Honingraatspoel

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

In iedere radio zitten spoelen. Tegenwoordig zijn ze klein en zeer efficiënt. Ze zitten diep in het apparaat verborgen. In de moderne schakelingen hoeft er aan de spoelen niets te gebeuren nadat ze door de fabriek optimaal zijn afgeregeld.

een heel gedoe

De eerste radio’s worden uitgerust met grote honingraatspoelen die deel uitmaken van de afstemkring van de ontvanger. Ze bestaan uit een eind draad dat kruislings op een rol is gewonden van ongeveer vijf centimeter doorsnee en een paar centimeter breed. De uiteinden van de spoeldraad zitten vast aan een stekker die deel uit maakt van het spoellichaam. De spoel kan zo in een daarvoor bestemde stekkerbus worden gestoken. Dit maakt het eenvoudig de spoelen te verwisselen. Dat is van belang omdat ze deel uitmaken van het afstemgedeelte van de radio. Radiopionier Jan Corver heeft een en ander beschreven in zijn boeken. Voor verschillende frequentiegebieden zijn verschillende spoelen nodig. Bij het type Koomansontvanger zijn aan de frontplaat stekkerbussen gemaakt voor drie honingraatspoelen. Daar worden de voor de gewenste frequentie geschikte honingraatspoelen aangesloten door de stekkerpootjes van de spoelen in de bussen te steken. In combinatie met variabele condensatoren wordt de te ontvangen frequentie ingesteld. De positie ten opzichte van elkaar is belangrijk omdat de spoelen invloed op elkaar hebben.

leerzaam

In het begin van de twintigste eeuw wikkelen radio amateurs zelf hun spoelen. Daar is toen veel kennis opgedaan die in de Tweede Wereldoorlog heeft bijgedragen aan het ondergronds gebruik van de radio. Veel eenvoudige ontvangers zijn in het geheim gebouwd met de aanwezige kennis.