Leonie van Bladel: verschil tussen versies

Uit B&G Wiki
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
(4 tussenliggende versies door een andere gebruiker niet weergegeven)
Regel 10: Regel 10:
| periode_actief  = 1963-1994
| periode_actief  = 1963-1994
| werkt_samen_met =  
| werkt_samen_met =  
| trivia = is van 1994 tot 1999 Europarlementariër en zorgt voor een mediahype wanneer ze collega [[Hedy d'Ancona]] beschuldigt van molestatie
| trivia = [[Trivia: Leonie van Bladel|Trivia]]
| media =
| externe_info =  
| externe_info =  
| gallery =  
| gallery = [[Gallery: Leonie van Bladel|Gallery]]
| onderschrift = Leonie van Bladel (1984)
| onderschrift = Leonie van Bladel (1984)
| media = <imagemap>
| media = <imagemap>
Regel 23: Regel 22:
| catalogus = [[Leonie van Bladel in de media]]
| catalogus = [[Leonie van Bladel in de media]]
}}
}}
Leonie van Bladel is regisseuse, redactrice, journaliste en politica. Op televisie is ze te zien geweest als omroepster voor de [[VPRO]] en de [[IKOR]] en als presentator en verslaggever voor actualiteitenrubriek ''[[Kenmerk]]''. Op de radio heeft ze ''[[Blik op de wereld]]'' gepresenteerd. Tevens is ze chef geweest van de Afrika-afdeling van de [[Wereldomroep]].
'''Jeugd, opleiding en eerste werkervaring'''


Leonie van Bladel komt uit een religieus gemengd gezin. Haar Friese moeder is protestants, haar Brabantse vader katholiek. Ze heeft de mms gedaan aan het Bonifaciuslyceum te Utrecht, een brede opleiding waar ze naar eigen zeggen later veel plezier van heeft gehad. Toch is het overdragen van informatie, teksten of poëzie iets wat altijd onbewust in haar heeft gezeten. Van 1960 tot 1963 is ze secretaresse voor het Instituut voor Kunstgeschiedenis in Utrecht. Ze gaat deels de cursus volgen van het Persinstituut te Amsterdam, de voorloper van de School voor Journalistiek. Dit combineert ze vanaf 1963 met secretaressewerk voor het ''[[NTS Journaal]]'' wat ze om de week op zaterdag doet.
Leonie van Bladel komt uit een religieus gemengd gezin. Haar Friese moeder is protestants, haar Brabantse vader katholiek. Ze heeft de mms gedaan aan het Bonifaciuslyceum te Utrecht, een brede opleiding waar ze naar eigen zeggen later veel plezier van heeft gehad. Toch is het overdragen van informatie, teksten of poëzie iets wat altijd onbewust in haar heeft gezeten. Van 1960 tot 1963 is ze secretaresse voor het Instituut voor Kunstgeschiedenis in Utrecht. Ze gaat deels de cursus volgen van het Persinstituut te Amsterdam, de voorloper van de School voor Journalistiek. Dit combineert ze vanaf 1963 met secretaressewerk voor het ''[[NTS Journaal]]'' wat ze om de week op zaterdag doet.


