Kristalontvanger

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De kristalontvanger is de meest eenvoudige radio die we kennen. Hij bestaat uit slechts vier onderdelen: een condensator, een spoel, een diode en een kristal oortelefoon. Buiten het apparaat is een antenne nodig om het zendersignaal uit de lucht op te vangen en een verbinding met de aarde. Veel beginnende technici hebben via deze radio voor het eerst kennis gemaakt met de wereld van de telecommunicatie. Hoe werkt het?

De radiozender geeft via de zendantenne een elektro-magnetisch signaal af dat zich met de snelheid van het licht door de ruimte om ons heen voortplant. Dat signaal is onhoorbaar omdat het een geweldig hoge frequentie heeft. Het trilt honderdduizenden keren per seconde. Aan dit signaal wordt door de zender een ander signaal toegevoegd. Dat kan spraak zijn of muziek en andere geluiden. Deze samenvoeging heet moduleren. Het zendersignaal, de draaggolf genoemd, wordt gemoduleerd. In een groot gebied om de zender heen wordt een elektro-magnetisch veld opgewekt. Alle materialen die elektriciteit kunnen geleiden en zich in dit veld bevinden trillen mee. Omdat er miljoenen verschillende frequenties tegelijk door de lucht gaan is een radio-ontvanger nodig om het ene gewenste signaal hoorbaar te maken.

Als het signaal sterk genoeg is kan een kristalontvanger dit voor ons doen. Daarom zijn alleen zenders die niet te ver weg staan te ontvangen. Voor de afstemming op een zender zijn er twee mogelijkheden: 1. Een spoel en een variabele condensator worden op een bepaalde manier aan elkaar verbonden. De antenne wordt verbonden met het ene eind van de spoel zodat de radiosignalen bij de spoel aankomen. Door de condensator op een bepaalde waarde in te stellen, dat doen we met de afstemknop, werkt de combinatie spoel-condensator als een soort versterker. De andere manier om af te stemmen is: 2. De condensator heeft een vaste waarde en door de kern van de spoel te verschuiven verandert de inductiewaarde van de spoel. Hierdoor wordt ook de afstemming op een zender mogelijk. Men noemt de versterking in de spoel/condensatorcombinatie het opslingereffect. Alleen het gewenste signaal wordt doorgelaten. Dit signaal gaat naar de diode. Dit is de eigenlijke kristaldetector. Deze dient als gelijkrichter waardoor de verschillen in amplitude van de draaggolf tevoorschijn komen als een kleine wisselspanning. Het zendersignaal wordt zo gedemoduleerd. Het signaal dat nog zeer zwak is wordt door een extra condensator geleid, die als een soort buffer werkt. Het opgestapelde signaal wordt door de condensator weer doorgegeven naar de oortelefoon. In het oortelefoontje gaat een stukje kristal trillen in het ritme van het wiselende signaal en dat brengt een membraam in beweging. Dat membraam laat de lucht trillen en nu kunnen we horen wat er aan de kant van de zender gebeurt. De kristalontvanger kan alleen AM signalen horen. Signalen op de FM band vereisen een andere techniek.