Categorie: Omroeper

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Omroepers op televisie

Meer dan vier decennia openen de omroepers, de gastvrouwen en –heren van de Nederlandse televisie, de televisieavond. Ze heten de kijkers welkom en vertellen op vriendelijke en enthousiasmerende wijze wat er op het programma staat. Tussen de programma's verschijnen ze om de nog komende programma's in te leiden. Tevens springen ze in als er een storing optreedt. Aan het eind van de avond wensen ze de kijkers een goede nachtrust en vertellen ze wanneer de volgende uitzending van hun omroep plaatsvindt. Voor de omroepen zijn ze het herkenbare visitekaartje en voor de kijkers zijn ze een vertrouwde verschijning in de huiskamer.

Al bij de experimentele uitzendingen eind jaren veertig ontdekt men dat er een verbindend element nodig is tussen de televisieprogramma’s. Bovendien zijn alle uitzendingen live en hebben de technici tijd nodig om alles gereed te zetten voor het volgende programma. Zoals menig vroeg televisieprogramma komt de oplossing voor dit probleem ook bij de radio vandaan: een omroepster die het volgende programma aankondigt.

Wanneer de landelijk televisie in 1951 begint met uitzenden worden veelal omroepers ingezet met radio ervaring of familieleden van de omroepdirecteurs. In Studio Irene, een kerkgebouwtje in Bussum, praten zij de avond aan elkaar. Iedere omroep heeft een eigen ‘gezicht’. Vanaf 1955 begint het aantal toestelbezitters flink te stijgen en worden de omroepers echt landelijke beroemdheden. De omroepen lijken dit te beseffen en brengen de vijf omroepsters Tanja Koen, Karin Kraaykamp, Hannie Lips, Ageeth Scherphuis en Verti Dixon behoorlijk onder de aandacht. Hun werkzaamheden zijn vrij uitgebreid. Omdat bijna alles live wordt uitgezonden worden ze vaak onderdeel van het programma dat ze aankondigen. Vanwege de beperkte zendtijd duurt het vaak lang voordat het volgende deel van een reeks wordt uitgezonden en dan is het aan de omroepster om het verhaal weer even bij het publiek in de herinnering te brengen. Zo’n omroepbeurt kan wel drie minuten duren. De tekst wordt uit het hoofd geleerd. Van autocue heeft men nog niet gehoord.

De zendtijd neemt bijna ieder jaar toe en al gauw wordt het aantal omroepers per zendgemachtigde verhoogd. Zo is er een omroeper voor het middagprogramma en eventueel een andere voor de avond. Meestal gaat het om een ‘hoofdomroepster’ en een B-omroepster die als invalster optreedt bij ziekte of vakantie. Een nieuwe omroepster wordt vaak eerst ingezet voor het aankondigen van het middagprogramma. Daar maakt het minder uit als ze fouten maakt. Omdat de omroepers maar een paar uur per week aanwezig hoeven zijn en ze nauwelijks voor andere werkzaamheden worden ingezet krijgen ze een contract per omroepbeurt en een geringe vergoeding ‘kap- en kleedgeld’.

Ontwikkelingen in het vak

Vanaf 1955 wordt Studio Vitus in gebruik genomen en in 1964 komt daar Studio Concordia bij. De omroepsters kondigen vanuit Vitus de avonduitzendingen aan tot de studio afbrandt in 1971. Er wordt uitgeweken naar Concordia en daarna wordt er een hoekje in de grote Studio’s 1 en 2 op het omroepkwartier (het latere Mediapark) uitgetrokken. Vanuit Concordia worden de middagprogramma’s voor de jeugd aangekondigd in zwart-wit, ook na de introductie van kleurentelevisie. De techniek verandert uiteraard ook bij de omroepers, hoewel de autocue financieel te duur wordt bevonden om voor de omroepers in te zetten. Hierin komt pas in 1998 verandering. De omroepers van de TROS en het commerciële Veronica hoeven hun teksten niet meer uit het hoofd te leren. In de jaren zestig en zeventig lezen sommige omroepers hun tekst wel op. Dit verschilt per omroep, evenals de toestemming om de tekst aan te passen (‘bekkend’ te maken) of zelf te schrijven. In de jaren zeventig is het al vrij gebruikelijk dat een tekst door de omroeper mag worden aangepast.