In 1965 doet ze samen met [[Sonja Barend]] een screentest voor omroepster. Sonja krijgt de baan en Leonie besluit een andere route te kiezen. Ze wil regisseur worden omdat ze graag met film wil werken. Met de redactie van het ''Journaal'' zit ze op dat moment nog in de barakken aan de Emmastraat in Hilversum waar ook het filmarchief is ondergebracht. Hierdoor komt ze regelmatig omroepmedewerkers tegen die filmmateriaal komen bekijken. Ze spreekt [[Arie Kleywegt]] (directeur VPRO-televisie) aan en zegt dat ze graag bij de [[VPRO]] wil komen werken. Op een dag wordt ze op gesprek uitgenodigd en kort daarna mag ze als continuity regisseur beginnen. Ze zorgt ervoor dat de uitzendingen gladjes verlopen en ze regisseert de omroepsters. Hiervoor heeft ze geen opleiding gevolgd, maar ze leert in de praktijk. Ze komt in een milieu terecht waar creativiteit belangrijk is en waar er kansen zijn om verschillende kanten op te gaan binnen de omroep. Zo gebeurt het dat op een dag in 1966 de omroepsters [[Lily van den Bergh]] en [[Marion Reuvecamp]] niet beschikbaar zijn. Leonie stelt voor dat zij zelf invalt. Na het bekijken van haar screentest gaat Arie Kleywegt hiermee akkoord. Op die bewuste donderdag wordt Leonie direct in het diepe gegooid: het vrouwenprogramma van [[Netty Rosenfeld]] is maar twee minuten bezig als de zender uitvalt. Ze weet de onderbreking goed te overbruggen. Daarna valt ze tot 1973 onregelmatig in voor haar collega’s bij de VPRO en tot 1971 ook voor [[Dore Smit]] bij de [[IKOR]]. Ze krijgt geen opleiding voor dit werk en er wordt weinig teruggekoppeld over haar presentatie. Wel krijgt ze te horen dat ze zo ernstig kijkt. Er worden grapjes uitgehaald om haar van de wijs te brengen. Ze herinnert zich bijvoorbeeld dat ze een eenakter met [[Frits Butselaar]] moet aankondigen en dat de cameraman meerdere malen “Bits Frutselaar” zegt in de hoop dat ze het fout gaat zeggen. Ook als regisseur krijgt ze dit soort geintjes te verduren. Zo hebben de technici een keer tijdens de uitzending haar beeldschermen op zwart gezet. Hier tuint ze echter niet in. Ze heeft namelijk het voordeel dat de uitzendingen in die tijd vanuit [[Studio Vitus]] komen en ze via een raam het toestel bij de slager aan de overkant kan zien dat de uitzending daar gewoon verdergaat. Ze geniet van samenwerking met gemotiveerde collega’s. Bij de VPRO neemt haar collega [[Ferial Roelse]] de regie op zich als Leonie moet omroepen. Het zijn lange, drukke dagen. Ze maakt de filmseries klaar voor uitzending, ze verzorgt de planning voor de filmmontage in de ambachtschool in Bussum, raapt de programmateksten voor de televisiegidsen bijeen en bereidt zich voor op het omroepen. Ze maakt ook deel uit van de filmwerkgroep die de films selecteert voor de filmavond van de [[NOS]] op maandag. Tevens bezoekt ze filmfestivals. Vanuit dit werk komt ze als regisseur terecht bij het filmprogramma ''[[De oude draaidoos]]'' van [[Simon van Collem]].


Naast het omroepen en het regisseren is ze freelance journaliste bij de NOS en wordt ze presentator, interviewer en verslaggever bij onder andere het radioprogramma Blik op de wereld en het actualiteitenprogramma ''[[Kenmerk]]''. Deze laatste, de actualiteitenrubriek van de [[IKON]] op televisie, zorgt voor haar bekendheid bij een groter publiek. Ze wordt er nog steeds om herkend. Dit schrijft ze mede toe aan de indringende onderwerpen die het programma heeft belicht. In de periode waarin zij het programma heeft gepresenteerd (1972-1983) spelen oorlogen een belangrijke rol, met name de Vietnam oorlog, de bevrijdingsoorlogen in Zuid-Amerika, Midden-Amerika en de koloniale burgeroorlogen in Angola en Mozambique. De presentatie van het programma heeft het meeste invloed gehad op haar latere werkzaamheden.  
'''Continuity regisseuse en omroepster'''
Haar interesse voor buitenlandse politiek, geschiedenis en culturele diversiteit brengen haar in 1975 bij de NOS-radio waar ze eindredacteur wordt van ''[[Blik op de derde wereld]]'' (over Afrika), ''[[Zorg en hoop]]'' (voor Surinamers in Nederland), en ''[[Tambú]]'' (voor Antillianen). Bij de NOS krijgt ze de ruimte om zich verder te ontwikkelen. Haar ervaringen komen haar vervolgens goed van pas als chef buitenland bij het ''Utrechts Nieuwsblad''. Na vijf jaar keert Leonie toch weer terug naar de audiovisuele media. Ze wordt chef van de Afrika afdeling bij de [[Wereldomroep]]. Daar werkt ze met een Frans- en Engelstalig team dat programma’s verzorgt voor grote gebieden in Afrika. Terugblikkend noemt ze dit een leerzame periode omdat ze met haar romantische ideeën over andere culturen met de realiteit wordt geconfronteerd.
 
