Rien Huizing

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Belangstelling voor nieuws en journalistiek zit er bij Rien Huizing al jong in: “Ik schijn als kind al alles te hebben willen lezen waar maar letters op stonden. Later kocht ik wel, als ik wat meer zakgeld had een andere editie van de krant die we thuis hadden, gewoon om te zien waarin die edities van elkaar verschilden”. Zijn schoolopleiding mondt uit in het diploma Gymnasium Alpha. Na het eindexamen volgt bijna twee jaar militaire dienstplicht, waarna Huizing aan de Rijksuniversiteit in Groningen Engelse Taal- en Letterkunde gaat studeren. Hij vindt die studie best interessant, maar het vooruitzicht van een baan in het onderwijs lokt hem niet erg. Bovendien bleef er die journalistieke belangstelling en door toeval komt hij er achter te beschikken over een niet onaardige microfoonstem.


Radionieuwsdienst van het ANP

Tijdens zijn studie in Groningen meldt Huizing zich voor een stemtest bij de Regionale Omroep Noord, waar ze mensen vragen om incidenteel teksten in te spreken. Hij wordt daar afgewezen, omdat hij te weinig regionaal klinkt. Vrij gauw daarna verschijnt er een advertentie waarin de Radionieuwsdienst van het ANP in Hilversum een redacteur/nieuwslezer zoekt. Huizing staat vlak voor zijn kandidaatsexamen, maar besluit toch te solliciteren. Er volgt een lange procedure – ook al omdat de belangstelling groot is – maar Huizing wordt daar uiteindelijk aangenomen en kan beginnen op 1 januari 1958. Op instigatie van de hoofdredacteur Sal Witteboon moet hij wel spraaklessen gaan nemen. Hij moet proberen wat minder studentikoos te klinken.

Bij de Radionieuwsdienst is Huizing in het begin zowel leerling-nieuwslezer als aankomend redacteur. De Radionieuwsdienst heeft in die tijd niet meer dan zes uitzendingen per dag en het werk is verdeeld in een vroege en een late dienst. Tussen het lezen van de nieuwsbulletins door zijn er redactionele werkzaamheden. Als ongeveer drie jaar na zijn binnenkomst plots een aantal eindredacteuren kort na elkaar vertrekt, wordt Huizing samen met zijn collega-nieuwslezer Wim Hoogendoorn gepromoveerd tot eindredacteur. In die functie selecteert hij het nieuws dat per telex van het ANP en buitenlandse persbureaus binnenkomt en laat dat gereed maken voor de uit te zenden nieuwsbulletins. Hij blijft overigens in die periode ook als nieuwslezer actief.


Het NTS Journaal

In het najaar van 1964 – Huizing is dan al weer ruim zes jaar bij de Radionieuwsdienst – kan hij via de NRU met korting een televisietoestel kopen. Voor die tijd heeft hij er geen in huis: “Toen merkte ik wat voor een impact televisie had. Wat voor een kracht er van dat medium uitging. Hoe mooi ik het medium radio ook vond en nog steeds vind, van televisie bleek iets extra’s uit te gaan, iets buitengewoon pakkends”. Als er niet veel later vacatures blijken te zijn voor nieuwslezers/redacteuren bij het NTS Journaal besluit Huizing daarop te solliciteren. Hij heeft al eerder bij het Journaal buiten beeld commentaar ingesproken bij filmonderwerpen en kent daardoor de organisatie en sommige medewerkers al enigszins. Aanvankelijk worden in die periode Frits Thors en Eugènie Herlaar aangenomen, waardoor Huizing zijn kansen ziet slinken. Maar dan wordt hij toch uitgenodigd voor een screentest, wordt aangenomen en maakt op 1 oktober 1965 de overstap van radio naar televisie.

De eerste jaren bij het NTS Journaal is Huizing actief als nieuwslezer en verslaggever. Het is een dubbelfunctie waarbij hij deels studiopresentatie doet en op andere dagen met een filmploeg het land intrekt om nieuwsonderwerpen te maken en mensen te interviewen. Het verslaggeverswerk ligt hem naar eigen zeggen niet zo goed: “Je had bij het Journaal van die verslaggevers, echte nieuwshonden die zich in het onderwerp vastbijten. Dat had ik aanmerkelijk minder.” In overleg met de hoofdredactie kan hij na een jaar of drie bij het Journaal een andere dubbelfunctie krijgen die hem beter ligt, die van nieuwspresentator en eindredacteur. Wat van hem zo nu en dan ook gevraagd wordt is de coaching van nieuwe collega’s. Zo begeleidt hij collega’s als Wibo van de Linde en Harmen Siezen in hun beginperiode als presentator. En datzelfde doet hij met enige regelmaat ook voor de buitenlandcorrespondenten van het Journaal als die één keer per jaar in Nederland zijn.

