Zendamateurs
De zendamateur Al sinds het begin van het radiotijdperk zijn liefhebbers (amateurs) van de radiotechniek bezig met het maken van eigen radio's en zenders om contact te maken met andere amateurs. Belangrijke namen zijn Idzerda en Corver. Zij stonden aan de wieg van het huidige omroepenstelsel. In de loop van de jaren groeide het aantal radio-zendamateurs zo snel dat de overheid een vergunningstelsel invoerde. De zendamateurs kregen te maken met de eisen van kennis van de techniek en regelgeving die op een examen dat door de PTT werd afgenomen werden getoetst. Om te mogen "werken" is de amateur verplicht zijn of haar roepnaam bij iedere uitzending regelmatig te noemen. In Nederland begint deze altijd met de letters PE of PA, gevolgd door een getal wat de bevoegdheid aangeeft. Daarna volgen drie letters die de amateur identificeren. Bijvoorbeeld PE1IAU of PA0CFG Ieder land heeft een eigen prefix zodat de zendamateur weet met welk land contact is gemaakt. Amateurs met het prefix PE werken in de tweemeter en zeventig centimeterbanden, de amateur met het prefix PA mag ook in de kortegolfbanden werken. Allemaal in strak gedefinieerde delen daarvan. Er zijn amateurs die bedreven zijn in het seinen van het morse-alfabet. Anderen praten liever. Ieder doet wat het best bevalt. Zendamateurs mogen hun eigen apparatuur bouwen en zorgen ervoor dat deze geen storing veroorzaakt van legale omroepzenders of hulpdiensten. Soms is een zendamateur heel herkenbaar door de antenne die in de tuin, op of aan het huis is geplaatst. Kleinbehuisden, of zij die door de verhuurder geen grote bouwsels mogen plaatsen, zoeken hun heil tegenwoordig in de loop antenne. Het is altijd zoeken naar een verre verbinding. Een contact maken met een amateur ver weg geeft een lekker gevoel. Vaak worden de contacten met elkaar bevestigd middels een zogenaamde QSL-kaart die wordt verstuurd. Daarop staan de gegevens als tijd, toesteltype, zendvermogen, antennetype en natuurlijk in grote letters de roepnaam.