De VARA durft het in 1962 als eerste aan een mannelijke omroeper te introduceren. Na Joop Smits komt er bij iedere grote omroep minstens één man voorbij. In 1966 wil diezelfde VARA al met de omroepers stoppen. Hier komen boze reacties op vanuit de achterban en Elles Berger en Jetta van Leeuwen worden in ere hersteld. Joop Smits behoudt zijn baan als radio omroeper. In 1978 worden Joop en Elles Berger opnieuw van de buis gehaald, ditmaal ten gunste van een geanimeerde haan die de programma’s met een strenge stem inleidt. Dit bevalt de kijkers niet en er wordt geprotesteerd totdat de omroepers terugkeren. De KRO laat Eveline Velsen en Hans van Willigenburg in 1969 alleen de aankondiging aan het begin van de avond doen, maar ook hier komen klachten over. De VPRO neemt wel in 1969 afscheid van de omroepers ten gunste van vormgeving. Toch wordt er nog lange tijd, zeker tot midden jaren zeventig geëxperimenteerd met een omroeper in beeld, bijvoorbeeld in een getekende woonkamer door middel van chromakey. In geval van een ernstige storing of een belangrijke mededeling moet Leonie van Bladel en later Harmke Pijpers in beeld verschijnen. De reguliere omroepbeurten worden in voice-over gedaan terwijl de kijkers vormgeving van Jaap Drupsteen of beelden uit programma’s te zien kregen.

De andere omroepen houden de omroepers aan, maar er wordt steeds geprobeerd veranderingen aan te brengen: afwisseling van verschillende type vrouwen (de NCRV vanaf de jaren ’70, de TROS in de jaren tachtig en negentig en Veronica altijd), zittend of staand presenteren, met speciale effecten bij filmaankondigingen (VOO), op rijm op Sinterklaasavond, of op locatie. Daarnaast zijn er meer opvallende acties. Petra van Seventer wordt “ontvoerd” tijdens een omroepbeurt, terwijl Anneke Bakker overvallen wordt door André van Duin die op zijn onnavolgbare wijze haar probeert af te leiden. Astrid Joosten mag de late omroepbeurten doen als onderdeel van VARA’s Nachtshow, waarbij er iedere keer een originele manier wordt gevonden om haar inleiding in het geheel te laten opgaan. Zo verschijnt ze eens op een toestel in het decor en wordt er op de beeldbuis geramd omdat het geluid het niet doet. Daarop vliegt Astrid achterover uit beeld om vervolgens met een blauw oog terug het beeld in te krabbelen om haar tekst af te maken. De dagafsluiting na het programma verricht ze ook met blauw oog waarbij ze de hoop uitspreekt dat men de volgende dag ‘gezond weer op’ zal staan. Sommige omroepen laten bekende Nederlanders de programma’s aankondigen als ludieke acties, maar hierbij valt direct op dat het omroepen wel een vak apart is. Zo spreekt presentator Robert ten Brink zijn bewondering voor de omroepsters van Veronica uit wanneer hij het een keer mag proberen. Een presentator mag pauzes laten vallen of een hele eigen draai geven aan een tekst mits het verloop van het programma niet in het gedrang komt. Een omroeper daarentegen heeft een bepaald aantal seconden waarin informatie moet worden overgedragen. In die korte tijd moet er direct gepresteerd worden. Tijd voor een verspreking is er eigenlijk niet. Er op los improviseren kan ook niet omdat er met de eindregisseur is afgesproken hoe de tekst zal eindigen in verband met het ‘instarten’ van het programma. Daar komt nog bovenop dat alle aandacht naar de omroeper gaat aangezien er niemand anders in beeld is. De kijkers zien alles en de omroepers krijgen achteraf vaak te horen dat ze scheef zitten, dat er een haarplukje verkeerd zit of dat er iets aan de kleding mankeert. De regels ten aanzien van kleding verschillen per omroep, maar over het algemeen moet het er zeer netjes uitzien en vooral niet teveel blote huid laten zien. Alleen de omroepsters bij Veronica zijn betrekkelijk vrij in hun kledingkeuzes.

