Harrie Geelen

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Harrie Geelen geniet bij televisiekijkers geen grote bekendheid. Maar als het magische woord Oebele valt, of Hamelen, of Q & Q, beginnen veel mensen te zingen. Zij hebben dierbare herinneringen aan Geelens bizarre verhalen. Deze verhalen leveren bovenal wonderlijke televisie op, die de fantasie van kinderen prikkelt. Geelens werk heeft een ironische, soms zelfs wrange ondertoon die ook volwassenen waarderen. Geelen is als ‘KRO’s hofschrijver onvoldoende getypeerd. Hij is regisseur, tekenfilmer, scenarioschrijver, componist/tekstdichter, schrijver en illustrator. Werkdagen van 12 tot 16 uur zijn voor hem niet ongewoon. De diversiteit van zijn werk is groot.

Harrie Geelen krijgt de verbeelding mee in zijn opvoeding. Vader, een boekhouder bij de Amstelbrouwerij, vertelt veel zelf bedachte verhalen. Zijn Maastrichtse moeder komt uit een bekende familie van kopergraveurs (Sonneville.) Geelen krijgt een roomse opvoeding en komt bij Franciscaner paters op school (Sint Bernardinuscollege). Als gymnasiast schrijft hij en tekent hij in de schoolkrant en maakt de kleuromslagen. Door zijn zuster, de kunstenares Roos Geelen, maakt Geelen al vroeg kennis met de schilders en beeldhouwers van de Maastrichtse academie. Als ze trouwt met de acteur André van den Heuvel en in Amsterdam gaat wonen, kiest Harrie ervoor in 1958 Nederlands te studeren in Amsterdam.

Hij wordt lid van het Amsterdamsch Studenten Corps en richt samen met Rob Starreveld, Pieter Schooneboom en Marius Aalders - ter gelegenheid van het lustrum van het ASC - de cabaretgroep Sing Sing op. Vrijwel meteen voegt zich ook Imme Dros bij de groep, naar eigen zeggen met de bedoeling Harrie, die een studievriend van haar is, in haar netten te strikken. Voor Sing Sing schrijft hij het merendeel van de liedjes. Sing Sing treedt op in een eenvoudig studenteneethuisje ‘Cantien’; het cabaret heeft het karakter van een café-chantant: vrijwel uitsluitend liedjes, bijna geen conférence.

Aan tekstschrijver Jaap Van der Merwe, die in de bovenzaal van het Leidschepleintheater het cabaret 'Alle gekken kijken' heeft, verkoopt Geelen ook voor het eerst een liedje. Het heet ‘Dan dans ik combo' en wordt gezongen door Marjan Berk. In het corps is hij enkele jaren medewerker, redacteur en illustrator van de studentenalmanak, hij schrijft enkele eenakters voor de toneelvereniging en verzorgt de illustraties in de programmaboekjes bij voorstellingen. Het is niet verwonderlijk, dat Geelen zijn studie eind 1962 afbreekt. Na een proefperiode als copywriter bij reclamebureau Prad solliciteert hij als ideeënman/storyboardtekenaar bij de filmproductiemaatschappij Dollywood van Joop Geesink.

In 1963 trouwt hij met Imme Dros. Hij illustreert van meet af aan haar verhalen in tijdschriften en in boeken. Geelen geeft ook les op de Rietveld als gast docent animatie en scenarioschrijven op de afdeling audiovisuele vormgeving. Diverse leerlingen hebben ook in later jaren stage gelopen bij Toonder om op die manier persoonlijker en in daguren les van hem te kunnen krijgen.

Via een ex-collega komt Geelen in 1962 in contact met het VARA-team dat een show gaat opzetten rondom het jeugdige talent Rob de Nijs. Geelen levert - als freelancer - gedurende de hele periode (1964 – 1966) dat de show wordt uitgezonden, veel liedjes. Geelen zegt in de tijd van de Rob de Nijsshow zijn baan op bij Dollywood. Voor verschillende programma’s, zoals Fanclub en het eenmalige Atelier schrijft Geelen teksten.

