Niek Koppen

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Na de middelbare school in Hengelo volgt Niek Koppen de Filmacademie, waar hij in 1981 afstudeert in regie, productie en montage. Voor hij op de Filmacademie wordt aangenomen werkt hij bij twee films als productieassistent: Rembrandt van Jos Stelling (1977) en Het debuut van Nouchka van Brakel (1977). Tijdens en na de Filmacademie zet hij dit werk voort als productieleider bij o.a. De pretenders (Jos Stelling, 1981), De wisselwachter (Jos Stelling, 1986), Zoeken naar Eileen (Rudolf van den Berg, 1987) en Terbeschikkinggesteld (Olivier Koning, 1987). Vanaf 1987 begint hij zelf te regisseren. Het zijn 25 korte documentaires voor de VPRO-jeugdtelevisie waarmee hij ervaring opdoet, met name twee series: Achterwerk uit de kast en het bekroonde Wie was je opa's opa Opa?

Tijdens een reis door West-Afrika stuit Niek Koppen begin jaren ’90 op het verhaal van de man die in 1922 wereldkampioen boksen werd in het halfzwaargewicht: Battling Siki. De korte levensgeschiedenis van deze Senegalese man voert van Afrika naar Europa en vervolgens naar de VS waar hij in 1925, drie jaar na zijn overwinning op het Franse idool George Carpentier, wordt vermoord. In juni 1992 wordt de documentaire Siki enthousiast ontvangen op het filmfestival van Marseille en wint daar de publieksprijs. In september wordt Koppen bekroond voor zijn debuutfilm met de Filmprijs van de stad Utrecht.

Vier jaar werkt Koppen vervolgens aan De slag in de Javazee, een oral history documentaire over een gevecht tussen een Japanse vloot en een veertien schepen tellende geallieerde vloot op 27 januari 1942. Het verlies van deze zeeslag leidt het einde van de Nederlandse overheersing van Nederlands-Indië in. Koppen laat 50 overlevenden uit Australië, Groot-Brittannië, Nederland, de Verenigde Staten en Japan, de slag van het begin tot het eind vertellen, tot in de kleinste details. In 1996 wordt deze film bekroond met een Gouden Kalf.

Producent Kees Ryninks benadert Niek Koppen in 1996 voor een documentaire over de Engelse vossenjacht. Een seizoen lang volgt Koppen daarop de Ludlow Hunt in Shropshire, gelegen in de Engelse West-Midlands. Koppen heeft bewust geen oog voor het ethische vraagstuk rond het toelaten of verbieden van de jacht, zo vertelt hij in een interview in De Filmkrant (november 1997): ”Het doden van dieren, daar moest de film over gaan. Wat me het meeste opviel is dat de hondenverzorger de hele dag met de dood bezig is. Dat voortdurende omgaan met de dood wilde ik ontmythologiseren, plat maken: dit is een man die de huid van beesten stroopt, hun kadavers in stukken hakt en ze aan de honden voert. Dat wilde ik precies zo laten zien als het is, gewoon registreren.” Twee dagen na het Lagerhuis debat over een mogelijk wettelijk verbod van de vossenjacht, heeft The Hunt zijn wereldpremière tijdens het IDFA ‘97. The Hunt is succesvol: op Boxing Day (Tweede Kerstdag) wordt de film op prime-time door de BBC op de Engelse televisie uitgezonden. In 1999 wint de film de Prix Italia.

Een jaar later gaat Koppen’s documentaire De keuken van Kok als openingsfilm van IDFA in première. De filmmaker heeft de PvdA vijftig dagen gevolgd tijdens de verkiezingscampagne van 1998. Inspiratiebron voor de film is Richard Pennebakers The War Room een intiem en direct verslag van Clintons verkiezingscampagne in 1992. Koppen krijgt als eerste filmmaker toegang tot het campagnebureau van de Partij van de Arbeid.

In 2001 maakt Koppen een driedelig televisieportret van Toneelgroep Amsterdam. Koppen brengt zijn camera binnen op het moment dat de overdracht plaatsvindt van artistiek leider Gerardjan Rijnders naar algemeen directeur Ivo van Hove. Drie jaar later volgt een experimentele televisiefilm in twee delen over de geschiedenis van de Nederlandse dans: Holland Danst!.

De film Goud gaat in première tijdens het Nederlands Film Festival van 2007, en opnieuw staat een groepsproces centraal: Koppen filmt het Nederlands dames hockeyteam in de voorbereiding en tijdens het wereldkampioenschap in Madrid. Koppen mag overal filmen waar coach Marc Lammers komt. Als de filmmaker in een interview in De Volkskrant wordt gevraagd wat hem fascineert aan topsport, zegt hij 'duidelijkheid'. “De doelstelling is simpel: goud. De vraag die een film oplevert is: hoe kom je daar?”

Van Goud is Koppen medeproducent. In 1999 startten producent Jan de Ruiter, researcher Renée van der Grinten en Niek Koppen het filmproductiebedrijf Selfmade Films. Het drietal produceert onder andere de documentaires Ramses (Pieter Fleury, 2002), openingsfilm van het Nederlands Film Festival en tevens Gouden Kalf winnaar, over het leven van Ramses Shaffy en Justiça van Maria Ramos, een film over de dagelijkse routine van rechters, advocaten en veroordeelden op een Braziliaanse strafrechtbank in Rio de Janeiro. In 2013 heeft Selfmade Films zo’n 50 producties uitgebracht en inmiddels vijf Gouden Kalveren gewonnen.

Tevens wordt Koppen gevraagd voor het eindredacteurschap documentaire bij de Human (Humanistische Omroep), een functie die hij deelt met John Appel en Peter Delpeut. Het drietal initieert de documentairereeks Ondertussen in Nederland.

In 2007 wordt Koppen Hoofd Documentaire bij het Filmfonds, een aanstelling voor een periode van vijf jaar, met bijna 2,8 miljoen euro jaarlijks aan budget. Eind 2008 introduceert hij hier de Wildcards, die drie afgestudeerde filmstudenten de kans geeft om met 40.000 euro een nieuwe documentaire te maken en staat hij mede aan de wieg van TeleDoc, een project voor het maken van lange documentaires voor de televisie, waarin het Filmfonds samenwerkt met het CoBO-fonds en de Publieke Omroep.

In 2012 eindigt de periode bij het Filmfonds en is Koppen weer producent en documentairemaker bij Selfmade Films. In 2013 maakt Niek Koppen als Documentairemaker in focus voor Beeld en Geluid de film Levende klederdracht. Een selectie van zijn oeuvre wordt in een DVD-box in de reeks Dutch Documentary Collection uitgebracht.