De ontwikkeling van de omroepsters volgt grotendeels de algemene ontwikkeling van vrouwen in de maatschappij. De omroep is niet anders dan andere werkgevers waar het gaat om de positie van vrouwelijke medewerkers. Hoge functies worden vrijwel uitsluitend bekleed door mannen. De omroepsters worden sowieso als de ‘laagste rang’ gezien bij de omroep, wat heel lang een mannenwereld blijft waarin denigrerende opmerkingen of seksuele toespelingen niet ongebruikelijk zijn. In de loop van de jaren zeventig verdwijnen de getrouwde vrouwen die een extra centje willen verdienen steeds meer en zijn de omroepsters steeds vaker jonge vrouwen die een carrière, al dan niet bij de omroep, willen opbouwen.

De automatisering maakt in 1977 de cameraman overbodig. De camera wordt automatisch bestuurd vanuit de regiekamer en de omroeper zat alleen in de grote lege studio te wachten tot de regie over de intercom roept dat er over zoveel seconden live wordt gegaan. Het beroep wordt een stuk eenzamer, want ook een floormanager is tegen die tijd niet meer nodig. De belichter en grimeur zijn alleen aan het begin van de avond in de studio aanwezig. Om bij de regisseur te komen moet de omroeper de studio oversteken en via een ijzeren trap naar boven klimmen naar de hoofd controle kamer of HCK. Als er een storing is moeten ze dan wel snel die trap af en rennen om bij hun bureau te komen. Harmke Pijpers herinnert zich dat de kijkers haar een keer die trap af hebben horen gaan omdat de microfoon al openstaat. Soms is de grote studio in gebruik en wordt er een serie opgenomen. Die opnames worden dan speciaal stilgelegd zodat de omroeper een aankondiging kan doen of melding kan maken van een storing. Als er geen opnames zijn, lopen sommige omroepers nog wel eens een ommetje tussen de decorstukken. Viola van Emmenes mist eens de afkondiging laat op de avond omdat ze in slaap is gevallen op het bed van de serie Herodotus. En Anneke Bakker heeft zich eens schuilgehouden tussen de decorstukken wanneer een plagerige regisseur de automatische camera achter haar aanstuurt. De ‘concurrentie’, de collega omroeper van het andere net, ontmoet men in die tijd wel: er staan namelijk twee bureautjes naast elkaar, voor Nederland 1 en Nederland 2. Zo ontstaan er vriendschappen en worden nieuwere omroepsters wel eens voorzien van goed bedoeld advies van de meer ervaren omroepers.

Een verdwijnend beroep

In 1985 kent de AVRO een omroeperloos tijdperk wanneer televisiedirecteur Wibo van der Linde het BBC-systeem wil invoeren. Hierop komt hij binnen een jaar terug. In 1984 wordt de zogeheten uitzendstraat in het Mediacentrum in gebruik genomen, waarbij de omroepers in een hokje naast de regiekamer van de betreffende zender werken. Tussen de omroepbeurten door treffen de omroepers van de publieke zenders elkaar in de uitgediepte zitruimte op de gang, ook wel bekend als de ‘uithuilkuil’ als een omroepbeurt niet helemaal naar wens is verlopen. Net als in de oude situatie vullen de omroepers hun avond met telefoontjes plegen, breien, kaarten, lezen of televisiekijken. Lisette Hordijk herinnert zich een keer dat ze garnalen heeft zitten pellen voor het eten van de volgende avond. Bert van Leeuwen spreekt met zijn collega Anita Witzier over het verschil in taalgebruik tussen de EO en Veronica in het kader van een onderzoek voor zijn opleiding. Sommige omroepers zijn actief achter de schermen bij programma’s of ze zijn presentator en zij besteden deze tijd tussen omroepbeurten aan hun andere werkzaamheden. Hoe leuk of nuttig ze deze tijd ook maken, de omroepers moeten altijd bedacht blijven op storingen waarbij ze in beeld moeten verschijnen om de kijkers uitleg te geven en om geduld te vragen.

