Nieuwspresentator: Invloed van technologische innovaties

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Invloed van technologische innovaties

Ook in de jaren zeventig vinden er weer ingrijpende veranderingen in vorm en inhoudelijke veranderingen plaats bij het NTS Journaal, dat sinds de fusie met Nederlandse Radio Unie (NRU) op 29 mei 1969 het NOS Journaal heet. De technologische ontwikkelingen spelen hierbij een zeer grote rol, evenals de komst van wederom een nieuwe hoofdredacteur, Ed van Westerloo.

Begin 1970 denkt hoofdredacteur Dick Simons aan opstappen. De kritiek op hem neemt vooral intern behoorlijk toe. Het NOS Journaal is een slecht communicerende organisatie geworden en Simons wil door zijn redactie eigenlijk alleen gestoord worden als het echt niet anders kan. Hij bemoeit zich vrijwel niet meer met de inhoud en laat dit volkomen over aan zijn eindredacteuren. Van opstappen is echter nog geen sprake, want er staan een aantal belangrijke innovaties op technisch gebied voor de deur. Allereerst is daar kleur. Kleurenfilm bestaat inmiddels al decennia lang in de filmwereld, maar op de Nederlandse televisie is daar vrijwel geen sprake van. De invoering van kleur gebeurt in stappen en heeft in het begin nog geen grote haast, omdat het gros van de Nederlanders nu eenmaal nog geen kleurentelevisie in huis heeft. De opnames in de Haagse studio blijven voorlopig in zwart wit, maar wel worden steeds meer items op kleurenfilm geschoten.

Voor de eerste proeven met kleurenfilm wordt gebruik gemaakt van het natuurkundig laboratorium van Philips. Nieuwspresentator Rien Huizing gaat samen met enkele collega’s naar Eindhoven om vanuit daar een proefuitzending in kleur te presenteren. Hier komen zij erachter dat kleur ook van invloed zal zijn op de manier waarop de presentator in beeld komt. Styling van de kleding wordt bijvoorbeeld belangrijker, omdat met elkaar vloekende kledingstukken nu ook voor de kijker zichtbaar worden. Bovendien is het belangrijk dat een kledingstuk niet te veel stippeltjes of streepjes heeft, omdat het beeld dan gaat interfereren.


De autocue

Naast de introductie van kleur in het NOS Journaal wordt intussen intern geoefend met een technische ontwikkeling die het presentatievak voorgoed zal veranderen, te weten de autocue. De autocue is een nieuw systeem waarbij, simpel gezegd, de presentatieteksten via spiegels voor de lens van de camera te lezen zijn. De kijker thuis ziet deze teksten niet. Hierdoor hoeft de presentator niet meer van zijn papier het nieuws te lezen, maar kijkt hij rechtstreeks de camera in. Hiermee kijkt hij het publiek in feiten recht in de ogen. Althans, die illusie wordt hierdoor gewekt. De nieuwspresentator ontwikkelt op visueel niveau een directe relatie met het publiek en dit draagt bij aan de band die de nieuwspresentator krijgt met de kijkers.

Met deze uitvinding wordt al in het voorjaar van 1970 geoefend, maar het zal uiteindelijk tot november 1971 duren voordat dit nieuwe apparaat zijn intrede in de nieuwsstudio doet. Ook dit apparaat is door de jaren heen veranderd en verbeterd, maar de essentie is nog altijd dezelfde. Jarenlang heeft bijvoorbeeld een medewerker de autocue met de hand moeten rollen en zijn uitgetypte vellen papieren in stroken geknipt en op de autocuerol geplakt. Ook hebben nieuwspresentatoren sinds halverwege de jaren negentig de mogelijkheid zelf de autocue te bedienen. Dit gebeurt met een pedaal onder de nieuwsdesk.

De autocue wordt al ruim veertig jaar gebruikt bij het televisiejournaal in Nederland, maar de autocuepresentatie is door de jaren heen wel veranderd. Tegenwoordig wordt de autocue vrij strikt voorgelezen en kijkt de nieuwspresentator strak in de camera terwijl hij de teksten leest. In de jaren vlak na de invoering van de autocue is het echter gebruikelijk geweest om het enkel als hulpmiddel te hanteren en vooral vanaf het papier op het bureau te lezen. Voor de intrede van de autocue (en de nieuwspresentator al wel in beeld verschijnt) heeft de presentator een papier voor zich liggen waar zijn presentatieteksten op staan. Slechts af en toe opkijkend leest hij dit voor het grootste deel voor. Het publiek is gewend geraakt aan deze presentatiestijl en mede daarom is er bij de komst van autocue niet meteen van afgestapt. De eerste jaren na de introductie wordt daarom net gedaan alsof men nog veel van het papier leest.


Terug naar onderwerp

Vorig hoofdstuk || Volgend hoofdstuk