Ati Dijckmeester

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Ati Dijckmeester
Foto: Babet Hogervorst

NaamAti van der Lingen
GeborenAmsterdam, 5 juli 1946
Functies omroeper, acteur, presentator, regisseur
Bekend vanFenklup, Hoe bestaat het, Achter het nieuws, De kunst ligt op straat, Passage, Hollands welvaren, Alle kruimels brood
Periode actief1965-2000
Werkt samen metJudith Bosch, Hans Emmering, Joop Brussée, Joop van Zijl, Dieuwertje Blok
Triviade naam Dijckmeester komt van haar ex-man; ze is partner van regisseur Ted Dellen
Media
Audio fragmentenAudio.png
GalleryGallery

Ati Dijckmeester in de media
Oeuvre Ati Dijckmeester

Ati Dijckmeester groeit op in Amsterdam, in de buurt van het Oosterpark. Haar moeder is verkoopster in een delicatessenwinkel en haar vader werkt bij winkelketen De Gruyter. Dijckmeester zit na schooltijd het liefst te lezen of te tekenen. Televisie komt er pas op haar zestiende in de vorm van een tweedehands zwart-wit toestel. Daarvóór gaat ze soms bij familie naar de middaguitzendingen kijken. Van jongs af aan luistert ze al wel naar de radio, met name naar muziek en hoorspelen. De jonge Dijckmeester is goed in haar talen, maar het lyceum blijkt in het tweede jaar toch te zwaar. Het keurige meisje met de vlechtjes maakt de overstap naar de mulo waar ze relaxed haar eindexamen haalt. Ze rondt de middelbare school uiteindelijk af op de mms, waarna ze naar de universiteit gaat om Spaans te studeren. Deze studie zal ze echter niet afmaken.

Tijdens haar studie komt ze door haar eerste grote liefde terecht in de theaterwereld. De mogelijkheden om via het toneel ideeën over te brengen op een publiek spreekt haar in het bijzonder aan. Het zware toneel trekt haar niet, maar wel de cabareteske kant waarmee kritiek kan worden geleverd. Het toelatingsexamen halen voor de Kleinkunstacademie wordt haar eerste doel. Inmiddels heeft ze Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot leren kennen en van hen leent ze een paar liedjes voor haar examen in de zomer van 1966.


Fanclub

In diezelfde tijd heeft ze twee belangrijke ontmoetingen. Rob van Houten heeft een eigen pantomimetheater en hij vraagt Dijckmeester om auditie bij hem te komen doen. Dit verloopt goed en ze wordt gevraagd om bij zijn gezelschap Funhouse te komen. Regisseur Ralph Inbar is op zoek naar een nieuw gezicht voor tienerprogramma Fanclub naast Judith Bosch. Hij nodigt Dijckmeester uit voor een screentest en deze verloopt goed. Zo begint ze tegelijk bij toneel en televisie en daar wordt ze in het diepe gegooid. Tijdens haar eerste Fanclub-uitzending vanuit het Bellevuetheater aan de Leidsekade in Amsterdam heeft ze water in haar knieholtes van de spanning. Toch hoort ze later dat ze zo naturel overkomt op beeld. Kennelijk weet ze haar zenuwen goed te verbloemen. Na een jaar komt er een eind aan dit televisieavontuur wanneer Bosch en Dijckmeester, respectievelijk tweeëntwintig en twintig, te oud worden bevonden voor het tienerprogramma.


VARA-radio en NCRV-televisie

Dijckmeester heeft haar studie al stopgezet en wil na het bijzondere jaar bij de televisie niet opnieuw beginnen. Tegen het eind van het televisieseizoen begint ze bij de omroep rond te kijken naar een andere baan. Via haar netwerk komt ze bij de VARA-radio terecht. Daar presenteert ze de jongerenprogramma’s Zorro en Uilenspiegel. Daarna volgt het vrouwenprogramma Op de koffie waarvoor ze voor het eerst op reportage gaat en leert monteren. Het is de tijd van de vrouwenemancipatie en Dijckmeester grijpt alle kansen aan die ze krijgt, onder eindredactrice Jeanne van Munster, om door te groeien in haar vak. Ze is in 1970 nog met het vrouwenprogramma bezig wanneer ze vanwege haar zwangerschap op doktersadvies moet stoppen met werken. Het sjouwen met een loodzware bandrecorder van Uher is er niet meer bij.

