Vincent Monnikendam

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Als Vincent Monnikendam in 1966 bij de NOS als documentaire filmer begint is er nog tijd voor documentaires, die een uitgebreide research behoeven. Voor zijn films, Rayon 69, Lijn 6 en De tiende penning woont de regisseur maandenlang op lokatie voor hij zijn documentaires ook daadwerkelijk draait. Hier praat, kijkt en luistert hij net zolang tot hij midden in het onderwerp zit. “Op die manier ontstaat het mentale raster waarmee ik vervolgens ga filmen. Door de lange voorbereiding storen de mensen zich niet meer aan mij en kan ik mijn gang gaan”. Monnikendam wil precies weten wat er speelt, de situatie van binnenuit verkennen en kennen. Het zijn niet zijn eigen gevoelens en meningen die het uitgangspunt van zijn films vormen. “Ik laat me verzinken in de groepen over wie mijn films gaan”, zegt hij. Voordat hij de montage afsluit vertoont hij de mensen in zijn film de ruwe versie. Zij moeten zichzelf er in herkennen. Het gaat om hen.

Monnikendams methode werkt. Zijn films komen met respect heel nabij. Er is ruimte voor detail maar bovenal oog voor context. Er worden geen scènes nagespeeld en er is geen alwetend commentaar. De onderliggende werkelijkheid wordt transparant door de openheid van de personages, zijn aanwezigheid op de juiste momenten en een uitgebalanceerde montage. Verhalen op microniveau verwijzen naar grotere maatschappelijke problemen en strukturen. Het is de publieke omroep die hem de mogelijkheid biedt zijn eigen stijl te ontwikkelen. Eind jaren tachtig wordt de programmering echter steeds commerciëler. Monnikendam betreurt het dat er binnen de NPS (voorheen NOS) minder en minder ruimte is voor documentaires die een lange adem behoeven. Hij zegt hierover: “Dat is ook de enige rechtvaardiging voor het voortbestaan van de publieke omroep, om die dingen te maken die de commerciëlen niet doen. Het is van de gekke dat een dergelijke stijl, die bij de publieke omroep tot volwassenheid is gekomen door de NPS wordt afgeschaft. Dat is kapitaalvernietiging en zo ondergraaf je je eigen bestaan.” Voor echte bevlogenheid is in de jaren negentig volgens hem alleen nog plek bij de VPRO.

Volgens hem zit het onderscheid in kwaliteit niet in televisie versus film, maar in de wereld van verschil tussen diepgravende projecten en snelle oppervlakkige reportages. Het zijn zonder uitzondering sociale onderwerpen die deze eigenzinnige regisseur interesseren. Op het gebied van zijn onderwerpen/projecten kent Monnikendam een hardnekkigheid en gedrevenheid, die hem typeren. Hij filmt met regelmaat in zijn geboortestad Den Haag. Ondanks zijn mensgerichte achtergrond (met name belangstelling voor ethnische minderheden) vormen zijn documentaires geen klassieke antropologische films. Hoewel zijn oudere films vooral gekenmerkt worden door een observerende cameravoering en weinig openlijke artistieke inmenging van de regisseur is zijn montage geraffineerd en zijn stijl zeer betrokken. Niet de estethiek, maar de waarheidsgetrouwe weergave staat voorop. Bij Moeder Dao, de schildpadgelijkende komt er een artistieke component bij. De geluidsband is een speciaal gecombineerd klankspel dat de beelden in een nieuw beeldend kader plaatst. Ook in zijn meest recente project, Zielen van Napels, dat als werktitel “Pléiade, de werken van barmhartigheid” heet, onderzoekt Monnikendam in het huidige Napels het thema van de barmhartigheid. Hij wil beschouwende en fictieve elementen inbrengen die een meer gelaagde en artistieke aanpak tot resultaat zullen hebben.