Marianne Bierenbroodspot

Uit B&G Wiki
Marianne Bierenbroodspot

NaamMarianne Bierenbroodspot
GeborenSoerabaja, Nederlands-Indië, 31 maart 1941
Functies omroeper, presentator
Bekend vanTV-Noordzee, TROS
Periode actief1964-1970
TriviaTrivia

Marianne Bierenbroodspot in de media
Oeuvre Marianne Bierenbroodspot

Marianne Bierenbroodspot is de eerste omroepster voor een commerciële televisiezender in Nederland en de enige die vanaf het kunstmatige REM-eiland heeft omgeroepen. Dit is echter min of meer toevallig. Eigenlijk heeft ze nooit een baan bij de televisie geambieerd. Ze is vooral journaliste, een vak dat ze jarenlang uitvoert. Gaandeweg heeft ze zich door middel van meerdere universitaire studies ontwikkeld op het gebied van geschiedenis en kunstgeschiedenis. Ze heeft al decennia lang een relatie met Percy B. Lehning.

Haar Nederlandse ouders ontmoeten elkaar in Nederlands-Indië. In 1941 ziet Marianne het levenslicht in Soerabaja. Vanwege de Tweede Wereldoorlog en de belangrijke positie van haar vader bij de marine vliegdienst verlopen de eerste jaren van haar leven allesbehalve rustig. Het gezin weet aan het jappenkamp te ontkomen en vlucht via Australië naar Amerika. Na twee jaar sluit haar vader zich aan bij de Royal Air Force in Engeland en het gezin verhuist opnieuw. Haar vader wordt tijdens de oorlog neergeschoten, maar hij weet te ontsnappen. Hij wordt later door Koning George VI onderscheiden met de Distinguished Flying Cross en hij krijgt als één van de weinigen het Vliegerkruis van Koningin Wilhelmina. Marianne is met recht trots op haar vader, maar direct na de oorlog scheiden haar ouders en woont ze hoofdzakelijk bij haar moeder en grootmoeder in Middelburg. Ze volgt daar de lagere school en de hbs. Vanaf de derde klas hbs gaat ze naar de mms met een accent op talen, literatuur en kunstgeschiedenis.

Marianne wil of naar de tekenacademie of journalist worden. Ze kiest voor het laatste. Een echte opleiding voor journalisten bestaat echter nog niet in Nederland en Marianne besluit het vak in de praktijk te leren bij Het Utrechtsch Nieuwsblad. De hoofdredacteur wil toch dat ze een opleiding volgt en stuurt haar naar colleges Perswetenschappen aan de 7e faculteit (destijds de Politiek-Sociale-Faculteit (PSF), nu Faculteit der Politieke en Sociaal-Culturele Wetenschappen) van de Universiteit van Amsterdam. In 1962 is ze bevorderd tot journalist. Een vriendin van haar is bij De Telegraaf gaan werken om daar een vrouwenpagina op te zetten. Marianne krijgt de kans haar hierbij te assisteren en grijpt deze met beide handen aan. Al gauw is ze maar een fractie van haar tijd kwijt aan het vullen van de pagina en is ze toe aan een nieuwe uitdaging. Hoofdredacteur J.J.F. Stokvis benoemt haar tot de eerste vrouwelijke verslaggever bij de stadsredactie. Ze gaat met fotografen op pad op zoek naar nieuws. Zo wordt ze op een gegeven moment gestuurd naar de screentests voor omroepsters van de eerste commerciële televisiezender van Nederland, TV Noordzee, verzorgd door de Reclame Exploitatie Maatschappij (REM). Tussen de meer dan duizend gegadigden loopt Marianne met haar potlood en notitieblokje aantekeningen te maken. Oud-omroepster Karin Kraaykamp stelt voor dat Marianne ook een test doet. Tot haar verbazing behoort ze tot de vijftig jonge vrouwen die door Pieter de Man van Oscar Film worden uitgekozen. Na nog een eliminatieronde blijven er naast Marianne nog zeven kandidaten over. Op 2 augustus 1964 krijgen Hetty Bennink en Marianne te horen dat zij de omroepsters van TV Noordzee zijn geworden. Het overvalt Marianne, die eigenlijk niet weg wil bij de krant. Op advies van Karin vraagt ze drie maanden onbezoldigd verlof aan zodat ze het omroepen in elk geval kan uitproberen. Het is het begin van een goede vriendschap met Karin Kraaykamp en van een merkwaardige introductie in de televisiewereld.

De allereerste omroepbeurt voor TV Noordzee geschiedt vanaf het REM-eiland. De techniek en Mariannes speciaal gekapte haren zijn niet tegen de elementen opgewassen. Marianne moet de openingstekst brengen terwijl ze een trap afkomt, maar door de wind vervliegt haar stem en wil regisseur Almar Tjepkema dat ze weer naar boven klimt en opnieuw begint. Na meer dan tien valse starts staat de eerste beurt erop en niet onverdienstelijk: in recensies wordt geschreven dat ze natuurlijk overkomt. De dag daarna is de eerste reguliere omroepbeurt. De omroepbeurten worden bij TV Noordzee van tevoren opgenomen en later samen met de programma´s uitgezonden vanaf het REM-eiland. De opnames worden aanvankelijk gemaakt in een oude fabriek aan de Weesperzijde in Amsterdam. Later wordt er gefilmd bij Atlasfilm op de Groenburgwal. De blonde Hetty en de donkere Marianne wisselen elkaar in principe om de dag af. Marianne heeft soms moeten invallen voor Hetty die een gezin heeft en niet dichtbij de “studio” woont. Af en toe komt Karin Kraaykamp langs om de beide vrouwen te coachen. Het omroepen blijft een beetje onwerkelijk voor Marianne, aangezien ze zelf geen televisie heeft en dus noch de programma’s noch haar eigen aankondigingen kan zien. De aankondigingen, die ze uit het hoofd moet leren, bevatten lange zinnen in schrijftaal waar ze zelf niets aan mag veranderen. In november 1964 zitten haar drie maanden onbezoldigd verlof erop en wil ze graag terug naar de krant. Marijke Phillips neemt het omroepen van haar over, maar dat duurt niet lang. Op 12 december treedt een noodwet in werking die uitzending vanaf het REM-eiland illegaal maakt. Twee dagen later worden de uitzendingen gestopt.

