aan C. van der Wilden, die al eerder bij Polygoon betrokken was geweest als lid van de raad van commissarissen. Een jaar later vetrok Ochse voor een bezoek naar de Verenigde Staten, waardoor hij de viering van het twintig jarig bestaan van Polygoon in februari 1940 misliep. De dreiging van de oorlog wierp echter een donkere schaduw over jubileumfestiviteiten. Op het moment dat de Duisters in mei 1940 Nederland binnenvielen, filmden de cameralieden van Polygoon de intocht van de vijand.

1940-1945 Oorlogsjaren

Uit angst voor het verlies van banen en de in beslagname van apparatuur en het waardevolle archief waar men twee decennia lang zo hard aan gewerkt had, besloot C. van der Wilden de werkzaamheden van de filmfabriek in de oorlog voort te zetten. Uiteraard gebeurde dit niet zonder de inmenging en streng toezicht van de bezetter.

In juni 1940 kwam er echter een derde speler op het toneel. De Nazi’s hadden besloten dat Polygoon en Profilti voortaan moesten samenwerken met het Duitse filmverhuurkantoor “Tobis.” Vanaf 1 januari 1941 kreeg het bioscoopjournaal de nieuwe naam “Tobis Nieuws”. Polygoon en Profilti zouden vanaf dat moment wekelijks om de beurt het bioscoopjournaal verzorgen. Door de gedwongen samenwerking groeide de verstandhouding tussen de medewerkers van beide filmfabrieken gestaag.

In het najaar van 1944 kwam de productie van films wegens gebrek aan elektriciteit en het sluiten van de meeste bioscopen volledig stil te liggen. Voor de filmfabrieken was het nu de belangrijkste taak om de archieven en het apparatuur te beschermen en ervoor te zorgen dat deze niet in handen van de Nazi’s zouden vallen. Door bombardementen ging een aanzienlijk deel uit het archief van Profilti verloren. Medewerkers van Polygoon wisten een groot deel van het eigen archief veilig de oorlog door te loodsen.

1945-1984 Neerlands Nieuws

Vanwege het feit dat Polygoon en Profilti in de oorlog voor de bezetter reportages en films hadden vervaardigd, werden beide bedrijven na de bevrijding in 1945 onder toezicht geplaatst. De directeuren van beide bedrijven, C.S. Roem en C. van der Wilden, werden beschuldigd van collaboratie en op non-actief gesteld. Roem moest zijn werkzaamheden in het filmwezen twee jaar stilleggen en Van der Wilden werd voor anderhalf jaar geschorst. Beide heren keerden daarna weer terug in de directie van de filmfabrieken. Ter verdediging voerden zij aan dat zij op aandringen van de Nederlandse overheid tijdens de oorlog het economische leven zoveel mogelijk hadden laten doorgaan. Volgens de medewerkers van de filmfabrieken was er nooit sprake geweest van sympathieën voor de nationaal-socialistische ideologie. Voordat de oorlog begon waren er veel Joodse medewerkers in dienst geweest. Bovendien hadden de filmbedrijven zich tijdens de oorlog, zo bleek uit latere onderzoeken, geenszins verrijkt.

Voor de overheid was het bioscoopjournaal na de oorlog een belangrijk middel om een groot deel van de bevolking te bereiken. Het volk moest een hernieuwd vertrouwen krijgen in de samenleving. Hierom mochten Polygoon en Profilti hun werkzaamheden na de oorlog gewoon voortzetten, zij het onder toezicht van een beheerscommissie. Deze controleerde de onderwerpen die in het journaal aan bod kwamen.

B.D. Ochse keerde terug als directeur van Polygoon. Als kapitein van het Militair Gezag was hij vanaf 1944 verantwoordelijk geweest voor filmzaken in de bevrijde gebieden. Op 22 mei 1945 besloten Polygoon en Profilti, mede vanwege het overheidsbeleid, een samenwerkingsverband aan te gaan. De twee bedrijven zouden voortaan verder gaan onder de naam “Polygoon Profilti Productions” (PPP). Het bioscoopjournaal zou voortaan Neerlands Nieuws heten.

Redactiecommissie

Ondanks het instellen van de beheerscommissie was de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) van mening dat Polygoon-Profilti toch nog te weinig onderwerpen toonde die de overheid belangrijk vond. Men besloot een redactiecommissie op te richten, die alle items moest beoordelen voordat deze hun weg naar het bioscoopjournaal zouden vinden. De commissie bestond uit G.van der Wiel, hoofd van de afdeling Film van de RVD, L.J.A. van Dijk, vertegenwoordiger van de afdeling Film van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap (OK&W) en Anton Koolhaas, redacteur van De Groene Amsterdammer. De commissie ging wekelijks met de redactie aan tafel om de ingekomen onderwerpen te bespreken, de journaals te evalueren en nieuwe onderwerpen te bedenken. Al snel groeide er een hecht samenwerkingsverband tussen de medewerkers van de commissie en de redactie.