Een jaar lang doet ze alleen de zorg voor haar baby. Dan besluit ze weer aan de slag te gaan. Bij de NCRV kan ze Beter samen komen maken, een sociaal programma met een journalistieke aanpak. Dat spreekt haar aan. Ze beleeft er een leuke tijd waarin ze onder andere met regisseuse Catherine Keyl werkt. Na een jaar is het programma ten einde. Omdat ze haar connecties bij de VARA heeft aangehouden kan Dijckmeester in 1973 aan de slag bij het radioprogramma In de Rooie Haan waarvoor zij productiewerk verricht.


VARA-televisie

In 1975 wordt het satirische programma Hoe bestaat het opgezet. Wanneer Dijckmeester hoort dat er screentests worden gehouden voor dit programma besluit ze er op af te gaan. Samen met Joop Brussee en Hans Emmering presenteert ze dit populaire programma dat zich mag verheugen in een grote kijkdichtheid en veel ingestuurde brieven. In deze periode begint ze te merken dat ze niet meer onopgemerkt over straat kan. In 1981 is het programma aan vernieuwing toe, maar het draagvlak vanuit de omroep ontbreekt en het programma houdt op te bestaan. Dijckmeester geeft te kennen dat ze verder wil in de informatieve hoek. Er wordt besloten haar bij actualiteitenrubriek Achter het nieuws te plaatsen. In aanloop daar naartoe volgt ze een presentatiecursus op Santbergen bij Jaap Brand. Hierbij valt op dat men haar associeert met satire vanwege het programma Hoe bestaat het. Zelfs als ze een serieuze tekst voorleest begint men te lachen. Dankzij de cursus leert ze ook dit soort hobbels te nemen.

Bij Achter het nieuws is Dijckmeester aanvankelijk presentator en bureauredacteur. Joop van Zijl (dan eindredacteur) geeft haar de kans om eens op reportage te gaan en zelf te monteren. Haar eerste opdracht is gelijk pittig: een verslag van vijf minuten van de opening van de gerenoveerde wijk De Dageraad in Amsterdam. Dat gebeurt op een vrijdag, dezelfde dag als de uitzending. Bovendien is men net overgestapt van film naar video wat een nieuwe wijze van monteren met zich meebrengt. Gelukkig zit het onderwerp niet aan het begin van het programma. Eindredacteur Joop Daalmeijer komt af en toe vragen hoe ver ze is. Twee minuten voor de uiteindelijke uitzending is ze klaar en holt met de band naar de uitzendstraat. Na uitzending krijgt ze positieve reacties vanuit het team. Vanaf dat moment is ze ook verslaggever, waarbij haar specialiteit ligt in informatieve onderwerpen, die ook leuk mogen zijn. Daarnaast gaat ze, dankzij de support van W.L. Brugsma, ook de commentaarteksten bij de reportages inspreken. Ze werkt vijf seizoenen bij de actualiteitenrubriek.

Tegen het eind van haar periode bij Achter het nieuws bepaalt Dijckmeester samen met Edwin Rutten een jaar het gezicht van Kinderen voor kinderen. In korte sketches spelen zij de ouders van drie kinderen. Dit zorgt voor een raamwerk voor de liedjes, gezongen door de kinderen en het koor. Rutten speelt de uitbundige vader en Dijckmeester de zorgzame moeder. Deze clichématige rolverdeling wordt aangevuld met emancipatiegrapjes waarbij Rutten als “stoere” vader geheel ten onder gaat bij het opzetten van een tent.