In 1965 doet ze samen met [[Sonja Barend]] een screentest voor omroepster. Barend krijgt de baan en Van Bladel besluit een andere route te kiezen. Ze wil regisseur worden omdat ze graag met film wil werken. Met de redactie van het ''[[NOS Journaal|Journaal]]'' zit ze op dat moment nog in de barakken aan de Emmastraat in Hilversum waar ook het filmarchief is ondergebracht. Hierdoor komt ze regelmatig omroepmedewerkers tegen die filmmateriaal komen bekijken. Ze spreekt [[Arie Kleywegt]] (directeur VPRO-televisie) aan en zegt dat ze graag bij de [[VPRO]] wil komen werken. Op een dag wordt ze op gesprek uitgenodigd en kort daarna mag ze als continuity regisseur beginnen. Ze zorgt ervoor dat de uitzendingen gladjes verlopen en ze regisseert de omroepsters. Hiervoor heeft ze geen opleiding gevolgd, maar ze leert in de praktijk. Ze komt in een milieu terecht waar creativiteit belangrijk is en waar er kansen zijn om verschillende kanten op te gaan binnen de omroep. Zo gebeurt het dat op een dag in 1966 de omroepsters [[Lily van den Bergh]] en [[Marion Reuvecamp]] niet beschikbaar zijn. Van Bladel stelt voor dat zij zelf invalt. Na het bekijken van haar screentest gaat Arie Kleywegt hiermee akkoord. Op die bewuste donderdag wordt Van Bladel direct in het diepe gegooid: het vrouwenprogramma van [[Netty Rosenfeld]] is maar twee minuten bezig als de zender uitvalt. Ze weet de onderbreking goed te overbruggen. Daarna valt ze tot 1973 onregelmatig in voor haar collega’s bij de VPRO en tot 1971 ook voor [[Dore Smit]] bij de [[IKOR]].
 
Ze krijgt geen opleiding voor dit werk en er wordt weinig teruggekoppeld over haar presentatie. Wel krijgt ze te horen dat ze zo ernstig kijkt. Er worden grapjes uitgehaald om haar van de wijs te brengen. Ze herinnert zich bijvoorbeeld dat ze een eenakter met [[Frits Butselaar]] moet aankondigen en dat de cameraman meerdere malen “Bits Frutselaar” zegt in de hoop dat ze het fout gaat zeggen. Ook als regisseur krijgt ze dit soort geintjes te verduren. Zo hebben de technici een keer tijdens de uitzending haar beeldschermen op zwart gezet. Hier tuint ze echter niet in. Ze heeft namelijk het voordeel dat de uitzendingen in die tijd vanuit [[Studio Vitus]] komen en ze via een raam op het toestel bij de slager aan de overkant kan zien dat de uitzending daar gewoon verdergaat.
 
Ze geniet van samenwerking met gemotiveerde collega’s. Bij de VPRO neemt haar collega [[Ferial Roelse]] de regie op zich als Van Bladel moet omroepen. Het zijn lange, drukke dagen. Ze maakt de filmseries klaar voor uitzending, ze verzorgt de planning voor de filmmontage in de ambachtschool in Bussum, raapt de programmateksten voor de televisiegidsen bijeen en bereidt zich voor op het omroepen. Ze maakt ook deel uit van de filmwerkgroep die de films selecteert voor de filmavond van de [[NOS]] op maandag. Tevens bezoekt ze filmfestivals. Vanuit dit werk komt ze als regisseur terecht bij het filmprogramma ''[[De oude draaidoos]]'' van [[Simon van Collem]].
 
 
'''Journaliste'''
 
Naast het omroepen en het regisseren is ze freelance journaliste bij de NOS en wordt ze presentator, interviewer en verslaggever bij onder andere het radioprogramma ''[[Blik op de wereld]]'' en het actualiteitenprogramma ''[[Kenmerk]]''. Deze laatste, de actualiteitenrubriek van de [[IKON]] op televisie, zorgt voor haar bekendheid bij een groter publiek. Ze wordt er nog steeds om herkend. Dit schrijft ze mede toe aan de indringende onderwerpen die het programma heeft belicht. In de periode waarin zij het programma heeft gepresenteerd (1972-1983) spelen oorlogen een belangrijke rol, met name de Vietnam oorlog, de bevrijdingsoorlogen in Zuid-Amerika, Midden-Amerika en de koloniale burgeroorlogen in Angola en Mozambique. De presentatie van het programma heeft het meeste invloed gehad op haar latere werkzaamheden.  
 
