Simon Carmiggelt

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Simon Carmiggelt

Na de 3-jarige handelsdagschool gaat Carmiggelt als volontair werken bij dagblad Het Vaderland. Later werkt hij voor een Haags persbureau. In 1932 wordt hij jongste verslaggever bij Vooruit, de Haagse editie van het sociaal-democratisch dagblad Het Volk. In 1936 wordt hij er toneelcriticus en columnist.

Door middel van allerlei schrijf- en andere avonturen weet hij door de eerste jaren van de bezetting heen te komen. In 1944 verhuist hij naar Amsterdam, waar hij meewerkt aan het illegale blad Het Parool. Na de bevrijding wordt hij chef kunstredactie van Het Parool. Die functie geeft hij er al spoedig aan. Tot 1952 schrijft hij toneel- en filmrecensies. Ten slotte doet hij alleen nog zijn dagelijkse cursiefje onder de naam Kronkel. Hij houdt dit vol tot 1983. Elk jaar verschijnt er een bundel met de beste stukjes.

Carmiggelt wordt zeer populair als schrijver. Zijn stukjes zijn doortrokken van een milde, licht melancholieke ironie, genoteerd in puntig, toegankelijk Nederlands. Veelal beschrijft hij taferelen uit het dagelijks leven. Als voorvechter van de vrijheid schrijft hij nu en dan polemische teksten, bij voorbeeld tijdens de opstand in Hongarije in 1956. Hij schrijft gedichten onder het pseudoniem Karel Bralleput. In 1946/47 publiceert hij die wekelijks in De Groene Amsterdammer. Er verschijnen ook dichtbundels. In heel Nederland houdt Carmiggelt, een tijdlang samen met Annie M.G. Schmidt, voordrachtavonden.

Bij de VARA-radio werkt hij vanaf 1948 mee aan de rubriek Artistieke staalkaart. Vanaf 1965 tot aan zijn dood leest hij voor de VARA-televisie vele malen op de late avond een korte tekst voor. De teksten van Bert Haanstra’s filmdocumentaires Alleman uit 1963 en De stem van het water uit 1966 zijn van hem.

Verscheidene series zijn verfilmd door Haanstra en, als Momenten, door Otto Jongerius. In 1978 maakt Daniël Singelenberg een film over Carmiggelt, getiteld En beetje gek. Carmiggelt schrijft ook teksten voor cabaretiers en voordrachtskunstenaars, zoals Wim Sonneveld, Wim Kan, Ko van Dijk en Kees Brusse.

In 1972 zweert hij radicaal de alcohol af. Vanaf het einde van de jaren 70 tot aan zijn dood heeft hij een liefdesrelatie met de schrijfster Renate Rubinstein. Na zijn dood schrijft ze daarover een boek.

In 1961 ontvangt hij de Constantijn Huygensprijs en in 1974 de P.C. Hooftprijs.