In 1946 viel het oog, of beter gezegd het oor van de filmfabriek op een nieuw talent. Polygoon-Profilti nodigde Philip Bloemendal, op dat moment werkzaam voor Radio Herrijzend Nederland, uit voor een gesprek. Onder de indruk van Bloemendals timbre en perfecte dictie, bood de firma hem een baan aan als assistent-redacteur van Jo Levi. Later zou zijn stem voor vele Nederlanders onlosmakelijk verbonden blijven met de bioscoopjournaals van Polygoon. Naast het Neerlands Nieuws bracht Polygoon-Profilti ook wekelijks het Wereldnieuws op het grote scherm. Hierin waren items te zien die het journaal had verkregen door uitwisseling van filmmateriaal met buitenlandse journaalfirma’s.

Humor

Naast de productie van beide journaals pakte de filmfabriek ook het vervaardigen van langere films weer op. In maart 1947 was Vijf Jaren de eerste lange documentaire die na de oorlog de filmlaboratoria van Polygoon-Profilti uitrolde. Deze productie werd gemaakt in opdracht van de HARK (Hulp Actie Rode Kruis). Veel lof was er voor de film Walvis in Zicht die een halfjaar later verscheen.

Een ander belangrijk project waar Polygoon-Profilti zich in de jaren na de oorlog op stortte was de film Thuis. Tekst- en scenarioschrijver Anton Koolhaas besteedde bij het schrijven van het scenario extra veel aandacht aan de vertelstrategie van de film, waarbij humor de boventoon voerde.

Humor was een belangrijke factor in de films van Polygoon en werd later als kenmerkend beschouwd voor de producties van de firma. Van belang voor de later zo bekende woordgrapjes en beeldspraak was ook de toetreding van puntdichter Kees Stip tot de redactiecommissie. Er ontstond een goede band tussen Stip en de redactie, die uiteindelijk zou leiden tot een langdurige samenwerking. Vanaf het begin van de jaren vijftig werd Stip dé man die aan het einde van ieder jaar de hoogtepunten uit het Neerlands Nieuws samenstelde. Zijn buitengewone gevoel voor taal en beeldspraak bepaalden de typerende stijl van commentaar waarmee de meest uiteenlopende items van het jaaroverzicht aan elkaar werden gelijmd. Philips dictie paste uitstekend bij Kees Stips’ spitsvondige teksten.

Op 6 september 1948 zou Wilhelmina afstand doen van de troon en de scepter overdragen aan haar dochter Juliana. Ter ere van deze gelegenheid bracht de filmfabriek Moeder des Lands uit: een document over de regeringsjaren van Wilhelmina. Journaalitems en films over het koningshuis waren al vroeg het paradepaardje van Polygoon. Als een lid van de koninklijke familie ergens op staatsbezoek was of in eigen land een opening of toespraak bijwoonde, dan was Polygoon van de partij. Ook de inauguratie van Juliana en Beatrix filmde Polygoon vanaf de eerste rang. En uiteraard stelde zij het Nederlandse volk op de hoogte van de geboorten van koningskinderen.

Naast de aandacht die Polygoon en Profilti voor de oorlog al hadden besteed aan de Nederlandse koloniën in Indonesië was er na de oorlog ook belangstelling voor het leven in de westelijke overzeese Nederlandse gebieden. Cameraman Piet Buis en redacteur L.J.A. van Dijk maakten namens Polygoon-Profilti twee reizen naar de Antillen en Suriname. Het werk resulteerde in een aantal korte films en verschillende items over de exotische plaatsen in het Neerlands Nieuws.


Watersnoodramp

Toen op 31 januari 1953 prinses Beatrix haar vijftiende verjaardag op paleis Soestdijk vierde, was de cameraploeg van Polygoon-Profilti ook van de partij. De beelden van de feestelijkheden rond de verjaardag zouden het nieuws de volgende dag echter niet halen, want die nacht werd het zuidwestelijke deel van Nederland getroffen door een zware storm die een catastrofale overstroming tot gevolg had. De volgende ochtend werden er drie cameraploegen van Polygoon-Profilti in gereedheid gebracht om naar het rampgebied te vertrekken. Hoewel de cameralieden in de getroffen gebieden niet altijd met open armen ontvangen werden - zij kwamen immers niet om te helpen maar om ‘te kijken’ met hun camera’s - probeerden zij toch zo goed en kwaad als het kon de ramp vast te leggen. Een paar dagen later waren de eerste beelden van de catastrofe al in de bioscopen te zien. Dit maal werden de beelden begeleid door ernstig, sober commentaar en was van de grapjes niets meer terug te vinden. Hiermee zette Polygoon zich nogmaals op de kaart als een vakkundig bedrijf dat wanneer dat nodig was snel, accuraat en met gepaste ernst belangrijke nieuwsitems kon verslaan.

