Eef Brouwers

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Eef Brouwers

NaamEvert Brouwers
GeborenZwolle, 9 maart 1939
GestorvenEindhoven, 6 oktober 2018
Functies journalist, nieuwspresentator, voorlichter
Bekend vanNOS Journaal, Rijksvoorlichtingsdienst (RVD)
Periode actief1966-2004
Werkt samen metRien Huizing, Lous Haasdijk
Media
Audio fragmentenAudio.png
GalleryGallery

Eef Brouwers in de media
Oeuvre Eef Brouwers

Eef Brouwers raakt, zoals hij zelf aangeeft, als middelbare scholier geïnteresseerd in de journalistiek door het lezen van een boek waarin een journalist de avontuurlijke en succesvolle hoofdpersoon is. De titel van dat boek? “Ik zou het werkelijk niet meer weten”. Wel duidelijk is dat hij in zijn HBS-tijd lid wordt van AVRO-Minjon, de jeugdomroep van de AVRO die onder leiding van Herman Broekhuizen jongeren de kans geeft met eigen programma’s de Hilversumse radio te halen. Zo heeft hij rolletjes in hoorspelen en fungeert hij als geluidsinspeciënt. Zijn intrede in de journalistiek doet hij in 1956 als leerling-verslaggever bij de Nieuwe Provinciale Groninger Courant, een klein protestants-christelijk dagblad, dat vele jaren later in Trouw zal opgaan.


Kranten en regionale omroepen

Na de in die tijd – tweede helft jaren vijftig – drie verplichte jaren als leerling-journalist werkt hij enkele jaren in Groningen en Drenthe als freelancer voor verschillende regionale en landelijke kranten, waarna hij als stadsredacteur-verslaggever in dienst treedt bij het Utrechts Nieuwsblad. Vervolgens gaat hij terug naar Groningen, waar het dagblad Nieuwsblad van het Noorden een positie voor hem heeft als redacteur binnen- en buitenland. De verslaggeving trekt hem echter meer dan het zittende bureauwerk en zo zwerft hij na betrekkelijk korte tijd al weer door Groningen, Friesland en Drenthe. Ook maakt hij teksten voor de omroep. Hij valt in vakantieperioden of bij ziekte in voor de vaste omroepers van de Regionale Omroep Noord en Oost, die de provincies Groningen, Friesland, Drenthe Overijssel en Gelderland bedient, en verlaat na een aantal jaren de krant waar hij met veel plezier werkt om bij de RONO als chef Actualiteiten en Sport in vaste dienst te treden.


Radio en televisie

Een jaar later al maakt hij de overstap naar AVRO’s Radiojournaal in Hilversum. Naast zijn werk als radioreporter presenteert hij samen met de Friese cabaretier Rients Gratama eerst eenmaal en later tweemaal in de week op de radio het familieprogramma Mobiel. Hij herinnert zich de aankondiging nog als de dag van gisteren: “Mobiel, een bewegelijk programma van en voor bewegelijke mensen, onder regie van Jo Vischer junior”.

Ziekte van AVRO’s vaste sportverslaggever Dick van Rijn maakt dat Eef Brouwers door zijn eigen omroep, naast zijn werk als verslaggever in de Tweede Kamer, op zondag als het ware wordt uitgeleend aan het sportprogramma Langs de lijn van de gezamenlijke omroepen. Na korte tijd wordt hij gevraagd om als presentator mee te werken aan het NOS- televisiesportprogramma Studio Sport, waar hij later als redacteur-presentator in vaste dienst treedt.


NOS Journaal en Polygoon

Na een tip van regisseur Henny Budie start Brouwers in januari 1973 als redacteur-nieuwslezer bij het NOS Journaal. “Een schitterende tijd daar gehad”, zegt hij zelf vele jaren later. Net als Joop van Zijl valt hij ook weleens in voor Philip Bloemendal van het Polygoon bioscoopjournaal. Hij noemt dat een “totaal andere manier van presenteren, stukken sneller en helemaal in de lijn van Philip dan ook nog eens gekruid met humor”. Het presenteren van Studio Sport en vervolgens het NOS Journaal maakt hem tot een bekende Nederlander, maar voor hemzelf blijft de verslaggeverij, het maken van reportages een heerlijke krent in de dagelijkse nieuwsbrij. De twee Molukse treinkapingen in respectievelijk 1975 (Wijster) en 1977 (De Punt) en de bezetting van een lagere school in Bovensmilde staan hem nog altijd scherp voor de geest.


Terug naar de krant

In 1977 krijgt Brouwers de kans om adjunct-hoofdredacteur en enkele maanden later hoofdredacteur te worden van zijn oude krant, het dagblad Nieuwsblad van het Noorden. Omdat zijn vrouw en hij beiden in het noorden van het land zijn opgegroeid twijfelt hij niet lang over de terugkeer van de televisie naar de krant.


Philips

Op een congres van het Genootschap van Hoofdredacteuren in Eindhoven ontmoet hij voorjaar 1982 enkele leden van de Philipstop, onder wie de nog kersverse president Wisse Dekker. Een half jaar later treed hij bij het Philipsconcern in dienst als hoofd van de toenmalige Philips Persdienst. Eerst in de functie van adjunct-directeur, maar binnen een jaar als directeur. Hij is de woordvoerder van de president – achtereenvolgens Wisse Dekker, Cor van der Klugt en Jan Timmer - en de andere leden van de Raad van Bestuur. Zijn journalistieke vrienden bezien zijn overstap van de journalistiek naar het internationale bedrijfsleven geheel in de geest van die tijd aanvankelijk met gefronste wenkbrauwen, maar als blijkt dat hij de taal van de journalist blijft verstaan verloopt de samenwerking steeds soepeler. Zelf noemt hij het werken met de media in sterk van Nederland verschillende culturen een uitdaging waar hij veel van heeft opgestoken.


Rijksvoorlichtingsdienst

In de periode dat nogal wat van zijn oud-collega’s vanwege grote veranderingen in de mediawereld aan de VUT denken plakt Brouwers er voorjaar 1995 nog negen jaren als baas van de Rijksvoorlichtingsdienst aan vast. Hij begint er als Hoofddirecteur en eindigt er als Directeur-Generaal. Hij is woordvoerder van de minister-president (tweemaal Kok en tweemaal Balkenende) en dient ook de Koningin en de leden van het Koninklijk Huis. En ook in deze baan verschijnt hij zelf weer met een zekere regelmaat in het nieuws.


Verder

Na zijn pensionering wordt hij gevraagd voor commissies, besturen en adviseurschappen, zoals bijvoorbeeld de Alzheimerraad. De in zovele actieve jaren opgedane relaties op breed terrein komen daarbij goed van pas. Op de vraag hoe hij het liefste herinnerd zou willen worden denkt hij even na. Toch maar het liefste als een van huis uit verlegen jongen die werd wat hij op school al wilde worden, als iemand die in elk geval zijn best heeft gedaan er op zijn manier het beste van te maken.