Dan benadert Gied Jaspers, die voorstellingen van Sing Sing heeft gezien, zijn streekgenoot. In opdracht van de VPRO schrijft Geelen in 1966 voor regisseur Ruud van Hemert en redacteur Jaspers de kindermusical Bah September met als bekendste liedjes De drummer is me broer en Konijn en ik. Geelen krijgt voor deze musical waarin de Damrakkertjes samen met de tenor Justus Bonn optreden een Edison. Hij produceert in 1968 ook een LP met een tweede musical "Leve juffrouw Cannebier" waarin een hoorspel van Imme Dros is opgenomen.

Als er bij bezuinigingen minder werk is, gaat hij begin 1968 opnieuw werken bij filmproductiebedrijf Toonder, gevestigd in Kasteel Nederhorst. Marten Toonder is dan al niet meer directeur en heeft zich gevestigd in Ierland. Geelen wordt aangenomen als schrijver van Tompoesverhalen - hij schrijft het script voor Tompoes en de Paspoort - maar belandt al na enkele maanden weer op de scenario-afdeling.

Vanaf die tijd schrijft Geelen alleen in zijn vrije tijd voor televisie, theater en maakt hij illustraties voor boeken. Hij voelt zich er onafhankelijker door dan veel van zijn free lance collega's, die alleen van schrijven leven. Bovendien komt het praktisch en technisch inzicht dat hij als schrijver/regisseur/ tekenaar/animator/special- effectsman bij Toonder ontwikkelde goed van pas bij het schrijven voor televisie.

Het is vanaf eind jaren ’60 dat hij de bekende televisie programma’s schrijft. KRO-regisseur Bram van Erkel,geïnspireerd door een in Nederland nog niet bekende Amerikaanse kinderserie Sesame Street waarin theorieën van reclamemakers verwerkt zijn, vraagt Geelen in 1968 om mee te werken aan een nieuw kinderprogramma dat Oebele zal gaan heten en maandelijks wordt uitgezonden. Na vier seizoenen en 27 zeer succesvolle afleveringen stopt de KRO in mei 1971 op het hoogtepunt met Oebele. Productieleider René Sleven verzoekt Geelen zo vlug mogelijk - binnen enkele weken - met een nieuw voorstel voor een kinderserie te komen. Hij komt dan met de serie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? die 45 afleveringen zal tellen. Hamelen geldt als dé kinderserie in die periode.

Geelen maakt ook eenmalige producties, zoals de jeugdthriller Een meester minder. Tevens verzorgt hij een sinterklaasmusical waar Mies Bouwman in meedoet en de kerstspecial Hansje en het welbehagen waarin Bob de Lange een kerstengel speelt, die een jongen opbeurt.

In 1972 produceert Geelen de serie Avonturen van meneer Prikkebeen, naar het boek van Töpffer. Het is een originele combinatie van acteren en tekenfilm. In de tijd dat Geelen voor Hamelen schrijft, bedenkt hij op verzoek van Van Erkel nog een andere jeugdserie, Q&Q die in 1974 in weekafleveringen verschijnt. Q & Q wordt net als Oebele en Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? een klassieker in het genre (simpel, maar spannend verhaal). Het taalgebruik is creatief - het jargon wijkt sterk af van keurig Nederlands - en de wendingen zijn verrassend. Er komt een succesvol vervolg: Q & Q 2 (1976/77). Uit het materiaal van deze dertien afleveringen wordt ook een bioscoopfilm uit gemonteerd.

Ondertussen krijgt Geelen langzamerhand de functie van creative director bij Toonder. Dit impliceert dat zijn bijdrage aan films kan bestaan uit het schrijven en bedenken van scenario's, animeren, het maken van jingles en slogans, het inspreken van commentaren, het maken van stemmen bij tekenfilms, het regisseren van films, het maken ervan in elke denkbare techniek, waaronder ook live action en poppenanimatie.