Haar interesse voor buitenlandse politiek, geschiedenis en culturele diversiteit brengen haar in 1975 bij de NOS-radio waar ze eindredacteur wordt van ''[[Blik op de derde wereld]]'' (over Afrika), ''[[Zorg en hoop]]'' (voor Surinamers in Nederland), en ''[[Tambú]]'' (voor Antillianen). Bij de NOS krijgt ze de ruimte om zich verder te ontwikkelen. Haar ervaringen komen haar vervolgens goed van pas als chef buitenland bij het ''Utrechts Nieuwsblad''. Na vijf jaar keert Van Bladel toch weer terug naar de audiovisuele media. Ze wordt chef van de Afrika afdeling bij de [[Wereldomroep]]. Daar werkt ze met een Frans- en Engelstalig team dat programma’s verzorgt voor grote gebieden in Afrika. Terugblikkend noemt ze dit een leerzame periode omdat ze met haar romantische ideeën over andere culturen met de realiteit wordt geconfronteerd.
 
 
'''Politica'''
 
In 1994 wordt ze door [[Felix Rottenberg]] gevraagd om deel te nemen aan het Europees parlement. Rottenberg heeft zich goed herinnerd dat Van Bladel in de jaren zeventig voorzitter is geweest van de Evert Vermeer Stichting en dat ze al actief is geweest voor de Partij van de Arbeid. Het lijkt haar een interessante volgende stap. Vijf jaar lang is ze Europarlementariër geweest. In 1996 is ze uit de Partij van de Arbeid gestapt en is ze als onafhankelijk lid overgestapt naar de fractie Unie voor Europa. Haar overstap en ook haar ruzie met politica [[Hedy d’Ancona]] halen het nieuws en worden tot haar spijt verheven tot een hype. Het feit dat ze twee mensen uit de gevangenis in Marokko heeft kunnen halen en haar inzet voor vrede in het Midden-Oosten krijgen veel minder aandacht. Hoewel ze het werk als Europarlementariër grotendeels vanuit Nederland kan doen, moet ze wel optrekjes in Brussel en Straatsburg hebben. De periodes waarin ze uit een koffer moet leven liggen haar minder. Ook het feit dat ze relatief weinig onafhankelijk kan opereren en zich vaak moet schikken in de mening van de meerderheid valt haar tegen. Haar vrijheid als journalist heeft ze tot dan toe eigenlijk onderschat, merkt ze.
 
 
'''Met pensioen, maar nog altijd actief'''
 
In 1999 gaat ze met pensioen, maar ze blijft actief als bestuurslid van het Joods Humanitair Fonds. Dit fonds probeert met behulp van de restauratiegelden de Joodse cultuur in Oost-Europa te herstellen en steunt etnische minderheden die worden onderdrukt, bijvoorbeeld in Bosnië. Daarnaast wordt ingezet op een herstel van het Hebreeuws en verbetering van relaties met de Palestijnen. Van Bladels betrokkenheid bij dit werk is een direct gevolg van haar parlementaire periode waarin ze ook al in delegaties heeft gezeten die naar Israël en Palestina zijn afgereisd. In die tijd heeft ze twee keer een gesprek gehad met de Palestijnse leider Yasser Arafat.