De journaals over de watersnoodramp, waarvan de beelden niet alleen in Nederland, maar ook in de omringende landen vertoond werden, droegen er mede aan bij dat er een grote stroom van giften ten behoeve van de slachtoffers op gang kwam.

Televisie

De opkomst van de televisie in de jaren vijftig betekende dat het bioscoopjournaal voortaan moest concurreren met de journaals en actualiteitenprogramma’s die hun weg direct naar de huiskamers wisten te vinden. In plaats van het bioscoopjournaal te vertonen, waarvoor de filmtheaters moesten betalen, kozen veel exploitanten ervoor reclamefilms in het voorprogramma op te nemen. Dit betekende een extra bron van inkomsten.

Hierdoor werd het lastiger voor de verschillende filmbedrijven om met elkaar te concurreren. Om een sterkere positie in de markt te verwerven en eveneens de werkzaamheden uit te breiden naar het nieuwe medium televisie, besloten de vier grote filmbedrijven uit de omgeving Polygoon-Profilti, Multifilm, Telefilm en Interfilm om de krachten te bundelen en verder te gaan als één grote werkgemeenschap. De firma’s vestigden zich in een voormalig pand van elektronicabedrijf Philips en een aantal omliggende grote villa’s in Hilversum en kozen de nieuwe naam “Cinecentrum” voor het samenwerkingsverband. Driehonderd werknemers vonden hun intrek in het grote nieuwe pand, dat op 27 april 1959 door de burgemeester van Hilversum werd geopend.


Bijna 70 jaar Polygoon

Hoewel de werkzaamheden van Cinecentrum voor de televisiewereld toenamen, kwam het bioscoopjournaal steeds meer in het geding. Eind jaren vijftig steeg het aantal televisietoestellen in Nederland explosief. Met de groeiende welvaart werd ook het aantal uren vrijetijdsbesteding groter en veranderde de manier waarop mensen deze vrij tijd invulden. Bovendien nam het NTS journaal, dat vanaf 1956 op de televisie te zien was, voor een groot deel de functie van het bioscoopjournaal over.

Al deze factoren hadden tot gevolg dat het bioscoopbezoek afnam. Eind jaren vijftig was dit voor filmtheater Tuschinski in Amsterdam de reden om geen bioscoopjournaal meer van Polygoon af te nemen. De bioscoop moest, nu de inkomsten terugliepen, manieren vinden om de kosten te beperken. In navolging van deze actie besloten ook andere bioscopen geen journaals meer van Polygoon af te nemen.

De filmfabriek kwam tot de conclusie dat het niet langer zin had om nog journaals voor de bioscopen te produceren. In het najaar van 1963 stuurde de firma een brief aan de bioscopen die het journaal nog wel afnamen dat het contract per 1 januari 1964 opgezegd zou worden. Toen dit nieuws de kranten bereikte, ontstond er grote verontwaardiging onder journalisten en burgers over het verdwijnen van het bioscoopjournaal, dat inmiddels een institutie was geworden.

Er werden zelfs kamervragen gesteld over de kwestie. Uiteindelijk werd er door de overheid besloten het bioscoopjournaal te redden met een bedrag van 350.000 gulden per jaar. In ruil hiervoor werd de RVD mede-eigenaar van beeldrecht, maar bleef het auteursrecht bij Polygoon. Zo kon de overheid voor haar eigen films fragmenten uit de archieven gebruiken, zonder dat zij daarvoor hoefde te betalen.

Door de overheidssteun kon de productie van het journaal gewoon door gaan en werd het uiteindelijk nog tot 1987 in verschillende bioscopen vertoond. In 1984 werd het Polygoon-Profilti archief overgenomen door de Nederlandse Omroep Stichting. Tegenwoordig wordt het archief beheerd door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

Polygoonjournaals Online

Beeld en Geluid heeft veel Polygoon journaals online beschikbaar gesteld.

Polygoon Thema's

Weekjournaals Polygoon

Jaaroverzichten Polygoon


Leaders van Polygoon

Polygoon leader01.jpg Leader Hollands Nieuws (realplayer) Leader Hollands Nieuws (Mediaplayer)

Leader polygoon profilti.jpg Leaders Polygoon Profilti (Realplayer) Leaders Polygoon Profilti (Mediaplayer)

Leader polygoon journaal.jpg Leaders Polygoon Journaal (Realplayer) Leaders Polygoon Journaal (Mediaplayer)

Leaders polygoon wereldnieuws.jpg Leaders Polygoon Wereldnieuws (Realplayer) Leaders Polygoon Wereldnieuws (Mediaplayer)

Diverse leaders polygoon.jpg Diverse leaders Polygoon (Realplayer) Diverse leaders Polygoon (Mediaplayer)