In 1988, bij de komst van Nederland 3 nemen de NOS, IKON en RVU afscheid van de omroepers. De NOS-omroepers Petra van Seventer, Jantine de Jonge en Jur Raatjes blijven omroepen voor Schooltelevisie (NOT). Dore Smit blijft bij de IKON de inleidingen verzorgen van Wilde ganzen tot 1999. In september 1992 verdwijnen de omroepers van de AVRO, KRO en NCRV vanwege de thematische programmering op Nederland 1 waardoor de zenderprofilering belangrijker wordt dan de afzonderlijke omroepen. De VARA schaft een jaar later hun omroepers af omdat ze een stijlbreuk vormen op Nederland 3 waar de NOS, IKON en RVU geen omroepers meer hebben. Op Nederland 2 verdwijnen de EO-omroepers in 1996. De TROS houdt hun omroepers nog aan tot september 2000 wanneer op Nederland 2 de vaste uitzendavonden per omroep verdwijnen. Het verdwijnen van de laatste omroepers bij de publieke omroepen haalt de meeste landelijke kranten en een enkele actualiteitenrubriek waarbij met name oud-omroepster Karin Kraaykamp om haar mening wordt gevraagd. Het feit dat de kleine hindoe omroep OHM nog altijd hun wekelijks uurtje met een omroepster omlijst (tot eind 2004) wordt hierbij totaal genegeerd. De commerciële voortzetting van Veronica houdt de omroepers voorlopig aan en probeert ze toegevoegde waarde te geven door ze extra achtergrondinformatie over de programma’s en films te laten geven. Op 31 maart 2003 worden ze ook hier vervangen door flitsende bumpers en voice-overs. Ditmaal haalt het nauwelijks meer het nieuws.

De omroepers mogen zich in de jaren daarna verheugen in nostalgische aandacht. Bij de viering van vijftig jaar televisie in Nederland in 2001 wordt een groep oud-omroepers gevraagd om het grote terugblikprogramma van de publieke omroepen aan elkaar te praten. Dit levert voor de betrokkenen een mooie reünie op alsmede de enige keer dat ze gezamenlijk dienst hebben gehad op één avond. In 2010 brengt het Nederland 3 initiatief TV Lab voor één week het fenomeen omroepers terug op tv door iedere werkdag een andere bekende Nederlander, waaronder oud-omroeper Arie Boomsma, te laten omroepen. Als nieuwe interactieve functie komt daarbij het reageren op binnengekomen reacties via internet. Maar ook buiten de televisie blijven de omroepers van weleer in beeld. Liefhebbers verzamelen videobanden en plaatsen de gevonden omroepbeurten op internet videoportaal YouTube. Uit de geplaatste reacties bij die filmpjes blijkt dat de omroepers weliswaar verdwenen zijn, maar nog altijd in de herinnering van vroegere generaties televisiekijkers voortleven. De namen zijn sommige kijkers ontschoten, maar de gezichten worden nog altijd in verband gebracht met de juiste omroepen. op 25 mei 2011 verschijnt het boek Goedenavond dames en heren, een eerbetoon aan alle omroepers en omroepsters die te zien zijn geweest op de Nederlandse televisie. 51 omroepers zijn aanwezig bij de première.

Dossier

Beeld en Geluid publiceert in 2013 een online dossier met de titel Omroepers: het verdwijnen van een vak. Hierin wordt dieper ingegaan op het verdwijnen van de omroepers. De informatie wordt ondersteund met audiovisueel materiaal.

Overzicht Omroepers per zendgemachtigde

Een overzicht van de belangrijkste omroepers per zendgemachtigde toont de bekende gezichten van weleer en geeft aan wie in welke periode waar heeft omgeroepen. De incidentele en kortstondige omroepers staan vermeld op de triviapagina's bereikbaar via het overzicht.

Gallery

Omroepers in actie in de gallery.

Pagina’s in categorie "Omroeper"

Deze categorie bevat de volgende 174 pagina’s, van in totaal 174.