Geelen is jaren later ook de schrijver van het scenario voor de tekenfilm Als je begrijpt wat ik bedoel met de figuren van Marten Toonder. Na onenigheid stapt hij op als regisseur op. De belangrijke aanpassingen in het begin van het oorspronkelijke verhaal en veel van de dialogen zijn van zijn hand. Bedrijven die zich bezighouden met nasynchronisatie (dubbing) nodigen Geelen uit om voor een bekkende vertaling te zorgen en de regie van de dubbing voor zijn rekening te nemen. Ook vertaalt hij teksten, bijvoorbeeld Amerikaanse bijdragen voor Sesamstraat, en doet hij stemmen in de nasynchronisatie.

Toonder Studio's produceert niet alleen commercials maar ook voorlichtingsfilms (Je moet het zelf maar (w)eten voor de Voedingsraad), publiciteitsfilms (Het verhaal van de krekel en de mier over sparen) en documentaires (d waarin jeugdboekenschrijvers over schrijven praten).

Om onduidelijke redenen komen er in de tweede helft van de jaren ’70 minder uitnodigingen om mee te werken aan tv-programma's. Wel schrijft en regisseert Geelen in 1978 de technisch gecompliceerde speelfilm Pinkeltje met hoofdfiguren uit de boeken van Dick Laan. Producent is P. Hans Frankfurther.

Als schrijver van een sitcom maakt Geelen in 1983 voor producent John de Mol een zestal afleveringen over de meidengroep Dolly Dots. Als Geelen de eerste aflevering ziet, alle zes afleveringen zijn al 'af', beseft hij dat er niets meer bij te slijpen valt aan zijn scripts. Hij besluit niet langer mee te werken aan een serie met een dergelijke opzet.

Een dertiendelige serie Jorrit en het tijdverschijnsel wordt op uitnodiging van de KRO geschreven, maar nooit in productie genomen.

In het theater werkt Geelen aan verschillende voorstellingen. Voor het Amsterdams volkstoneel schrijft en componeert Geelen De Gebochelde, een musical over de klokkenluider van de Notre Dame. Ook regisseur Eric Plooyer nodigt hem uit om een musical te maken. Dat wordt Sajjens Fiksjun (1968), waarvoor Geelen ook weer zelf de muziek schrijft met in de hoofdrollen Wieteke van Dort en Rob de Nijs. Voor de musical Aap om mee te praten, opgevoerd door het Amsteltoneel, maakt hij met Joop Stokkermans de liedjes.

Frank Groothof begint solovoorstellingen te maken gebaseerd op opera's en vraagt Geelen om de verhalen samen met hem te bewerken. Geelen maakt voor de voorstellingen Idomeneo, De terugkeer van Ulysses, Fidelio, De Toverfluit, Carmen en Don Juan ook alle liedteksten die niet bepaald vertalingen van de oorspronkelijke ariateksten zijn. De voorstelling Fidelio krijgt een internationale bekroning. Ze bieden Geelen een visueel houvast: een kijkdoos waarin zijn leven zich opnieuw afspeelt. Die kijkdoosgedachte is bepalend geweest voor de bijzondere vormgeving van deze beeld voor beeld in nog zeer langzame computers geanimeerde tv-opera waaraan anderhalf jaar dag in dag uit door Geelen en een assistente is gewerkt. De film kent een ongewoon laag budget, maar krijgt de eerste prijs op een Europees festival in Wenen.

Verder voorziet Geelen voor Groothof de Treurzang voor een dode zangkanarie (een liederencyclus van Telemann) en Il combattimento van Monteverdi van een nieuwe tekst. Geïnspireerd door het succes en de charme van de theatervoorstellingen van Frank Groothof, besluit Geelen een van de verhalen, dat van de opera Carmen zelf 'over te doen', maar nu precies zoals hem dat zelf voor ogen staat. Samen met de NPS en Toonder produceert Geelen Carmen & Ik op een tweetal simpele home computers. Het is de eerste keer dat Harrie Geelen in de werkuren, bij zijn baas werkt aan een 'vrije' productie van hem zelf. Dat wil zeggen een productie waar een klant of een directie niet het laatste woord heeft.