Marianne stort zich weer volledig op haar journalistieke werk. In oktober 1965 wordt haar zoon Pepijn geboren. Ze is niet getrouwd met de vader, cameraman Bob Alberts, en als ongehuwde moeder kan ze niet bij De Telegraaf in vaste dienst blijven. Ze mag wel blijven schrijven en per regel betaald worden, maar aangezien haar stukken worden ingekort zet het geen zoden aan de dijk. De erfgenamen van de REM zijn op dat moment bezig met de oprichting van de TROS en ze vragen Marianne om voor hun nieuwe omroep te komen omroepen. Ze wil echter eerst voor haar kind zorgen en slaat het aanbod af. Ze werkt als freelance journalist. Later wordt ze opnieuw gevraagd en op 25 oktober 1967 begint ze als freelancer bij de TROS. Op verzoek van programmaleider Karel Prior wordt ze de tweede omroepster naast Mary Schuurman, voor Marianne een oude bekende aangezien Mary bij De Telegraaf secretaresse is geweest van hoofdredacteur J.F.F. Stokvis. Marianne roept om de twee weken een hele avond om. Ze is de eerste TROS-omroepster van het kinderprogramma op de woensdagmiddag. Dat heeft ze speciaal voor haar zoon gedaan. Inmiddels heeft ze thuis een televisietoestel en zo kan Pepijn zijn moeder toch ’s middags zien. Daarnaast wordt ze gevraagd voor interviews en de presentatie van showprogramma’s. Zo heeft ze een live uitzending mogen presenteren met Rijk de Gooyer als Sinterklaas. Ze heeft het programma Moment gepresenteerd waarin allerlei vreemde zaken worden belicht. Voor dat programma heeft ze eens op de grond een interview afgenomen met een man die zojuist kampioen kruipen is geworden. Daar staat tegenover dat ze een dag met pianist Gerard Hengeveld mag praten in Hengeveld over Hengeveld. Hierna mag ze met acteur Henk van Ulsen praten over zijn hobby’s. Omdat ze werkt op freelance basis kan ze gemakkelijk invallen voor een collega. Ze heeft eens voor Karin Kraaykamp ingevallen in het programma Zonzin. Het omroepen doet ze tot en met december 1969 wanneer ze zelf opstapt. Ze voelt zich niet meer prettig bij de TROS. Er is veel rumoer om haar uiterlijk, met name haar afwisselende kapsels en haar hippe kleding. Karel Prior heeft veel kritiek op het tempo waarin Marianne de teksten uitspreekt die ze nog altijd niet zelf mag (her)schrijven. Het feit dat ze lid is van de VPRO zint hem ook niet. Op haar beurt is Marianne niet te spreken over de mannenwereld bij de omroep en het feit dat Jack Dixon er als coach wordt bijgehaald om haar ´losgeslagen imago´ bij te stellen. Ze vindt het mooi geweest.

Tijdens haar omroeptijd is ze als journalist actief gebleven. Het omroepen is voor haar een bijbaan. Gedurende de drie maanden bij de REM schrijft ze in Televizier over haar werkzaamheden. Later wordt ze gevraagd voor interviews in de Haagse Post, de Nieuwe Linie en andere bladen. Ze begint in januari 1970 aan een vaste baan bij het linkse vrouwenweekblad Eva. Voor haar artikel “Kinderen snoepen hun mond leeg” wint ze in 1971 de Dr. Flaumenhaftprijs. Hoewel het schrijfwerk haar bevalt, wil ze meer de voorlichting en public relations kant op. In 1974 wordt ze als stafmedewerker Public Relations en Voorlichting aangenomen bij Het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Vanuit die functie heeft ze bijgedragen aan de opbouw van het Tropenmuseum nieuwe stijl en het bijbehorende kindermuseum TM Junior. In 1981 komt ze bij de Amsterdamse Kunstraad (later wordt dit het Amsterdams Fonds voor de Kunst) terecht waar ze kunstenaars advies geeft over hun subsidieaanvragen. Dit werk doet ze tot 2000.

In de loop der jaren heeft Marianne naast haar werk een aantal studies doorlopen. In 2007 studeert ze af op leven en werk van de in Parijs verblijvende Nederlandse kunstenares Nicolaas Warb. Ze werkt aan een tentoonstelling en een boek over het werk van Warb. Daarnaast is ze bezig het archief te ontsluiten van en een boek samen te stellen over het werk van fotograaf/filmer/kunstenaar Bob Alberts, de vader van haar zoon. In haar vrije tijd geeft Marianne rondleidingen in musea. Daarbij komen de vaardigheden die ze tijdens haar omroeptijd op heeft gedaan, haar goed van pas.