Noortje van Oostveen

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Noortje van Oostveen
Foto: Babet Hogervorst

Noortje van Oostveen wordt geboren in Zutphen, maar groeit op in Zeist. Na het Gymnasium succesvol te hebben doorlopen wil ze journaliste worden. Ze kiest voor een studie Nederlands omdat ze denkt dat dat een goede voorbereiding is op het vak. Na drie jaar Nederlands te hebben gestudeerd, wordt in 1966 de School voor de Journalistiek opgericht. Van Oostveen besluit haar huidige studie te onderbreken en meteen over te stappen. Op de School voor Journalistiek leert ze de basisvaardigheden die een journalist in huis moet hebben: ze leert er radioprogramma’s maken, televisie maken, maar vooral de schrijvende pers komt hierbij aan bod. Van Oostveen hoort bij de eerste lichting van de drie jaar durende studie: “En ja, de banen voor jonge mensen die de journalistiek ingingen en een opleiding hadden, lagen voor het opscheppen.” Na haar afstuderen gaat ze dan ook werken bij haar twee stageadressen, te weten het Utrechts Nieuwsblad en Hier en nu-radio.


Hier en Nu

Bij Hier en nu-radio begint Van Oostveen als verslaggever. Hier bericht ze zowel over gebeurtenissen in binnen- als buitenland. Ze gaat namelijk ook op reportage naar onder meer Afrika en Latijns Amerika. Na twee jaar gaat ze het programma presenteren en wordt ze tevens eindredactrice. Ondertussen presenteert ze daarnaast ook andere programma’s. De kerk vandaag is hiervan het langstlopende voorbeeld en ook bij dit programma is ze werkzaam als eindredactrice. Naast de vaste programma’s treedt ze sporadisch op als verslaggever bij Kenmerk (IKON) en Plein publiek. Eind jaren zeventig wordt ze hoofd van de afdeling actualiteiten bij Hier en nu-radio. Een benoeming die in de media uitgebreid aandacht genereert, aangezien een vrouwelijke chef van een actualiteitenprogramma in die tijd niet gebruikelijk is. Later, bij het NOS Journaal, speelt Van Oostveen ook een rol in de totstandkoming van een meer gelijke verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke presentatoren.


NOS Journaal

In 1982 komt Van Oostveen bij het NOS Journaal terecht. Inmiddels heeft ze dan twaalf en half jaar radio gemaakt bij Hier en nu en is toe aan een nieuwe uitdaging. Haar hart ligt niet bij televisie, maar ze wil toch nieuwe dingen leren. Ze besluit te reageren op een vacature bij het NOS Journaal. Haar functie is daar vanaf het begin de voor haar bekende dubbelfunctie van presentator en eindredacteur. De nadruk ligt, ondanks dat ze ook andere uitzendingen presenteert, op de Acht Uur Journaals. Tevens houdt ze zich bezig met extra uitzendingen rondom grote gebeurtenissen en presenteert ze onder andere uitzendingen over Prinsjesdag, de Tweede Kamerverkiezingen en Koninklijke Bezoeken. Ook is zij enkele malen verantwoordelijk voor het samenstellen van de Jaaroverzichten van het Journaal.

Bij het Journaal maakt Van Oostveen zich sterk voor meer vrouwelijke presentatoren. Op de redactie en bij de techniek werken wel meerdere vrouwen, maar wanneer zij in 1981 gaat presenteren, is zij op dat moment de enige vrouwelijke presentator. Vóór haar zijn er al een handjevol vrouwen als presentator werkzaam bij het Journaal, maar na het vertrek van de tijdelijke freelancers Ada Monnikendam, Annette Kentie en Lous Haasdijk in 1976 is er geen vrouwelijke presentator meer geweest. Van Oostveen denkt in haar journaalperiode mee over welke vrouwen geschikt zouden zijn als nieuwspresentator en is uiteindelijk betrokken bij de aanstelling van Elleke van Doorn, Noraly Beyer, Pia Dijkstra en Henny Stoel.

In 1988 stopt Van Oostveen als presentatrice bij het NOS Journaal. Ze blijft wel bij de organisatie werkzaam, maar richt zich na een reorganisatie uitsluitend op het eindredacteurschap. Als Maartje van Weegen als presentator en Lars Anderson als eindredacteur van het Half Zes Journaal verhuizen naar het Acht uur Journaal wordt Van Oostveen eindredacteur van het populaire Half Zes Journaal en Henny Stoel de presentator.


De andere kant van de microfoon

In 1989 vindt Van Oostveen het wederom tijd voor een nieuwe uitdaging. Na jarenlang de vragen te hebben gesteld, lijkt het haar een interessante uitdaging eens aan de kant van de antwoorden te zitten en haar nieuwsgierigheid op een andere manier te bevredigen. Ze solliciteert op een vacature van Hoofd voorlichting bij de gemeente Amsterdam en woordvoerster van de burgemeester. Het is in die functie dat Van Oostveen een paar maanden na haar vertrek al weer in het NOS Journaal te zien is. Dit keer inderdaad aan de andere kant van de microfoon.

Toch vindt ze dat een woordvoerster zo weinig mogelijk in beeld moet verschijnen en Van Oostveen mijdt de camera’s dan ook zo veel mogelijk. Ze is van mening dat de politiek verantwoordelijken op beeld hun verhaal moeten vertellen en de woordvoerster geeft adviezen en staat de pers alleen buiten beeld te woord. Haar verleden als verslaggever helpen haar in die functie als woordvoerster. Ze begrijpt wat journalisten willen weten, dat ze werken met deadlines en bruikbare citaten willen horen. Dit maakt haar naar eigen zeggen beter in haar taak als woordvoerster. Haar vaardigheden komen van pas bij de Bijlmerramp in 1992: “Net als bij het Journaal zijn het die momenten van rampspoed waarin je moet laten zien wat je waard bent.”


Adviezen en terug naar de radio

Na het vertrek van burgemeester Ed van Thijn besluit Van Oostveen dat een nieuwe burgemeester moet beginnen met een nieuwe woordvoerder. Sowieso acht ze het tijd voor iets nieuws. Ze richt haar eigen bedrijf op, waarmee ze zich specialiseert in het geven van mediatrainingen en communicatieadviezen. Ook besluit ze weer in de journalistiek te gaan werken en omdat ze radio het leukste vindt, gaat ze als freelance presentator aan de slag bij de NCRV radioprogramma’s Het gesprek, Rondom het woord en Debat op 5.

In 1998 werkt Van Oostveen zes maanden als communicatieadviseur voor de Partij van de Arbeid, in de herverkiezingscampagne van Wim Kok tot minister-president. Tevens geeft ze vanuit haar bedrijf trainingen aan overheidsinstanties en is ze regelmatig interim-manager bij overheidsorganisaties zoals gemeenten, Rijksdiensten, Waterschappen. Dit werk doet ze tot haar 66e, waarna ze zichzelf deels met pensioen stuurt. Wel blijft ze trainingen geven en schrijft ze regelmatig een stukje, maar de grote interim-klussen heeft ze achter zich gelaten.