In 1994 wordt ze door [[Felix Rottenberg]] gevraagd om deel te nemen aan het Europees parlement. Rottenberg heeft zich goed herinnerd dat Leonie in de jaren zeventig voorzitter is geweest van de Evert Vermeer Stichting en dat ze al actief is geweest voor de Partij van de Arbeid. Het lijkt haar een interessante volgende stap. Vijf jaar lang is ze Europarlementariër geweest. In 1996 is ze uit de Partij van de Arbeid gestapt en is ze als onafhankelijk lid overgestapt naar de fractie Unie voor Europa. Haar overstap en ook haar ruzie met politica [[Hedy d’Ancona]] halen het nieuws en worden tot haar spijt verheven tot een hype. Het feit dat ze twee mensen uit de gevangenis in Marokko heeft kunnen halen en haar inzet voor vrede in het Midden-Oosten krijgen veel minder aandacht. Hoewel ze het werk als Europarlementariër grotendeels vanuit Nederland kan doen, moet ze wel optrekjes in Brussel en Straatsburg hebben. De periodes waarin ze uit een koffer moet leven liggen haar minder. Ook het feit dat ze relatief weinig onafhankelijk kan opereren en zich vaak moet schikken in de mening van de meerderheid valt haar tegen. Haar vrijheid als journalist heeft ze tot dan toe eigenlijk onderschat, merkt ze.


In 1999 gaat ze met pensioen, maar ze blijft actief als bestuurslid van het Joods Humanitair Fonds. Dit fonds probeert met behulp van de restauratiegelden de Joodse cultuur in Oost-Europa te herstellen en steunt etnische minderheden die worden onderdrukt, bijvoorbeeld in Bosnië. Daarnaast wordt ingezet op een herstel van het Hebreeuws en verbetering van relaties met de Palestijnen. Leonies betrokkenheid bij dit werk is een direct gevolg van haar parlementaire periode waarin ze ook al in delegaties heeft gezeten die naar Israël en Palestina zijn afgereisd. In die tijd heeft ze twee keer een gesprek gehad met de Palestijnse leider Yasser Arafat.
'''Terugblikkend op haar media loopbaan'''


Ze is bijzonder trots op haar verslaggeving van de burgeroorlog in Suriname, zowel voor de radio als voor de krant. Zij is ook een van de weinigen geweest die er in is geslaagd om als verslaggever in Angola te werken. In de kranten heeft ze grote artikelen geschreven over de oorlog daar. Leonie hoopt herinnerd te worden als een betrokken en bescheiden persoon die als journalist zoveel mogelijk onafhankelijk heeft geopereerd.  
Ze is bijzonder trots op haar verslaggeving van de burgeroorlog in Suriname, zowel voor de radio als voor de krant. Zij is ook een van de weinigen geweest die er in is geslaagd om als verslaggever in Angola te werken. In de kranten heeft ze grote artikelen geschreven over de oorlog daar. Van Bladel hoopt herinnerd te worden als een betrokken en bescheiden persoon die als journalist zoveel mogelijk onafhankelijk heeft geopereerd.  


[[Category:Personen|Bladel, Leonie van]] [[Category:Presentator|Bladel, Leonie van]] [[Category:Verslaggever|Bladel, Leonie van]] [[Category:Journalist|Bladel, Leonie van]] [[Category:Regisseur|Bladel, Leonie van]] [[Category:Omroeper|Bladel, Leonie van]]
[[Category:Personen|Bladel, Leonie van]] [[Category:Presentator|Bladel, Leonie van]] [[Category:Verslaggever|Bladel, Leonie van]] [[Category:Journalist|Bladel, Leonie van]] [[Category:Regisseur|Bladel, Leonie van]] [[Category:Omroeper|Bladel, Leonie van]]

Huidige versie van 23 nov 2017 om 16:01

Leonie van Bladel (1984)

NaamLeonie Godefrieda Louisa van Bladel
GeborenUtrecht, 22 juni 1939
Functies presentator, verslaggever, journalist, regisseur, omroeper
Bekend vanBlik op de wereld, In de Rooie Haan, Klankbeeld Suriname
Periode actief1963-1994
TriviaTrivia
Media
Audio fragmentenAudio.png
GalleryGallery

Leonie van Bladel in de media
Oeuvre Leonie van Bladel

Leonie van Bladel is regisseuse, redactrice, journaliste en politica. Op televisie is ze te zien geweest als omroepster voor de VPRO en de IKOR en als presentator en verslaggever voor actualiteitenrubriek Kenmerk. Op de radio heeft ze Blik op de wereld gepresenteerd. Tevens is ze chef geweest van de Afrika-afdeling van de Wereldomroep.