In het VARA-jaarverslag van 1986 wordt extra aandacht besteed aan de tien vrouwelijke gezichten van de omroep, waaronder Dijckmeester. De vrouwenprogramma’s vallen op in de programmering. In deze lijn wordt door Marcel van Dam en Jan Nagel het avondprogramma 3 vrouwen bedacht waarin Dijckmeester naast Marjolijn Uitzinger en Dieuwertje Blok informatieve onderwerpen bespreken met uiteenlopende gasten. Het idee dat drie bekende gezichten in een programma automatisch zorgen voor succes blijkt na één seizoen, waarin Blok nog vervangen wordt door Astrid Joosten, niet het geval en de stekker wordt eruit getrokken.


Culturele en informatieve programma’s

Wanneer Harry de Winter met een idee komt voor een kunstprogramma op de zondagmiddag pakt Dijckmeester deze kans met twee handen aan. In De kunst ligt op straat gaat ze met een kleine, hechte ploeg op zoek naar kunst bij mensen thuis. De persoonlijke verhalen en de mogelijkheid om langer en dieper op een onderwerp in te gaan bevallen haar goed. Tijdens het tweede seizoen wordt ze door NCRV-eindredacteur Renske Poppen gevraagd voor de presentatie van een nieuw live zaterdagmiddagprogramma over sociale en culturele onderwerpen. Dijckmeester beschouwt dit als een unieke kans en verhuist in 1989 (opnieuw) naar de NCRV. Het programma, Passage, presenteert ze met Klaas Drupsteen en een tweede seizoen met Patrick van Mil. Daarna komt er een eind aan vanwege de samenwerking tussen AVRO, KRO en NCRV op Nederland 1. De programmering wordt aangepast en Passage gaat op in Service Salon, het middagprogramma van de AVRO. Van Mil en een deel van de redactie verhuizen mee, maar Dijckmeester niet.


Documentairemaker

Ze krijgt de kans om door te schuiven naar de documentaireafdeling van de NCRV waarvoor ze presentatiewerk doet, maar ook zelf documentaires maakt. Met een twee maanden durende cursus onder leiding van Hedda van Gennep pakt ze het grondig aan. Het maken van documentaires beschouwt ze qua televisie als een eindstation: ze kan een totaalproduct afleveren en over alle aspecten (mee)beslissen. Een paar seizoenen doet ze dit werk op freelance contractbasis. Het hoogtepunt uit deze periode is de RVU-documentaire Alle kruimels is brood (1996), genomineerd voor een Academy Award. Het is gemaakt in opdracht van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen. Midden jaren negentig wordt ervoor gekozen om haar plek bij de NCRV te vergeven aan twee jonge makers.


KRO-radio

Er volgt een terugkeer bij de radio. Voor de KRO presenteert Dijckmeester een paar seizoenen het actualiteitenprogramma Dingen die gebeuren. Het is even geleden dat ze met enige regelmaat radio heeft gemaakt, maar ze voelt zich er helemaal op haar plek. Ze schrijft dit deels toe aan de actieve ploeg van het programma, die allemaal zo’n twintig jaar jonger zijn dan zijzelf. In 2000 wil de KRO een andere klank aan het programma geven en wordt Dijckmeester vervangen. Ze besluit het radio- en televisiewerk, op enkele kleine klussen na, voor gezien te houden. Ze is blij dat ze met Dingen die gebeuren haar loopbaan leuk heeft kunnen afsluiten.


En verder

Na haar vertrek bij de KRO blijft ze actief als presentator op congressen en symposia, maar het aanbod loopt af en ze zet er in 2009 een punt achter. Stilzitten doet ze echter niet. Er gaat veel tijd zitten in haar kleinkinderen en haar hobby’s, waaronder tuinieren, klussen en schilderen. Als vrijwilliger geeft ze bovendien voorlichting op scholen op het gebied van fair trade. Hierin kan ze, net als in haar vroegere mediawerk, kennis overdragen. Ze heeft zichzelf altijd gezien als een doorgeefluik, waarbij zij het publiek op een duidelijke manier van informatie voorziet.


Prijzen en onderscheidingen

Voor de documentaire Alle kruimels brood (RVU) krijgt ze een nominatie voor een Academy Award.