In de periode dat Huizing werkzaam is hij het NTS en later het NOS Journaal verandert er heel veel bij die nieuwsorganisatie. De overgang van zwart-wit naar kleur bijvoorbeeld. Huizing presenteert de eerste proefuitzending in kleur bij Philips in Eindhoven – in het NatLab, het natuurkundig laboratorium. Een andere belangrijke ontwikkeling is de introductie van de autocue begin jaren zeventig, waarvoor een andere manier van presenteren vereist is.

Huizing vervult als eindredacteur en presentator een invloedrijke rol op de redactie van het Journaal. Dat wordt onder meer duidelijk wanneer in 1974 de hoofdredacteur Dick Simons opstapt en er nog geen vervanger is. In dit interregnum wordt uit de medewerkers een Journaal-commissie gevormd waarvan Huizing de secretaris is. Hij schrijft dan de Streefnota Journaal – een stuk waarin de redactie aangeeft wat er in de toekomst zal moeten veranderen aan de organisatie en aan de programmering. Zo zou het Journaal het recht moeten krijgen meer duiding te geven aan het nieuws en invloed moeten hebben bij de benoeming van de nieuwe hoofdredacteur. Die nieuwe hoofdredacteur wordt uiteindelijk Ed van Westerloo. Die maakt al gauw na zijn aantreden in 1975 een einde aan de dubbelpresentatie die kort daarvoor is ingevoerd. En voor de presentatie van het belangrijke Acht Uur Journaal wil Van Westerloo louter nieuwslezers met een gezaghebbende aanwezigheid. Die kwaliteit ziet hij in Rien Huizing en Eef Brouwers en later Joop van Zijl en die worden benoemd tot de zogenoemde A-presentatoren. Huizing blijft ook eindredacteur en in die functie botst hij af en toe met de nieuwe baas: “Ik vond Ed van Westerloo een journalistiek bevlogen hoofdredacteur die, begrijpelijk misschien, dadelijk zijn stempel wilde zetten, maar hij ging me in het begin soms een beetje te snel en te hard.”


Radionieuwsdienst van het ANP

Wanneer in de jaren tachtig Huizing niet in aanmerking blijkt te komen voor de functie van journalistiek adjunct-hoofdredacteur van het NOS Journaal besluit hij naar iets anders uit te zien. Bovendien lokt het hem ook niet aan nog heel veel langer als Journaal-presentator werkzaam te blijven. Niet veel later hoort hij dat er binnenkort de functie van hoofdredacteur van de Radionieuwsdienst van het ANP vrij zal komen. Hij besluit de cirkel rond te maken en in het najaar van 1984 terug te gaan naar zijn eerste werkgever. Nu als hoofdredacteur: “Dat had, eerlijk gezegd, ook als voordeel dat ik net een beetje meer zou gaan verdienen. En dat zou weer invloed hebben op de hoogte van mijn aanstaande pensioen. Toen gold namelijk nog het eindsalaris als pensioengrondslag.” Geld is overigens niet de enige reden voor de overstap. Huizing wil ook bezien of hij het in zich heeft leiding te geven aan een redactie van zo’n 35 redacteuren en nieuwslezers. In de periode tot aan zijn pensioen in 1991 heeft hij zich nadrukkelijk sterk gemaakt voor het bestaansrecht van de Radionieuwsdienst binnen de NOS en binnen de omroep als geheel. Hart voor het vak heeft hij steeds behouden. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting als er plotseling een nieuwslezer uitvalt en Huizing maar wat graag weer eens zelf achter de microfoon gaat zitten om een nieuwsbulletin te lezen.

Na zijn pensionering kan Huizing zich nog een aantal jaren bezig houden met wat ook heel erg zijn hart heeft: de klassieke muziek. Hij is een tijdje als vrijwilliger omroeper bij de Concertzender in Amsterdam. En is tien jaar betrokken bij Preludium – het blad van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarvoor schrijft hij artikelen en interviewt hij gevestigde en aankomende musici. Vanaf zijn zeventigste doet Huizing het wat rustiger aan, gaat nog wel naar concerten of de opera, maar is vooral bezig met huis en tuin.