Nieuwspresentator: Professionaliteit van de nieuwspresentator

Uit Beeld en Geluid Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Professionaliteit van de nieuwspresentator

Het televisienieuws heeft door de mediatisering van de samenleving te kampen met concurrentie via internet. Niet alleen zijn er op internet verschillende nieuwswebsites die nieuws de hele dag door aanbieden, ook zorgen social media voor een opkomst van burgerjournalistiek. Nieuws bereikt de consument sneller via deze kanalen dan via televisienieuwsbulletins. Het nieuws gaat sneller en om de race met internet en andere concurrenten niet te verliezen wordt sneller live op zender gegaan met een extra uitzending. Hierdoor komt het voor dat er vrijwel geen voorbereiding mogelijk is en er soms nog niets eens teksten zijn. Hierdoor wordt verwacht dat de nieuwspresentatoren een aantal vaardigheden in huis heeft, zoals interviewtechnieken en improvisatievermogen, die van pas komen bij extra uitzendingen, maar ook wanneer er een technische storing is en bijvoorbeeld de autocue uitvalt.


Opleiding

De opleiding en begeleiding van een nieuwspresentator is door de jaren heen veranderd. In de jaren zestig wordt een nieuwspresentator bij wijze van spreken in het diepe gegooid wat presentatie betreft. Hij of zij krijgt geen opleiding of begeleiding en moet grotendeels zelf uitzoeken hoe het vak in zijn werk ging. Eind jaren zestig en in de jaren zeventig wordt er door de NOS nog geen opleidingen gegeven, maar helpen de ervaren presentatoren als Rien Huizing en Fred Emmer nieuwelingen als Harmen Siezen, Wibo van de Linde en Audrey van der Jagt. Hetzelfde geldt voor de jaren tachtig.

Dit verandert in de jaren negentig. Bij de NOS worden nieuwe presentatoren wekenlang onderworpen aan zogenaamde schaduwuitzendingen, een leermethode die nog wordt toegepast. Nadat de uitzending van het Journaal is afgelopen, wordt de hele uitzending nogmaals gedaan, met dezelfde teksten en filmpjes, zonder dat deze wordt uitgezonden. Bij deze uitzendingen krijgen ze feedback van hun collega’s. Dit gebeurt zowel bij de gewone journaals als bij de Jeugdjournaals.

Naast deze schaduwuitzendingen wordt in de jaren negentig ook het principe van de presentatiecoach meer regulier ingezet. Bij RTL wordt veelal gebruik gemaakt van de diensten van Jaap Brand, die als presentatiecoach adviezen geeft over houding, klemtonen en eigenlijk alles wat met presentatie te maken heeft. Bij de NOS wordt gewerkt met coach Petra Strik.

In Nederland is het beroep van de journalist geen beschermd beroep. Iedereen mag zich in principe journalist noemen. Toch is er in de loop van de Nederlandse televisiegeschiedenis wel iets veranderd. De eerste nieuwspresentatoren hebben namelijk nog geen mogelijkheid om journalistiek te studeren in Nederland. Pas in 1966 wordt de eerste School voor Journalistiek geopend in Nederland (in Utrecht). In 1969 studeren daar de eerste studenten af. Voormalig nieuwspresentator Noortje van Oostveen hoort bij die eerste lichting en beschrijft de situatie daarvoor als volgt: “ik had daarvoor een paar jaar Nederlands gestudeerd, want ik wilde journalist worden, maar ik had geen idee hoe je dat werd. […] Je kon leerling-journalist worden, maar ik vond het een beetje jammer om helemaal geen opleiding meer te doen. Dus ik dacht, weet je wat, dan ga ik Nederlands studeren. Ik wil graag schrijven. En dat is vast wel een goeie vooropleiding. Nou, ik had net zo goed iets heel anders kunnen kiezen…”

Voor er een School voor Journalistiek komt, wordt men dus gedwongen iets anders te studeren of als leerling-journalist aan de slag te gaan om in de praktijk het vak te leren. In de jaren vijftig en zestig is een duidelijk patroon herkenbaar in de werkervaring van nieuwe presentatoren bij het NTS Journaal. Het gros van hen heeft namelijk het vak geleerd bij de radio, en dan vooral bij Radio Nederland Wereldomroep en de Radionieuwsdienst van het ANP. Het voordeel van een School voor Journalistiek is echter dat je er meerdere facetten van het werk kan leren: een krantenartikel schrijven, een radioprogramma maken met montage en interviews of de televisiekant op. Een ander voordeel is het lopen van stages en de mogelijkheid om daarmee binnen te komen bij een nieuwsorganisatie. Veel nieuwspresentatoren die de School voor Journalistiek hebben doorlopen zijn uiteindelijk blijven hangen op één van hun stageplaatsen.


Ervaring

Maar ook de generatie nieuwspresentatoren die na 1969 van de middelbare school komt, heeft niet in zijn geheel het vak op de School voor Journalistiek geleerd. Opvallend veel van hen leert het vak bij de radio. Bij RTL Nieuws zijn in het begin vooral presentatoren werkzaam die eerder ervaring hebben opgedaan bij de radio en geen journalistieke opleiding hebben gevolgd. Zowel Jeroen Pauw, Loretta Schrijver, Vivian Boelen, Marc Jacobs, Jan de Hoop en Sander Simons presenteren al jaren voor de radio, maar volgden geen opleiding tot journalist. Een zelfde situatie ontstaat bij Hart van Nederland waar twee oud-omroepsters het nieuws gaan presenteren. Het presenteren lijkt belangrijker te zijn dan journalistiek stevig onderlegd te zijn. RTL lijkt halverwege de jaren negentig hierin een andere koers te gaan varen wanneer afgestudeerde journalisten worden gecontracteerd (Rick Nieman, Jeroen Latijnhouwers) en anderen vertrekken (Vivian Boelen, Edvard Niessing).

De professionaliteit van een nieuwspresentator hangt niet alleen af van zijn of haar opleiding. Ook ervaring speelt een belangrijke rol. Hierin is door de geschiedenis heen een verschil te bemerken. In het begin van het Nederlandse televisienieuws worden vooral (mannelijke) nieuwslezers aangesteld, die inmiddels ruimschoots hun strepen in de journalistiek hebben verdiend. Tegenwoordig is het vaak nog steeds zo dat een nieuwslezer al enige jaren ervaring heeft op radio of televisie, met als uitzonderingen de presentatiebanen bij het Jeugdjournaal en NOS op 3. Deze nieuwsprogramma’s contracteren juist jonge mensen, die daarna vaak weer doorschuiven naar het NOS Journaal of RTL Nieuws.


Terug naar onderwerp

Vorig hoofdstuk