Naast theater is hij door veel artiesten persoonlijk benaderd voor teksten. Geelen schrijft onder andere liedteksten voor Boudewijn de Groot (Draai, draai weer bij), Liesbeth List, Leen Jongewaard, Lex Goudsmit, Adèle Bloemendaal, Herman van Veen (De neus, De ballade van Geertrui) en acteur André van den Heuvel. Edwin Rutten en Rogier van Otterloo maken met hem de jazzy langspeelplaat Rutten Troef. Het kinderkoor van Henk van der Velde zingt een moederdag-LP vol en er verschijnt een LP "Leve de koningin".

De recente producties van Geelen zijn gemaakt in samenwerking met de VPRO. Een groot trucageproject, waarschijnlijk het grootste dat in Nederland ooit van de grond is gekomen. De Sommeltjes (2003) is een dertiendelige animatiefilm waarbij dwergen in poppenpakken spelen. De dag nadat Geelen (een jaar voor zijn pensioengerechtigde leeftijd) de laatste hand aan de serie De Sommeltjes legt, krijgt hij van de Toonderdirectie te horen dat de eenpersoons BV waar het bedrijf hem in geplaatst heeft, failliet is. Geelen stapt naar de rechter en haalt zijn gelijk maar het helpt niet; Geelen moet vervroegd met pensioen.

Inmiddels heeft hij de VPRO benaderd voor een nieuw project: de tv-film Annetje Lie in het holst van de nacht naar het gelijknamige, met de Woutertje-Pieterseprijs bekroonde boek van echtgenote Dros.

De vele illustraties die Geelen maakte voor boeken omvatten niet alleen het werk van Imme Dros, maar bijvoorbeeld ook versjes van Annie M.G. Schmidt. In 2001 is een overzichtstentoonstelling van het werk van het echtpaar Geelen-Dros in het Letterkundig museum in Den Haag. Geelens eigen boeken en door hem geïllustreerde prentenboeken van Dros zijn onder andere in Frankrijk, Japan, Denemarken, Zweden uitgebracht.


Prijzen en onderscheidingen

- Edison voor Bah, September (1967).

- Edison voor Oebele (1970?).

- Internationale bekroning voor de productie Fidelio met Frank Groothof.

- Gouden Kalf voor de Toondertekenfilm Getekende mensen (1983).

- Zilveren penseel voor de illustraties bij Juffrouw Kachel van Toon Tellegen.

- Grand Prix in Parijs op een pr-festival voor de Toonderfilm Inside information (1993).

- Zilveren griffel voor Herman het kind en de Dingen (1994).

- Gouden penseel voor zijn prenten bij Annie M. G. Schmidt's Beertje Pippeloentje (1995).

- Zilveren griffel voor De plant van Jan (1996).

- Venz-kinderboekenprijs voor illustraties bij Annie M.G. Schmidt’s Beestenboel (1996).

- Eerste prijs in Wenen voor Carmen & ik in de categorie audiovisueel (2000).

- Edmond Hustinxprijs voor Geelens gehele oeuvre (2000).


Publicaties (als schrijver)

- Het Oebele-boek (1971).

- De Kei (Kunt U mij de Weg naar Hamelen vertellen, mijnhneer?), 1973.

- Koning Boon (1984).

- Flop en zijn baas Gijs (1990).

- Gijs en zijn hond Flop (1990).

- Flop en de poppenkast (1991).

- Toen Sjoerd naar de dierentuin ging... (1992).

- Herman het kind en de dingen (1993).

- De kat van Jan (1995).

- De plant van Jan (1995).

- Jan en het gras (1995).

- Het boek van Jan (2000).

- De schaduw van Jan (2002).

- Het nijlpaard Ellende (2004).