Categorie: Bioscoopjournaals

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De eerste Bioscoopjournaals zijn te zien in de vroege jaren '20. De journaals bestaan uit geluidloze nieuwsitems voorzien van tussentitels. Productiebedrijf Polygoon experimenteert in 1921 met journaals over actuele zaken in de omgeving Haarlem waar het bedrijf is gevestigd. Vanaf 1922 brengt het Hollands Nieuws in de bioscopen. In het eerste jaar produceert Polygoon 14 journaals voor Hollands nieuws. Het bedrijf is dan de leverancier van journaals aan de Nederlandse filmtheaters.

Halverwege de jaren '20 is Polygoon niet langer de enige producent van bioscoopjournaals. De Haagse filmfabriek Orion brengt dan Orion-Revue in de bioscopen. Het bioscoopjournaal van Orion is een doorn in het oog van Polygoon, maar vormt voor het grote filmbedrijf niet echt een bedreiging. Hier komt verandering in als Orion en reclamefilm producent Profilti in 1931 besluiten de handen ineen te slaan en zich storten op de geluidsfilm. Buitenlandse journaals met geluid zijn al geruime tijd in de Nederlandse bioscoop te zien, waarbij de stomme films van Polygoon en Orion-Profilti ouderwets lijken.

Hoewel Polygoon de eerste geluidsfilm levert in de bioscopen komt de concurrent Orion-Profilti op 3 juli 1931 met het eerste bioscoopjournaal met geluid: Nederland in Klank en Beeld. Polygoon volgt met een geluidsversie van haar bioscoopjournaal Hollands Nieuws en vult de bekende slogan van het bedrijf, "Polygoon spant de kroon", aan met de frase "óók in toon". Polygoon stopt na zes maanden met het vertonen van de geluidloze versies van het bioscoopjournaal. Orion-Profilti gaat nog tot 6 februari 1933 door met het produceren van de geluidloze versie Orion-Revue.

Ondanks dat Orion-Profilti met het bioscoopjournaal Nederland in Klank en Beeld een betere marktpositie heeft verworven ten opzichte van de grote Polygoon besluit Orion op 21 november 1932 zich terug te trekken uit het samenwerkingsverband met Profilti. Zowel Orion als Profilti komen door de breuk in financiele problemen. Het is uiteindelijk Polygoon die Profilti financieel uit de brand helpt. Profilti valt voortaan onder hetzelfde financiële regime als haar voormalige concurrent. Wel behoudt de firma haar eigen bestuur en medewerkers. Deze zijn echter niet of nauwelijks van deze constructie op de hoogte. Langzaam maar zeker merken de medewerkers van beide bedrijven dat de felle concurrentiestrijd tussen de twee firma’s is afgenomen en dat zelfs beelden die geschoten zijn door cameramannen van Profilti, soms terug te zien zijn in het journaal van Polygoon.

In de oorlogsjaren is er één wekelijks bioscoopjournaal: Tobis Nieuws. De bezetter vindt de twee bioscoopjournaals van Profilti en Polygoon overbodig en laat hen om de beurt een journaal maken voor Tobis Nieuws. De productie van de journaals staat onder volledig toezicht van de bezetter. De journaals zijn in deze periode dan ook niet meer dan Nazi-propaganda. In het najaar van 1944 zijn er geen journaals. De firma’s zijn door gebrek aan elektriciteit niet in staat om films te produceren. Na de oorlog verschijnen er weer wekelijkse bioscoopjournaals: Neerlands Nieuws en Wereldnieuws.

Aan het eind van de jaren '50 verschijnt Spiegel van Nederland, een bioscoopjournaal geproduceerd door Triofilm en NV Haghe film. De nieuwkomer houdt het slechts een paar jaar uit. Dit betekent niet dat Polygoon geen concurrent meer heeft. De opkomst van de televisie in de jaren vijftig betekent dat het bioscoopjournaal voortaan moet concurreren met de journaals en actualiteitenprogramma’s die direct hun weg naar de huiskamers weten te vinden. Het NTS Journaal, dat vanaf 1956 op de televisie te zien is, neemt voor een groot deel de functie van het bioscoopjournaal over. Daar komt bij dat met de groeiende welvaart het aantal uren vrijetijdsbesteding groter wordt en de manier waarop mensen deze vrije tijd invullen verandert. In plaats van het bioscoopjournaal te vertonen, waarvoor de filmtheaters moeten betalen, kiezen veel exploitanten ervoor reclamefilms in het voorprogramma op te nemen. Dit betekent een extra bron van inkomsten. Hierdoor komt het bioscoopjournaal steeds meer in het geding.

De filmfabriek komt tot de conclusie dat het niet langer zin heeft om nog journaals voor de bioscopen te produceren. In het najaar van 1963 stuurt de firma een brief aan de bioscopen die het journaal nog wel afnemen dat het contract per 1 januari 1964 opgezegd wordt. Wanneer dit nieuws de kranten bereikt, ontstaat er grote verontwaardiging onder journalisten en burgers over het verdwijnen van het bioscoopjournaal, dat inmiddels een institutie is geworden. Er worden zelfs kamervragen gesteld over de kwestie.

Uiteindelijk wordt er door de overheid besloten het bioscoopjournaal te redden met een bedrag van 350.000 gulden per jaar. In ruil hiervoor wordt de RVD mede-eigenaar van beeldrecht, maar blijft het auteursrecht bij Polygoon. Zo kan de overheid voor haar eigen films fragmenten uit de archieven gebruiken, zonder dat zij daarvoor hoeven te betalen. Door de overheidssteun kan de productie van het journaal gewoon door gaan en wordt het bioscoopjournaal uiteindelijk nog tot 1987 in verschillende bioscopen vertoond.

Pagina’s in categorie "Bioscoopjournaals"

Deze categorie bevat de volgende 12 pagina’s, van in totaal 12.