Jeugd, opleiding en eerste werkervaring

Leonie van Bladel komt uit een religieus gemengd gezin. Haar Friese moeder is protestants, haar Brabantse vader katholiek. Ze heeft de mms gedaan aan het Bonifaciuslyceum te Utrecht, een brede opleiding waar ze naar eigen zeggen later veel plezier van heeft gehad. Toch is het overdragen van informatie, teksten of poëzie iets wat altijd onbewust in haar heeft gezeten. Van 1960 tot 1963 is ze secretaresse voor het Instituut voor Kunstgeschiedenis in Utrecht. Ze gaat deels de cursus volgen van het Persinstituut te Amsterdam, de voorloper van de School voor Journalistiek. Dit combineert ze vanaf 1963 met secretaressewerk voor het NTS Journaal wat ze om de week op zaterdag doet.


Continuity regisseuse en omroepster

In 1965 doet ze samen met Sonja Barend een screentest voor omroepster. Barend krijgt de baan en Van Bladel besluit een andere route te kiezen. Ze wil regisseur worden omdat ze graag met film wil werken. Met de redactie van het Journaal zit ze op dat moment nog in de barakken aan de Emmastraat in Hilversum waar ook het filmarchief is ondergebracht. Hierdoor komt ze regelmatig omroepmedewerkers tegen die filmmateriaal komen bekijken. Ze spreekt Arie Kleywegt (directeur VPRO-televisie) aan en zegt dat ze graag bij de VPRO wil komen werken. Op een dag wordt ze op gesprek uitgenodigd en kort daarna mag ze als continuity regisseur beginnen. Ze zorgt ervoor dat de uitzendingen gladjes verlopen en ze regisseert de omroepsters. Hiervoor heeft ze geen opleiding gevolgd, maar ze leert in de praktijk. Ze komt in een milieu terecht waar creativiteit belangrijk is en waar er kansen zijn om verschillende kanten op te gaan binnen de omroep. Zo gebeurt het dat op een dag in 1966 de omroepsters Lily van den Bergh en Marion Reuvecamp niet beschikbaar zijn. Van Bladel stelt voor dat zij zelf invalt. Na het bekijken van haar screentest gaat Arie Kleywegt hiermee akkoord. Op die bewuste donderdag wordt Van Bladel direct in het diepe gegooid: het vrouwenprogramma van Netty Rosenfeld is maar twee minuten bezig als de zender uitvalt. Ze weet de onderbreking goed te overbruggen. Daarna valt ze tot 1973 onregelmatig in voor haar collega’s bij de VPRO en tot 1971 ook voor Dore Smit bij de IKOR.

Ze krijgt geen opleiding voor dit werk en er wordt weinig teruggekoppeld over haar presentatie. Wel krijgt ze te horen dat ze zo ernstig kijkt. Er worden grapjes uitgehaald om haar van de wijs te brengen. Ze herinnert zich bijvoorbeeld dat ze een eenakter met Frits Butselaar moet aankondigen en dat de cameraman meerdere malen “Bits Frutselaar” zegt in de hoop dat ze het fout gaat zeggen. Ook als regisseur krijgt ze dit soort geintjes te verduren. Zo hebben de technici een keer tijdens de uitzending haar beeldschermen op zwart gezet. Hier tuint ze echter niet in. Ze heeft namelijk het voordeel dat de uitzendingen in die tijd vanuit Studio Vitus komen en ze via een raam op het toestel bij de slager aan de overkant kan zien dat de uitzending daar gewoon verdergaat.

Ze geniet van samenwerking met gemotiveerde collega’s. Bij de VPRO neemt haar collega Ferial Roelse de regie op zich als Van Bladel moet omroepen. Het zijn lange, drukke dagen. Ze maakt de filmseries klaar voor uitzending, ze verzorgt de planning voor de filmmontage in de ambachtschool in Bussum, raapt de programmateksten voor de televisiegidsen bijeen en bereidt zich voor op het omroepen. Ze maakt ook deel uit van de filmwerkgroep die de films selecteert voor de filmavond van de NOS op maandag. Tevens bezoekt ze filmfestivals. Vanuit dit werk komt ze als regisseur terecht bij het filmprogramma De oude draaidoos van Simon van Collem.


