Nieuwspresentator: Uitstraling en uiterlijk

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Toegankelijkere journaals

Naast bovengenoemde aspecten van het vak van de nieuwspresentator, zijn er aspecten van het beroep die minder met de inhoud te maken hebben, maar wel onomstotelijk met het werk zijn verbonden. Zo zal een nieuwspresentator er mee om moet leren gaan, herkend te worden op straat en dat mensen kijken naar wat je aan hebt en hoe je haar zit. Dit klinkt triviaal, maar nieuwspresentatoren hebben er dagelijks mee te maken: “Ik weet nog wel dat ik in het begin nog wel eens kammetjes toegestuurd kreeg. Omdat de mensen vonden dat mijn haar niet netjes genoeg zat”, aldus Pia Dijkstra.

Wanneer begin jaren zestig de nieuwspresentator vast in beeld verschijnt, wordt het uiterlijk een aspect van het vak waar elke presentator mee moet leren omgaan. Jeroen Pauw stelt dat elke presentator op televisie hier mee te maken krijgt, en hekelt dit principe: “Er komt een heel ander iemand die fabriek binnen, dan die die fabriek uitgaat”. Wanneer iemand op televisie wil, dan wordt bij de leiding gezegd: “Nou ja, dat kan eigenlijk wel goed, maar misschien moet je wel eh.. andere kleren aan. En doen die bril eens af. Ja, met contactlenzen is toch leuker. Die snor zou ik ook afscheren.”

Pia Dijkstra beaamt dit, maar stelt ook dat het onontkoombaar is: “Het voornemen wat je hebt, van ik ga aan die gekkigheid niet mee doen, er is altijd. Ik zag wel 'ns, toen ik nog omroepster was, van die NCRV presentatrices […] die dan met bussen haarlak […] elk haartje moest goed zitten. En ik dacht, nou dat ga ik niet doen. Maar ja op de één of andere manier moet je toch mee in dat onderdeel. Het is gewoon onderdeel van je professie.”

In het begin is het beeld nog in zwart-wit en qua scherpte niet te vergelijken met de high definition breedbeeldschermen waarop de nieuwspresentator tegenwoordig dagelijks te zien is. Het uiterlijk van de nieuwspresentator lijkt dan ook een belangrijkere rol te gaan spelen naarmate het beeld beter wordt. Vooral de introductie van kleur aan het begin van de jaren zeventig weegt hierin zwaar mee. Een voorbeeld hiervan is dat de Antilliaanse Eugènie Herlaar in het begin naar eigen zeggen bijna niet als vrouw met donkere huidskleur te onderscheiden is.

De makers van het nieuwsprogramma Hart van Nederland lijken zich bewust te zijn van de belangrijke rol die uiterlijk speelt bij de presentatoren. Ontvangen met enige scepsis zijn de twee eerste presentatrices van het programma niet journalistiek geschoolde ex-omroepsters, beide met blond haar (Milika Peterzon en Gallyon van Vessem). Er wordt al rekening gehouden met kritiek op het op deze manier trekken van publiek en die kritiek komt er ook, in het begin. Maar dit maakt al snel plaats voor euforie over de hoge kijkcijfers.


Kleding en haardracht

Een ander aspect van de uiterlijke verschijning van de nieuwspresentator is de kleding en de haardracht. De manier waarop kleding voor nieuwspresentatoren wordt geregeld is door de jaren heen veranderd. In de jaren zestig moeten de nieuwspresentatoren zelf hun kleding kopen, uitzoeken en verzorgen. In de jaren zeventig wordt hier onder druk van de presentatoren een vergoeding tegenover gesteld. In de jaren zeventig, tachtig en in de jaren negentig worden door presentatoren ook deals gesloten met kledingzaken. Hier mogen zij kleding lenen. Deze wordt na de uitzending, mits er geen schminkvlekken in zitten, weer in de winkel gehangen. Eind jaren negentig doet de kledingstylist(e) zijn/haar intrede.

Vanaf dat moment gaat de stylist(e) samen met de presentator winkelen of kleding uitzoeken en hierbij wordt wel gelet op wat de presentator zelf als prettig ervaart of in het dagelijks leven ook draagt. De stijl van de kleding is wat losser geworden. In de jaren zestig, zeventig en tachtig worden mannen geacht een jasje en een stropdas te dragen bij de presentatie van het nieuws. Het Jeugdjournaal brengt daarin verandering, omdat men vindt dat kinderen op een informelere manier kunnen worden aangesproken. Bij het Jeugdjournaal hoeft de presentator geen stropdas aan, maar kan ook bijvoorbeeld een trui of T-shirt aantrekken.

Deze trend is later, in de jaren negentig ook bij de andere nieuwsbulletins te zien. RTL Nieuws presentator Jan de Hoop presenteert al sinds 1989 de ochtendbulletins bij het Nieuws en heeft er mede voor gezorgd dat de presentator bij die uitzendingen minder formele kleding draagt. De filosofie van De Hoop is hierin dat hij ’s ochtends bij mensen aan de ontbijttafel aanschuift wanneer zij net uit bed komen, en dat doe je volgens hem niet “in een jasje met een krijtstreep. Daar zit je in je trui of in ’n overhemd”. Ook bij de NOS zijn dergelijke ontwikkeling in de jaren negentig zichtbaar. Presentatoren van de ochtendjournaals verschijnen daar steeds vaker niet met stropdas en ook bij de Journaal op 3 uitzendingen wordt gepresenteerd in nette kleding die mensen ook dragen wanneer zij niet op camera hoeven te verschijnen.

Met de introductie van kleur en de komst van de chromakey-techniek moet rekening worden gehouden met kleding die een presentator aan heeft. Kleuren kunnen vloeken met elkaar en chromakey werkt niet goed als de presentator blauwe of groene kleding draagt. . Met de duo-presentatie bij de NOS in 1975 en 1985 en bij RTL Nieuws en Hart van Nederland dient de kleding tussen beide presentatoren op elkaar afgestemd te worden.


Bekende Nederlander

Samenhangend met de uiterlijke verschijning van de nieuwspresentator is hun publieke bekendheid. Een nieuwspresentator is een aantal keer per week te zien in goed bekeken programma’s. Hierdoor ontkom je er als nieuwspresentator niet aan dat je een bekende Nederlander wordt. Rien Huizing (als nieuwspresentator actief tussen 1965 en 1984) poneert dat er tegenwoordig in de samenleving veel meer een ‘BN-er cultuur’ (een bekende Nederlander cultuur) heerst en dat presentatoren van nu daar ook meer gebruik van maken. Ondanks deze stelling, geeft hij toe dat ook hij regelmatig op straat wordt herkend.: “Het is voor de mensen ook heel raar om iemand in het echt te zien die ze alleen maar aan de bovenkant kennen, in een bepaalde functie. In een bepaalde uitsnede. En ineens loopt 'ie daar zo maar.”

Tegenwoordig mogen er misschien veel meer nieuwsuitzendingen zijn, er zijn ook veel meer programma’s en zenders op televisie. In een groot deel van de jaren dat Rien Huizing presenteert heeft het NTS/NOS Journaal nog het monopolie over één zender of zelfs over twee zenders tegelijkertijd. Hierdoor is de kijkdichtheid veel groter, waardoor een nieuwspresentator wellicht eerder wordt herkend.


Terug naar onderwerp

Vorig hoofdstuk || Volgend hoofdstuk