Journaliste

Naast het omroepen en het regisseren is ze freelance journaliste bij de NOS en wordt ze presentator, interviewer en verslaggever bij onder andere het radioprogramma Blik op de wereld en het actualiteitenprogramma Kenmerk. Deze laatste, de actualiteitenrubriek van de IKON op televisie, zorgt voor haar bekendheid bij een groter publiek. Ze wordt er nog steeds om herkend. Dit schrijft ze mede toe aan de indringende onderwerpen die het programma heeft belicht. In de periode waarin zij het programma heeft gepresenteerd (1972-1983) spelen oorlogen een belangrijke rol, met name de Vietnam oorlog, de bevrijdingsoorlogen in Zuid-Amerika, Midden-Amerika en de koloniale burgeroorlogen in Angola en Mozambique. De presentatie van het programma heeft het meeste invloed gehad op haar latere werkzaamheden.

Haar interesse voor buitenlandse politiek, geschiedenis en culturele diversiteit brengen haar in 1975 bij de NOS-radio waar ze eindredacteur wordt van Blik op de derde wereld (over Afrika), Zorg en hoop (voor Surinamers in Nederland), en Tambú (voor Antillianen). Bij de NOS krijgt ze de ruimte om zich verder te ontwikkelen. Haar ervaringen komen haar vervolgens goed van pas als chef buitenland bij het Utrechts Nieuwsblad. Na vijf jaar keert Van Bladel toch weer terug naar de audiovisuele media. Ze wordt chef van de Afrika afdeling bij de Wereldomroep. Daar werkt ze met een Frans- en Engelstalig team dat programma’s verzorgt voor grote gebieden in Afrika. Terugblikkend noemt ze dit een leerzame periode omdat ze met haar romantische ideeën over andere culturen met de realiteit wordt geconfronteerd.


Politica

In 1994 wordt ze door Felix Rottenberg gevraagd om deel te nemen aan het Europees parlement. Rottenberg heeft zich goed herinnerd dat Van Bladel in de jaren zeventig voorzitter is geweest van de Evert Vermeer Stichting en dat ze al actief is geweest voor de Partij van de Arbeid. Het lijkt haar een interessante volgende stap. Vijf jaar lang is ze Europarlementariër geweest. In 1996 is ze uit de Partij van de Arbeid gestapt en is ze als onafhankelijk lid overgestapt naar de fractie Unie voor Europa. Haar overstap en ook haar ruzie met politica Hedy d’Ancona halen het nieuws en worden tot haar spijt verheven tot een hype. Het feit dat ze twee mensen uit de gevangenis in Marokko heeft kunnen halen en haar inzet voor vrede in het Midden-Oosten krijgen veel minder aandacht. Hoewel ze het werk als Europarlementariër grotendeels vanuit Nederland kan doen, moet ze wel optrekjes in Brussel en Straatsburg hebben. De periodes waarin ze uit een koffer moet leven liggen haar minder. Ook het feit dat ze relatief weinig onafhankelijk kan opereren en zich vaak moet schikken in de mening van de meerderheid valt haar tegen. Haar vrijheid als journalist heeft ze tot dan toe eigenlijk onderschat, merkt ze.


Met pensioen, maar nog altijd actief

In 1999 gaat ze met pensioen, maar ze blijft actief als bestuurslid van het Joods Humanitair Fonds. Dit fonds probeert met behulp van de restauratiegelden de Joodse cultuur in Oost-Europa te herstellen en steunt etnische minderheden die worden onderdrukt, bijvoorbeeld in Bosnië. Daarnaast wordt ingezet op een herstel van het Hebreeuws en verbetering van relaties met de Palestijnen. Van Bladels betrokkenheid bij dit werk is een direct gevolg van haar parlementaire periode waarin ze ook al in delegaties heeft gezeten die naar Israël en Palestina zijn afgereisd. In die tijd heeft ze twee keer een gesprek gehad met de Palestijnse leider Yasser Arafat.


Terugblikkend op haar media loopbaan

Ze is bijzonder trots op haar verslaggeving van de burgeroorlog in Suriname, zowel voor de radio als voor de krant. Zij is ook een van de weinigen geweest die er in is geslaagd om als verslaggever in Angola te werken. In de kranten heeft ze grote artikelen geschreven over de oorlog daar. Van Bladel hoopt herinnerd te worden als een betrokken en bescheiden persoon die als journalist zoveel mogelijk onafhankelijk heeft geopereerd.